Aanwijzing
De QR-code wordt gedurende 60 seconden
weergegeven.
▶
Scan de QR-code met de app.
◁
Actuele productinformatie wordt in de app weergege-
ven.
8.4
Instellingen voor warm water aanpassen
8.4.1
Warmwatertemperatuur instellen
Geldigheid: Product met geïntegreerde warmwaterbereiding OF Product
met aangesloten warmwaterboiler
Gevaar!
Levensgevaar door legionellabacteriën!
Legionellabacteriën ontwikkelen zich bij
temperaturen onder 60 °C.
▶
Zorg ervoor dat de gebruiker alle maatre-
gelen voor de legionellabeveiliging kent
om de geldende voorschriften voor het
voorkomen van legionellabacteriën te
vervullen.
1.
Neem de geldende aanwijzingen m.b.t. de preventie
tegen legionellabacteriën in acht.
2.
Uitgaande van de basisweergave drukt u op
3.
Stel de gewenste warmwatertemperatuur in.
Geldigheid: Product met systeemthermostaat
▶
Stel eerst de gewenste warmwatertemperatuur op
de bedieningsveld van de warmteopwekker in op de
maximale waarde, voordat u de systeemthermostaat
(eBUS) aansluit.
▶
Stel de gewenste warmwatertemperatuur met
de systeemthermostaat in (→ gebruiksaanwij-
zing/installatiehandleiding systeemthermostaat).
Voorwaarde: Systeemthermostaat aangesloten
▶
Controleer de warmwaterbereiding. (→ Hoofdstuk 7.13)
8.4.2
Comfortmodus
De comfortfunctie maakt het activeren van de naverwarming
van de warmwaterboiler mogelijk. De comfortfunctie is stan-
daard in de fabriek geactiveerd.
0020297502_04 Installatie- en onderhoudshandleiding
9
Overdracht aan de gebruiker
▶
Plak na de installatie de meegeleverde sticker met het
verzoek de handleiding te lezen in de taal van de gebrui-
ker op de voorkant van het product.
▶
Geef aan de gebruiker uitleg over positie en werking van
de veiligheidsinrichtingen.
▶
Instrueer de gebruiker over de bediening van het product.
▶
Wijs de gebruiker vooral op de veiligheidsvoorschriften
die hij in acht moet nemen.
▶
Informeer de gebruiker erover dat het product volgens de
opgegeven intervallen dient te worden onderhouden.
▶
Overhandig de gebruiker alle handleidingen en product-
papieren, zodat hij/zij deze kan bewaren.
▶
Instrueer de gebruiker over getroffen maatregelen voor
de VLT/VGA en wijs hem erop dat hij aan de VLT/VGA
niets mag veranderen.
▶
Wijs de gebruiker erop dat hij geen explosieve of licht
ontvlambare stoffen (bijv. benzine, verf) in de opstellings-
ruimte van het product mag bewaren en gebruiken.
10 Inspectie en onderhoud
▶
Neem de minimale inspectie- en onderhoudsintervallen in
acht.
▶
Onderhoud het product eerder als de resultaten van de
inspectie een eerder onderhoud noodzakelijk maken.
10.1
Originele afdichtingen gebruiken
.
Wanneer u componenten vervangen, gebruik dan alleen de
meegeleverde nieuwe originele afdichtingen, extra afdich-
tingsmiddelen zijn niet nodig.
10.2
Onderhoudsinterval
Een service-interval kan op twee manieren worden gedefini-
eerd.
Via D.084 stelt u het aantal bedrijfsuren in.
Via D.161 stelt u een datum in.
Wanneer u slechts één van beide diagnosecodes (D.084 of
D.161) instelt, wordt de andere diagnosecodes automatisch
naar de fabrieksinstelling teruggezet.
Wanneer u voor D.084 de keuze Niet ingesteld selecteert,
dan wordt de servicemelding met betrekking tot de bedrijfsu-
ren gedeactiveerd. De servicemelding voor de datum blijft
actief en kan niet worden gedeactiveerd.
De servicemelding verschijnt afhankelijk van de gebeurtenis,
die het eerste optreedt (afloop van de uren of bereiken van
de datum).
Na afloop van de servicewerkzaamheden moet u de onder-
houdsintervallen opnieuw instellen. (→ Hoofdstuk 10.2.1)
10.2.1 Onderhoudsinterval instellen/resetten
1.
Stel de diagnosecode D.084 of D.161 in.
(→ Hoofdstuk 6.3)
29