OPMERKINGEN
• Als u tijdens belichtingsvergrendeling een ander opnameprogramma
kiest, keert de camcorder terug naar automatische belichting.
• Bij het opnemen van onderwerpen met een sterke lichtbron op de
achtergrond wordt door de camcorder automatisch het tegenlicht
gecorrigeerd*. U kunt de automatische tegenlichtcorrectie uitschakelen
met de optie 7
* Behalve in de stand
cinematografisch filter dan [Cinemastandaard].
Limiet automatische versterkingsregeling (AGC)
Bij het maken van opnamen in donkere omgevingen zal de camcorder de
versterking automatisch verhogen om een helderder beeld te krijgen. Het
gebruik van hogere versterkingswaarden kan echter resulteren in meer
videoruis. Door een maximale waarde in te stellen voor de versterking,
beperkt u de hoeveelheid ruis. Hoe kleiner de AGC-limiet, hoe donkerder
de opname zal zijn, maar wel met minder ruis.
Bedieningsstanden:
8
[FUNC.]
[A]** om de AGC-limiet in te stellen
* Raak [z Auto] aan om de limiet voor de automatische versterking te verwijderen.
** U kunt ook uw vinger over de regelaar slepen.
• De geselecteerde AGC-limiet verschijnt op het scherm.
Handmatige scherpstelling
Automatische scherpstelling werkt mogelijk niet goed bij de
onderwerpen hieronder. Stel in een dergelijk geval handmatig scherp.
• Reflecterende oppervlakken
• Onderwerpen met weinig
contrast of zonder verticale
lijnen
90
Video
8
[Autom. achtergr.verl.corr.].
wanneer u gebruikmaakt van een ander
[P AGC-limiet]
8
[y Handmatig]*
8
[a]
• Snel bewegende onderwerpen
• Opnamen via natte ramen
• Nachtscènes
8
[y] of