4.4
Bestuurdersstoel en passagiersstoel
Voor het wegrijden de bestuurders- en de bijrijdersstoel in rijrichting omdraaien en
De stoelen tijdens het rijden in rijrichting vergrendelt laten en niet verdraaien.
Naargelang model en uitrustingsvariant variëren de mogelijkheden van de
4.4.1
Bestuurdersstoel en passagiersstoel in rijpositie zetten
1. Zet beide armleuningen omhoog.
2. De bestuurdersstoel/bijrijdersstoel naar achteren of in de middelste stand schuiven.
3. De hendel voor het omdraaien van de stoel naar boven drukken.
4. De stoel in rijrichting draaien en vergrendelen.
4.4.2
Stoelverstelling
4.4.2.1
Stoel zonder hoogte- en hellingshoekinstelling
Afb. 21
CAR-0000-02NL_V02
vergrendelen.
stoelverstelling.
Stoelverstelling zonder hoogte-
en hellingshoekinstelling
Tijdens het rijden
1
Stoelverstelling in lengterichting
2
Armsteunverstelling
3
Rugleuningverstelling
4
Hendel voor het omdraaien van de stoel
4
43