9.12
Tab. 88
Nr.: 9_9450 12 NL
9
Bedrijf
9.12
Veiligheidsventiel controleren
Veiligheidsventiel controleren
Overzicht
■
Test voorbereiden
■
Test uitvoeren
■
Test op correcte wijze beëindigen
■
Reset uitvoeren
Wanneer de testmodus is geactiveerd, wordt de zwelwaarde voor de afblaasbeveiligingssto‐
ring verhoogd en de regeling van de netdruk uitgeschakeld.
Voor de volgende beschrijving van de test wordt de parameter
terne drukmeetomvormer de parameter
Checkbox
☑
☐
Status checkbox
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwondingen door overdruk!
➤ De volgende handelingen moet u in de aangegeven volgorde uitvoeren.
Test voorbereiden
1. Bepaal de afblaasdruk van het veiligheidsventiel en leg deze vast (zie de weergavewaarde
pRV in het display van de sturing of de bedrijfshandleiding van de machine in hoofdstuk "Tech‐
nische gegevens").
2. Reken een 11% hogere waarde van de afblaasdruk van het veiligheidsventiel uit en noteer de‐
ze.
3. Druk op de toets «Uit» om de machine uit te schakelen.
4. Sluit de plaatselijke afsluitventiel tussen de machine en het persluchtnet.
5. Meld u aan met toegangsniveau 2.
<Installatietest – TÜV Inspectie> op.
6. Roep het menu 9.1
6 . 1 b a r
0 8 : 1 5
9.1 TÜV Inspectie
Veiligheidsventiel
pRV:
16.0bar ¦ pi ⇞
Reset :
BUT ⇞
Offset
0°C ¦ BUT ⇞
Test uitvoeren
1. Selecteer met de toets «Omhoog» of «Omlaag» de regel
Bedieningshandleiding
Sturing
SIGMA CONTROL 2 SCREW FLUID ≥5.0.X
pN gebruikt.
Status
geactiveerd
gedeactiveerd
8 0 ° C
: ☐
0.0bar
☐
·········
: ☐
0.0°C
pi of voor machines zonde in‐
Kopregel
Menu
actieve regel met checkbox
Afblaasdruk veiligheidsventiel (voorbeeld)
Veiligheidsventiel .
189