8.2.4.1 Bouwlijn met 2 punten
De positie van het apparaat bevindt zich op een vrij punt en meet achter elkaar de hoek en afstanden
tot twee bouwlijnpunten. Vervolgens wordt de apparaatpositie bepaald uit de metingen ten opzichte van
beide bouwlijnpunten en wordt het nulpunt van het coördinatensysteem in het eerste gemeten bouwlijnpunt
geplaatst. De oriëntatie (lengtewaarde) gaat in de richting van het tweede gemeten punt van de bouwlijn. De
coördinaten van de bouwlijnpunten hoeven niet bekend te zijn.
44
Nederlands
Printed: 08.05.2018 | Doc-Nr: PUB / 5179015 / 000 / 05