4
Beschrijving
Afbeelding 4-4
4-6
Hefsysteemvering
(extra uitvoering)
Als de machine op een grotere afstand wordt gereden,
vooral met een gevulde shovel, is het zinvol de
hefsysteemvering (4-8/15) in te schakelen om het slingeren
van de machine te verminderen. Vooral als het terrein erg
oneffen is en de machine met een grote snelheid wordt
gereden.
Shovelpositieopgave
Door gekleurde markeringen aan de hoekplaten links en
rechts aan de shovelrug kan de bestuurder de positie van
de shovel aflezen. Als de gekleurde markeringen (4-4/pijl)
een horizontale lijn vormen, staat de shovelbodem paral-
lel t.o.v. de bodem.
Uitrusting
Bestuurderscabine
Standaard
ROPS-uitvoering
overeenstemmingsverklaring. Comfortabel instap van
beide kanten, goede zicht, vergrendelbare deuren met
zwenkbare en vergrendelbar e ruitonderdelen, zonneklep,
ruitewisser en ruitesproeier voor voor- en achterruit,
achterruitverwarming, omschakelbaar verwarmings- en
ventilatiesysteem, verwarmings- en ventilatiefilter.
Bestuurderszit
De bestuurderszit is hydraulisch geveerd en met een
gewichtscompensatie voorzien Horizontale instelling,
zithoogte-instelling en instelmogelijkheden voor rugleuning
en kantelhoek maken een optimale individuele aanpassing
mogelijk. De bekkengordel samen met de omklapbare
armleuningen en de ergonomisch voordelig gevormde
zitting- en rugkussens zorgen voor een veilige en
comfortabel zitpositie.
4.3
Wielen vervangen
(1) Machine op vaste grond parkeren.
(2) Rijschakelaar (4-7/3) in „0"- positie brengen.
(3) Vastzetrem (4-7/4) trekken.
(4) Bij het vervangen van de wielen vooras:
- Shovelarm optillen en shovelarmsteun (1-1/pijl) instellen.
- Het zwenksysteem door plaatsen van de blokkeerspie
(1-3/pijl) in in het blokkeersysteem blokkeren (1-4/pijl).
Daarvoor blokkeerspie uit houder nemen, met
veerbeveiliging beveiligen.
(4) Bij het vervangen van de wielen achteras:
Aanbouwapparatuur op zij stellen.
met
EEG-
S050/S051/Z050