4.
Trek de klem (2) eruit in de onderhoudspositie. De
klem is beveiligd tegen uitvallen.
5.
Trek de module recht en zonder draaibeweging uit
het product.
6.
Maak het onderste deel van de module door deze te
verdraaien los van het bovenste deel.
7.
Let op de inbouwpositie. Verwijder de zeef (1).
8.
Spoel de zeef onder een waterstraal tegen de stro-
mingsrichting uit.
9.
Als de zeef beschadigd is, of niet meer voldoende
gereinigd kan worden, vervang de zeef dan.
10.
Gebruik altijd nieuwe O-ringen.
11.
Plaats de zeef weer in de juiste inbouwpositie.
12.
Schuif de klem weer in, tot deze hoorbaar vastklikt.
13.
Open de koudwaterstopkraan.
10.5.6 Reinigings- en controlewerkzaamheden
afsluiten
1.
Bouw de compacte thermomodule in.
(→ Hoofdstuk 10.4.2)
2.
Klap de schakelkast naar boven.
3.
Open alle onderhoudskranen en de gaskraan als dat
nog niet gebeurd is.
4.
Controleer het product op dichtheid.
(→ Hoofdstuk 7.15)
5.
Monteer de voormantel. (→ Hoofdstuk 7.10.3)
6.
Monteer eventueel het voorpaneel onder het display.
7.
Installeer eventueel de module onder het product (→
installatiehandleiding module).
8.
Breng de stroomvoorziening tot stand als dat nog niet
gebeurd is.
0020297502_04 Installatie- en onderhoudshandleiding
9.
10.6
1.
2.
3.
4.
5.
1
6.
7.
8.
2
10.7
▶
▶
▶
▶
▶
11 Verhelpen van storingen
11.1
1.
2.
11.2
Als een ingesteld onderhoudsinterval verstreken is of als
een servicemelding voorhanden is, dan verschijnt
display. Het product bevindt zich niet in de foutmodus.
Wanneer meerdere servicemeldingen tegelijkertijd optreden,
worden deze op het display weergegeven. Elke servicemel-
ding moet worden bevestigd.
Onderhoudscodes (→ Bijlage I)
11.3
Wanneer meerdere fouten tegelijkertijd optreden, dan toont
het display de fouten. Elke fout moet worden bevestigd.
11.3.1 Fouten verhelpen
▶
Schakel het product opnieuw in als dat nog niet ge-
beurd is.
Product leegmaken
Stel het product tijdelijk buiten bedrijf.
(→ Hoofdstuk 12.1)
Sluit de onderhoudskranen van het product.
Sluit de gaskraan.
Neem het product in gebruik.
Start het testprogramma P.008. (→ Hoofdstuk 6.4)
Open de aftapkleppen.
◁
Product (CV circuit) wordt geleegd.
Sluit de aftapventielen.
Stel het product tijdelijk buiten bedrijf.
(→ Hoofdstuk 12.1)
Inspectie- en onderhoudswerkzaamheden
afsluiten
Controleer de gasaansluitdruk/gasstroomdruk.
(→ Hoofdstuk 7.10.2)
Controleer het CO₂- en O₂-gehalte. (→ Hoofdstuk 7.10.4)
Controleer het product op dichtheid. (→ Hoofdstuk 7.15)
Stel evt. het onderhoudsinterval opnieuw in.
(→ Hoofdstuk 10.2.1)
Noteer inspectie/onderhoud.
Gegevensoverzicht controleren
Navigeer naar MENU → INSTELLINGEN→ Installa-
teursniveau → Gegevensoverzicht.
Lees de noodbedrijf- en foutgeschiedenis uit
om vast te stellen of een storing aanwezig is.
(→ Hoofdstuk 11.3.2.1)
Servicemeldingen
Foutmeldingen
Aanwijzing
Vanwege een condenswater-blokkadetest na de
laatste ontstekingspoging verschijnen de foutmel-
dingen F.028, F.029 en F.347 vertraagd. Wacht
op de foutmeldingen!
Verhelp de storingen (foutmeldingen/storingscodes) na
controle van de maatregelen.
op het
33