Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Referentielijn; Principe Van De Referentielijn - Hilti POS 150 Handleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor POS 150:
Inhoudsopgave

Advertenties

3. Invoeren resp. weergeven van de attributen voor het betreffende meetpunt. Er kunnen maximaal vijf
verschillende attributen per meetpunt worden ingevoerd.
4. Afzonderlijke afstand meten
5. Met een druk op de knop afstanden en hoeken meten en tegelijkertijd de bestanden opslaan
6. Na een geldige afstandsmeting worden de hoeken gemeten en vervolgens worden de afstand met de
hoeken opgeslagen
7. Invoeren van de alfanumerieke puntaanduiding
8. Invoeren van de reflectorhoogte (als het station van hoogten is voorzien)
Gegevensopslag Meet & registreer
De gemeten punten kunnen van verschillende puntaanduidingen worden voorzien en opgeslagen.
Bij elke opslag wordt de puntnaam automatisch verhoogd met de waarde 1.
De opgeslagen puntgegevens kunnen naar de PC worden verzonden en in een CAD-omgeving of een
soortgelijk systeem worden weergegeven en verder verwerkt of voor documentatiedoeleinden worden
geprint en gearchiveerd. Als de stationsetup zonder hoogtes is ingesteld, worden de hoogtegegevens
en alle relevante weergaven, zoals de reflectorhoogte, onderdrukt.
Gegevensopslag Meet & registreer → Pagina 59
Gegevensopslag Meet & registreer
Puntnummer
Noordcoördinaten (gegeven)
Oostcoördinaten (gegeven)
Hoogte (gegeven)
Oostcoördinaten (gemeten)
Attribuut 1 – Attribuut 5
9.3

Referentielijn

De applicatie Referentielijn is een applicatie waarbij lijnen en bogen worden gehandhaafd. Met de applicatie
kunnen bouwlijnen van coördinaten worden bepaald en afgebakend, op de bouwplaats gemarkeerde
bouwlijnen worden opgenomen en gedefinieerd worden verzet. Daarnaast kunnen punten met langs- en
dwarsmaten gebaseerd op de gedefinieerde bouwlijn direct worden afgebakend.
Dit is bijzonder eenvoudig als de bouwlijn met coördinaten van tevoren als grafische lijn of curve wordt
gedefinieerd. In dat geval kunnen de lijnen resp. bogen met een vingerdruk worden geselecteerd, zonder
dat de lijnen en bogen bij het wisselen telkens opnieuw moeten worden ingevoerd.
9.3.1

Principe van de referentielijn

Definitie van een bouwlijn
Methoden voor het definiëren van bouwlijnen voor lijnen en bogen
Lijnen (2 punten)
Bogen (2 punten + radius)
Bogen (3 punten)
Als de lijn- resp. boogelementen met punten op verschillend hoogte worden gedefinieerd, wordt
afhankelijk van de lengtewaarde de hoogte overeenkomstig geïnterpoleerd.
Verschuiving van de bouwlijn
Printed: 08.05.2018 | Doc-Nr: PUB / 5179015 / 000 / 05
Naam resp. aanduiding van het meetpunt
Gemeten noordcoördinaten
Gemeten oostcoördinaten
Gemeten hoogte
Toegepaste atmosferische correctie (ppm)
Aan het punt gekoppelde attributen
Nederlands
59

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Pos 180

Inhoudsopgave