Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Een Lay-Out Koppelen Aan De Bedienings- Of Joystickknoppen; Lay-Out Van Stations Resetten; Voorinstellingen; Een Nieuwe Voorinstelling Opslaan - Garmin Volvo Penta GLASS COCKPIT Gebruikershandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor Volvo Penta GLASS COCKPIT:
Inhoudsopgave

Advertenties

• Als u andere gegevensbalken, zoals de mediabediening,
wilt inschakelen, selecteert u Bovenstang of Onderste
balk en selecteert u de benodigde opties.
3
Selecteer OK.
Een lay-out koppelen aan de bedienings- of joystick-
knoppen
U kunt lay-outs koppelen aan de bedienings- of joystickknoppen.
Wanneer u op een knop drukt, wordt de daaraan gekoppelde
lay-out op de stationsschermen geopend.
1
Selecteer in het startscherm Menu > Koppel lay-out.
2
Selecteer de naam van een item of knop.
3
Selecteer Selecteer lay-out.
4
Selecteer een lay-out om aan het item of de knop te
koppelen.
5
Indien nodig herhaalt u stap 2 t/m 4 voor de resterende
knoppen.
Wanneer u op de toegewezen bedienings- of joystickknop drukt,
wordt de daaraan gekoppelde lay-out geopend op de
stationsschermen.

Lay-out van stations resetten

U kunt de lay-outs voor alle stations herstellen naar de
fabrieksinstellingen.
Selecteer Instellingen > Systeem > Stationsgegevens >
Herstel stations.

Voorinstellingen

Een voorinstelling is een verzameling instellingen waarmee u
het scherm of de weergave kunt optimaliseren. U kunt
specifieke voorinstellingen gebruiken om groepen instellingen te
optimaliseren voor uw activiteiten. Zo kunnen bepaalde
instellingen ideaal zijn voor het vissen en andere voor het varen.
Voorinstellingen zijn beschikbaar op bepaalde schermen, zoals
kaarten, echoloodweergaven en radarweergaven.
Selecteer Menu >
en selecteer de voorinstelling om een
voorinstelling te kiezen voor een compatibel scherm.
Als u een voorinstelling gebruikt en de instellingen of weergave
wijzigt, kunt u deze opslaan in de voorinstelling of een nieuwe
voorinstelling maken op basis van de nieuwe aanpassingen.

Een nieuwe voorinstelling opslaan

Nadat u de instellingen en de weergave van een scherm hebt
aangepast, kunt u deze wijzigingen opslaan als een nieuwe
voorinstelling.
1
Wijzig de instellingen en weergave in een compatibel
scherm.
2
Selecteer Menu >
> Sla op > Nieuw.
3
Voer een naam in en selecteer OK.

Voorinstellingen beheren

U kunt de meegeleverde voorinstellingen aanpassen en de
voorinstellingen die u hebt gemaakt, bewerken.
1
Selecteer Menu >
> Beheer in een compatibel scherm.
2
Selecteer een voorkeuze.
3
Selecteer een optie:
• Als u de naam van de voorinstelling wilt wijzigen,
selecteert u Wijzig naam, voert u een naam in en
selecteert u OK.
• Selecteer Wijzig en werk de voorinstelling bij om de
voorinstellingen te bewerken.
• Selecteer Wis om de voorinstelling te verwijderen.
• Selecteer Herstel alles om alle voorinstellingen terug te
zetten naar de fabrieksinstellingen.
4

Het type boot instellen

U kunt uw type boot selecteren om de kaartplotterinstellingen te
configureren en functies te gebruiken die zijn afgestemd op uw
type boot.
1
Selecteer Instellingen > Mijn boot > Type boot.
2
Selecteer een optie.

De schermverlichting aanpassen

1
Selecteer Instellingen > Systeem > Weergave >
Schermverlichting.
2
Pas de schermverlichting aan.
TIP: Druk in een willekeurig scherm herhaaldelijk op
helderheid van de schermverlichting aan te passen. Dit is
handig voor wanneer de helderheid zo laag is, dat u het
scherm niet meer kunt zien.

De kleurmodus aanpassen

1
Selecteer Instellingen > Systeem > Geluiden en scherm >
Kleurmodus.
TIP: Selecteer
> Kleurmodus vanuit een willekeurig
scherm om de kleurinstellingen te openen.
2
Selecteer een optie.

Het startscherm aanpassen

U kunt het startscherm van uw kaartplotter aanpassen.
1
Plaats een geheugenkaart die de afbeelding bevat dat u wilt
gebruiken.
2
Selecteer Instellingen > Systeem > Geluiden en scherm >
Beginafbeelding > Selecteer afbeelding.
3
Selecteer de kaartsleuf voor de geheugenkaart.
4
Selecteer de afbeelding.
Gebruik een afbeelding van 50 MB of minder voor de beste
resultaten.
5
Selecteer Stel in als beginafbeelding.
Schakel de kaartplotter uit en weer in om het startscherm weer
te geven met de nieuwe afbeelding.

De kaartplotter automatisch inschakelen

U kunt instellen dat de kaartplotter automatisch aangaat als de
spanning wordt ingeschakeld. Anders moet u de kaartplotter
inschakelen door op
te drukken.
Selecteer Instellingen > Systeem > Automatisch inschak..
OPMERKING: Als Automatisch inschak. op Aan staat, de
kaartplotter is uitgeschakeld met
toestel haalt en binnen twee minuten weer aanbrengt, kan
het zijn dat u op
moet drukken om de kaartplotter weer te
starten.

Het systeem automatisch uitschakelen

U kunt de kaartplotter en het volledige systeem automatisch
laten uitschakelen als het gedurende de geselecteerde periode
in de slaapstand heeft gestaan. Anders dient u
houden om het systeem handmatig uit te schakelen.
1
Selecteer Instellingen > Systeem > Automatisch
uitschakelen.
2
Selecteer een optie.
ActiveCaptain
VOORZICHTIG
Met deze functie kunnen gebruikers informatie verzenden.
Garmin doet geen uitspraken over de nauwkeurigheid,
volledigheid of actualiteit van door gebruikers ingediende
om de
en u de spanning van het
ingedrukt te
app
ActiveCaptain
app

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave