Samenvatting van Inhoud voor Burstner Belcanto 2009
Pagina 1
Gebruiksaanwijzing Aan de gebruiker van dit handboek ... Gebruiksaanwijzing Onze medewerkers feliciteren u met uw nieuwe caravan. U heeft een hoogwaardig voertuig aangeschaft, waarvan u veel plezier zult hebben. Gelijk bij de overname krijgt u van de Bürstner-dealer een gedetailleerde instructie voor alle belangrijke func- ties, zodat u uw caravan altijd correct en vooral eenvoudig kunt bedienen en gebruiken.
Inleiding Voor ingebruikname deze gebruiksaanwijzing volledig 1Inleiding lezen! De gebruiksaanwijzing altijd in het voertuig meenemen. Alle veiligheidsbepa- lingen ook meegeven aan andere gebruikers. Het niet inachtnemen van dit teken kan personen in gevaar brengen. Het niet inachtnemen van dit teken kan leiden tot beschadigingen aan het ...
Inleiding Algemeen Het voertuig is gebouwd volgens de stand der techniek en de erkende veilig- heidstechnische regels. Desondanks kunnen personen letsel oplopen of het voertuig beschadigd worden, als de veiligheidsinstructies in deze gebruiks- aanwijzing niet in acht genomen worden. Het voertuig alleen in technisch onberispelijke staat gebruiken. De gebruiks- aanwijzing in acht nemen.
Pagina 9
Inleiding Voor langere verblijven in steden en gemeentes parkeerplaatsen opzoeken die speciaal voor caravans zijn aangewezen. Bij de betreffende stad of gemeente naar parkeermogelijkheden informeren. Staanplaatsen altijd in schone toestand achterlaten. Belcanto/Trecento - 09/10 - Ausgabe 09/09 - 1865263 - BUE-0015-04NL...
Veiligheid Hoofdstukoverzicht 2Veiligheid In dit hoofdstuk staan belangrijke veiligheidsinstructies. De veiligheidsinstruc- ties dienen ter bescherming van personen en voorwerpen. De instructies hebben betrekking op: de brandveiligheid en het handelen bij brand de omgang met het voertuig in het algemeen ...
Veiligheid Als nooduitgangen gelden alle ramen en deuren, die voldoen aan de volgende criteria: Naar buiten openend of verschuivend in horizontale richting Openingshoek ten minste 70° Diameter van de kozijndagmaat ten minste 450 mm Afstand tot de voertuigbodem maximaal 950 mm ...
Veiligheid Tijdens de rit mogen er zich geen personen in de caravan bevinden. Bij onderdoorgangen, tunnels e.d. rekening houden met de totale hoogte van het voertuig (inclusief daklasten). In de winter moet voor het begin van de rit het dak sneeuw- en ijsvrij zijn. ...
Veiligheid Gasinstallatie 2.5.1 Algemene instructies Voor het begin van de rit, bij het verlaten van het voertuig of als de gas- toestellen niet gebruikt worden, alle gasafsluitkranen en de hoofdafsluit- kraan aan de gasfles sluiten. Bij het tanken, op veerponten of in de garage, mag geen apparaat (bijv. ...
Veiligheid De gaskast is door zijn functie en constructie een ruimte met opening naar buiten. De standaard ingebouwde kunstmatige ventilatie nooit afdekken of dichtzetten. Ontsnappend gas kan anders niet naar buiten worden weggeleid. De gaskast niet als opbergruimte gebruiken, omdat er geen vocht kan ...
Veiligheid Elektrische installatie Alleen vaklieden aan de elektrische installatie laten werken. Voordat er werkzaamheden worden uitgevoerd aan de elektrische installatie, alle apparaten en lichten uitschakelen, de accu afklemmen en het voertuig van het net scheiden. Alleen originele zekeringen met juiste waarden gebruiken. ...
Voor het rijden Hoofdstukoverzicht 3Voor het rijden In dit hoofdstuk staat belangrijke informatie over wat u voor het begin van de rit in acht moet nemen en welke handelingen u voor de rit moet uitvoeren. De instructies hebben betrekking op: de sleutels ...
Voor het rijden Aankoppelen Bij het aan- of afkoppelen van een aanhanger is voorzichtigheid geboden. Ongeval- en verwondingsgevaar! Tijdens het rangeren voor het aan- of afkoppelen mag niemand zich tussen het trekvoertuig en de aanhanger bevinden. Rekening houden met de toelaatbare oplegdruk en achterasbelasting ...
Voor het rijden Controleren of de aanhangerkoppeling juist op de koppelingskogel zit. Let op de veiligheidsindicatie. Controleren of alle kriksteunen en het neuswiel omhoog zijn gedraaid. De lichtinstallatie van de caravan controleren bij aangesloten trekvoertuig. Aanhangerkoppelingen Voor het aankoppelen zorgen dat de kogelkop van de trekhaak schoon en ...
Voor het rijden 3.4.2 Veiligheidskoppeling AKS 3004 Afb. 3 Veiligheidskoppeling AKS 3004 Aankoppelen: Stabiliseringshendel (Afb. 3,1) tot aan de aanslag naar boven trekken. Koppelingsgreep (Afb. 3,2) naar boven trekken. Geopende veiligheidskoppeling op trekhaakkogel zetten. De koppelings- greep vergrendelt hoorbaar en gaat terug in de uitgangspositie. Aanvullend de koppelingsgreep met de hand (niet met de voet) naar ...
Voor het rijden Om de stabilisatie-inrichting uit te schakelen, bijv. bij het rangeren, de koppe- lingsgreep (Afb. 4,1) langzaam omhoog trekken tot de gesloten stand (Afb. 4,3) bereikt is. Aankoppelhulp Easy-Pull (speciale uitvoering) Bij sterk hellend terrein of zware grond kan de gordel om de aanhanger- ...
Voor het rijden Neem ook de gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht. 1 Controle-LED Afb. 6 Controle-LED Aanhanger aankoppelen. De aanhanger middels de aansluitkabel aan het trekvoertuig koppelen. Het aanhangerregelsysteem start een zelftest. De controle-LED (Afb. 6,1) op de aanhanger licht ca.
Voor het rijden Afkoppelen Bij het aan- of afkoppelen van een aanhanger is voorzichtigheid geboden. Ongeval- en verwondingsgevaar! Let voor het aankoppelen bovendien op de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing. Afkoppelen: Handrem van de caravan aantrekken. De wielkeggen tegen beide wielen aan leggen. ...
Voor het rijden 3.8.1 Begrippen In de techniek is het begrip "massa" tegenwoordig in de plaats van het begrip "gewicht" gekomen. In het algemene taalgebruik is "gewicht" echter nog het gangbare begrip. Voor een beter begrip wordt daarom in de vol- gende secties het begrip "massa"...
Voor het rijden Bijkomende uitrusting Tot de bijkomende uitrusting behoren toebehoren en speciale uitvoeringen. Voorbeelden voor bijkomende uitrusting zijn: Reservewiel Fietsenrek Satellietinstallatie Magnetron Warmwatervoorziening De gewichten van de verschillende speciale uitvoeringen zijn in hoofdstuk 15 aangegeven of kunnen bij de fabrikant worden opgevraagd.
Voor het rijden De bijlading (zie sectie 3.8.1) is het verschil in gewicht tussen De technisch toegelaten totale massa in beladen toestand en De massa van het voertuig in rijklare toestand. Te berekenen mas- Berekening sa in kg Voorbeeld voor het Technisch toegelaten totale massa vol- 1500...
Voor het rijden Afb. 7 Verkeerde gewichtsverdeling Verkeerd beladen Uit elkaar liggende lasten (Afb. 7) doen de caravan slingeren. Afb. 8 Juiste gewichtsverdeling Juist beladen Zware voorwerpen zoals voortent, conserven e. d. niet in de caravan, maar in het trekvoertuig onderbrengen. Fietsen op het dak van het trekvoertuig beves- tigen.
Voor het rijden Aanhangwagengewicht Het in de voertuigpapieren opgegeven aanhangwagengewicht (Afb. 9,1) van het trekvoertuig geeft uitsluitsel welk maximum gewicht het trekvoertuig mag trekken. Het aanhangwagengewicht heeft betrekking op het daadwerkelijke gewicht van de caravan en niet op de technisch toegelaten totale massa van de caravan.
Pagina 29
Voor het rijden Fietsen met aanwezige riemen bevestigen en na een paar kilometer controleren of zij goed zijn bevestigd. De bevestiging van de fietsen op het fietsenrek na de eerste 10 km rijden en vervolgens bij iedere rustpauze controleren. Fietsenrek niet als bagagerek of als ladder gebruiken.
Voor het rijden Fietsenrek aan Het fietsenrek wordt aan de bovenkant in twee houders aan de achterwand achterwand gehangen en onderaan aan de vloerplaat vastgeschroefd. Afb. 11 Fietsenrek aan achterwand Fietsen bevestigen: Fietsen op het fietsenrek zetten en met Quick-riemen vastbinden. ...
Voor het rijden 3.10 Televisie (speciale uitvoering) Voor het begin van de rit de televisie van de drager verwijderen en veilig opbergen. Voor het begin van de rit het flatscreen en de beeldschermhouder in de basispositie brengen en vergrendelen. Wanneer de beeldschermhouder in een TV-kast is ingebouwd: TV-kast sluiten.
Pagina 32
Voor het rijden Controles Gecon- troleerd Externe steunen verwijderd Kriksteunen en neuswiel volledig omhooggedraaid Wielkeggen verwijderd en opgeborgen Opstap veilig opgeborgen of ingeklapt Serviceluiken gesloten en vergrendeld Ingangsdeur gesloten Woonopbouw binnen Ramen en dakluiken gesloten en vergrendeld Televisie van de drager verwijderd en veilig opgeborgen Flatscreen vergrendeld TV-antenne ingetrokken (voorzover ingebouwd) Losse delen opgeborgen of bevestigd...
Tijdens de rit Hoofdstukoverzicht 4Tijdens de rit In dit hoofdstuk staan instructies voor het rijden met de caravan. De instructies hebben betrekking op: de rijsnelheid de remmen het achteruitrijden Gebruik van de caravan Tijdens de rit mogen er zich geen personen in de caravan bevinden. ...
Pagina 34
Tijdens de rit Afb. 13 Rijden Afb. 14 Naar links sturen Achteruitrijden: Zo ver tot de inrit rijden, tot de achterkant van de caravan ongeveer op de hoogte van de inrit is (Afb. 13). Bij stilstaande combinatie naar links sturen (Afb. 14). ...
Caravan opstellen Hoofdstukoverzicht 5Caravan opstellen In dit hoofdstuk staan instructies voor het opstellen van het voertuig. De instructies hebben betrekking op: de handrem de wielkeggen de bediening van de steunen de opstap de mobiele afvalwatertank de 230-V-aansluiting ...
Caravan opstellen Met behulp van het neuswiel de caravan horizontaal zetten. Voor de controle een kleine waterpas gebruiken. Nadat de caravan precies horizontaal staat, de kriksteunen naar beneden draaien. Afb. 18 Kriksteun naar beneden Afb. 19 Kriksteun naar beneden gedraaid (variant 1) gedraaid (variant 2) Naar beneden draaien: De standaard bijgevoegde handslinger op de zeskant (Afb.
Caravan opstellen Afvalwatertank, mobiel (speciale uitvoering) Afb. 21 Afvalwatertank, mobiel De afvalwatertank (Afb. 21,1) wordt tijdens de rit in de gaskast van de caravan bewaard. De afvoerbuis (Afb. 21,3) van de caravan bevindt zich onder de bodem van het voertuig in rijrichting links. Voordat de waterinstallatie wordt gebruikt: Afvalwatertank zo onder de caravan zetten dat de opening (Afb.
Caravan opstellen Installatie afstellen: De televisie inschakelen. De receiver met de netschakelaar inschakelen. Op de afstandsbediening de toets "SEARCH" indrukken. De satellietan- tenne richt zich uit de parkeerstand op en schakelt in de zoekmodus. Als de installatie de laatst gekozen satelliet heeft gevonden, dan verschijnt automatisch het laatst gekozen TV-programma.
Wonen Hoofdstukoverzicht 6Wonen In dit hoofdstuk staan instructies voor het wonen in het voertuig. De instructies hebben betrekking op: het openen en sluiten van deuren en serviceluiken de lichtschakelaars het instellen van de halogeenspotlights het positioneren van de televisie ...
Wonen Bij ingangsdeuren met een linkse aanslag gebeurt het vergrendelen en openen in spiegelbeeld ten opzichte van de weergegeven ingangsdeur. 6.1.2 Ingangsdeur, binnen (tweedelig) Afb. 24 Deurslot ingangsdeur, binnen, Afb. 25 Deurslot ingangsdeur, binnen, open vergrendeld Openen: De deurgreep (Afb. 24,1) naar beneden drukken. ...
Wonen 6.1.4 Ingangsdeur, buiten (eendelig) Afb. 27 Deurslot ingangsdeur, buiten Openen: Sleutel in cilinderslot (Afb. 27,1) steken en draaien, tot het deurslot is ont- grendeld. Sleutel in middelste stand terugdraaien en uittrekken. Aan de deurgreep (Afb. 27,2) trekken. De deur is geopend. ...
Wonen 6.1.6 Raam ingangsdeur (eendelig) Al naargelang het model is in de ingangsdeur een raam met een rolhor en een verduisteringsrollo geïntegreerd. Afb. 29 Raam in de ingangsdeur, ver- Afb. 30 Raam in de ingangsdeur in grendelingshendel gesloten stand "continue ventilatie" Raam openen: De vergrendelingsknop (Afb.
Wonen Afb. 31 Rolgordijn Verduisteringsrollo Om het verduisteringsrollo te sluiten en te openen: Sluiten: De greep samendrukken en het verduisteringsrollo van onder naar boven trekken en vergrendelen. Openen: De greep samendrukken. De vergrendeling wordt ontgrendeld. Het verduisteringsrollo aan de greep langzaam terug laten lopen. ...
Wonen Openen: Lijst (Afb. 32,2) iets naar beneden drukken, tot de rolhor uit de vergrende- ling komt, en de rolhor langzaam in de rolgordijnbehuizing terugbrengen. 6.1.8 Vouwbare hor aan de ingangsdeur (speciale uitvoering) De hor helemaal openen voordat de ingangsdeur wordt gesloten. ...
Wonen 6.2.1 Klepslot, ellipsvormig Bij regen kan water via het geopende klepslot binnendringen. Daarom de slotgreep sluiten. Afb. 34 Klepslot, ellipsvormig, gesloten Openen: Sleutel in cilinderslot (Afb. 34,1) steken en een kwartslag tegen de klok in draaien. Slotgreep (Afb. 34,2) springt eruit. De sleutel eruit trekken.
Wonen Sluiten: Serviceluik volledig sluiten. Slotgreep draaien, tot deze horizontaal staat. Het klepslot is nu vergren- deld, maar nog niet afgesloten. Sleutel in cilinderslot steken. Slotgreep met ingestoken sleutel indrukken en de sleutel een kwartslag draaien. De slotgreep blijft vergrendeld. De sleutel eruit trekken.
Wonen 6.2.5 Afsluitdeksel voor drinkwatervulopening (alleen bij watertank 40 l) Afb. 38 Afsluitdeksel voor drinkwater- Afb. 39 Afsluitdeksel voor drinkwater- vulopening vulopening (alternatief) De drinkwatervulopening is gekenmerkt met het opschrift "WASSER" (water) (Afb. 38,1) of het symbool " " (Afb. 39,1). Openen: Sleutel in cilinderslot (Afb.
Wonen Sluiten: Meubelluik sluiten. Drukknop indrukken, tot deze vastklikt. Na het vastklikken is het meubelluik goed gesloten. 6.3.2 Meubelluiken met greep en drukknop 1 Ontgrendelingsknop 2 Greep Afb. 41 Meubelluik met greep (voor- beeld) Openen: De ontgrendelingsknop (Afb. 41,1) aan de greep (Afb. 41,2) indrukken en ...
Wonen Lichtschakelaar 6.4.1 Ingangsbereik Afb. 43 Lichtschakelaar Afb. 44 Voortentverlichting In het ingangsbereik bevinden zich de lichtschakelaars voor de volgende lampen: Zitgroepverlichting (Afb. 43,1) Voortentverlichting (Afb. 43,2 en Afb. 43,3) Bij modellen zonder de lichtschakelaar (Afb. 43,2) wordt de voortentver- ...
Wonen Afb. 47 Kookplaatsverlichting Afb. 48 Woonruimteverlichting, licht- schakelaar gescheiden van de lamp De lichtschakelaars in de woonruimte bevinden zich direct bij de betreffende lamp (Afb. 47,1) en of in het gedeelte van de zitgroep (Afb. 48,1) resp. de bedden. Spotlight Gloeilampen en lamphouders kunnen erg warm worden.
Wonen Bij vorstgevaar de flatscreen-televisie uit het voertuig verwijderen. Neem ook de gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht. 6.6.1 Houder aan zuil De houder voor het flatscreen is bevestigd aan een zuil. Afb. 50 Houder aan zuil Positioneren: De ontgrendelingsgreep (Afb.
Wonen Opbergen: Flatscreen terugdraaien naar de uitgangspositie. Schuifblad (Afb. 51,2) inschuiven, tot de ontgrendelingslijst (Afb. 51,1) vastklikt. Verwarmen Als de verwarming aanstaat wordt de gasafvoerbuis in de kledingkast heet. Daarom geen hittegevoelige kledingstukken in de onmiddellijke buurt van de gasafvoerbuis bewaren (zie ook hoofdstuk 9). De bediening van de verwarming is in hoofdstuk 9 beschreven.
Wonen Ramen De ramen zijn uitgerust met verduisteringsrollo of vouwverduistering en met rolhor of vouwbare hor. Verduisteringsrollo's en rolhorren springen na het losmaken van de vergrendeling door trekkracht automatisch terug in de uitgangspositie. Om het trekmechanisme niet te beschadigen het verduis- teringsrollo of rolhor vasthouden en langzaam in de uitgangspositie terug- brengen.
Pagina 54
Wonen Afb. 52 Vergrendelingshendel in stand Afb. 53 Uitzetbaar raam met draaibare "gesloten" uitzetters, geopend Openen: De vergrendelingshendel (Afb. 52,3) een kwartslag naar het midden van het raam draaien. Uitzetbaar raam tot de gewenste stand openen en met kartelknop ...
Wonen Bij regen kan er spatwater in de woonruimte binnendringen, als het uitzetbare raam in de stand "continue ventilatie" staat. Daarom de uitzetbare ramen vol- ledig sluiten. 6.9.2 Uitzetbaar raam met automatische uitzetters Het raam helemaal openen om de vergrendeling op te heffen. Als de ver- ...
Wonen Om het uitzetbaar raam in de stand "continue ventilatie" te brengen: De vergrendelingshendel (Afb. 57,3) een kwartslag naar het midden van het raam draaien. Het uitzetbaar raam licht naar buiten duwen. De vergrendelingshendel een kwartslag naar het raamkozijn draaien. De ...
Wonen Rolhor De rolhor bevindt zich in de rolgordijnbehuizing bovenaan. Sluiten: Rolhor aan de greep (Afb. 58,1) naar beneden trekken en aan beide zijden van het raamkozijn in de vergrendeling (Afb. 58,3) hangen. Openen: Greep (Afb. 58,1) naar beneden drukken en de greep daarbij licht naar ...
Wonen De dakluiken zijn uitgerust met verduisteringsrollo of vouwverduistering en met rolhor of vouwbare hor. Verduisteringsrollo en rolhor springen na het losmaken van de vergrendeling door trekkracht automatisch terug in de uit- gangspositie. Om het trekmechanisme niet te beschadigen het verduiste- ringsrollo of rolhor vasthouden en langzaam in de uitgangspositie terugbrengen.
Wonen Afb. 62 Heki-dakluik in ventilatiestand Afb. 63 Vergrendeling ventilatiestand Ventilatiestand Het Heki-dakluik kan in twee ventilatiestanden worden gezet: Stand voor slecht weer (Afb. 62,1) en middelste stand (Afb. 62,2). Al naargelang het model kan het dakluik in de middelste stand met de grendel (Afb. 63,1) ver- grendeld worden.
Wonen Openen: Vergrendelingsknop (Afb. 64,1) indrukken en vergrendelingshendel (Afb. 64,2) een kwartslag naar binnen draaien. Beugel (Afb. 64,4) naar beneden uit de vergrendeling trekken. Heki-dakluik met de beugel naar boven drukken. Beugel weer in de vergrendeling drukken. ...
Wonen Openen: Verduisteringsrollo met een hand bij de greep vasthouden. Met de andere hand de ontgrendelingslijst bij de greep van de rolhor (Afb. 67,1) in de richting van de greep drukken. De vergrendeling wordt ontgrendeld. Het verduisteringsrollo aan de greep langzaam terug laten lopen. ...
Wonen 6.11.2 Heftafel, verschuifbaar Afb. 70 Heftafel, verschuifbaar Het tafelblad van de heftafel kan worden verschoven. Tafelblad verschuiven: Kartelschroef (Afb. 70,3) losdraaien. Tafelblad (Afb. 70,2) in de gewenste stand schuiven. Kartelschroef weer vastdraaien. De tafel kan door het hefmechanisme ook als bed-onderstel worden gebruikt. Ombouw tot bed-onderstel: De vergrendelingshendel (Afb.
Wonen 6.12.2 Vast bed (handmatige opsteller) Lattenbodem bij het sluiten niet naar beneden laten vallen! Afb. 71 Vast bed Onder het bed bevindt zich de bedkast. In de bedkast kan bijv. beddengoed worden opgeborgen. Voor het inruimen en het uitruimen van de bedkast de lattenbodem naar boven klappen.
Wonen Sluiten: Lattenbodem tegen de weerstand van de gasdrukveren naar beneden duwen. Matras indien nodig achter de plaat drukken. 6.12.4 Vast bed (verstelbaar hoofddeel) Lattenbodem bij het sluiten niet naar beneden laten vallen! Afb. 73 Verstelbaar hoofddeel Afhankelijk van uitrusting is het hoofddeel van de lattenbodem in meerdere trappen verstelbaar.
Wonen 6.12.5 Bedverbreding éénpersoonsbedden (speciale uitvoering) 1 Matras 2 Opzetstuk nachtkastje 3 Schuifblad nachtkastje 4 Lattenbodem 5 Extra kussen 6 Extra kussen Afb. 74 Voor de ombouw Afb. 75 Tijdens de ombouw Afb. 76 Na de ombouw Opzetstuk van het nachtkastje (Afb. 74,2) verwijderen en opzij zetten. ...
Wonen 6.13 Zitgroepen ombouwen om te slapen 6.13.1 Lengte- en middelste zitgroep met extra kussen 1 Rugkussen 2 Zitkussen 3 Tafel 4 Zitkussen 5 Rugkussen 6 Extra kussen Afb. 77 Voor de ombouw Afb. 78 Tijdens de ombouw Afb. 79 Na de ombouw Tafel (Afb.
Wonen 6.13.2 Ronde zitgroep met vierkante tafel Al naargelang het model, kan de zitgroep van de hier weergegeven zit- groep afwijken in vorm en positie. 1 Rugkussen 2 Zitkussen 3 Tafel 4 Rugkussen 5 Rugkussen 6 Extra kussen (enkel resp. klapbaar) Afb.
Wonen 6.13.3 Ronde zitgroep met extra kussen (klapbaar) Al naargelang het model, kan de zitgroep van de hier weergegeven zit- groep afwijken in vorm en positie. 1 Rugkussen 2 Zitkussen 3 Tafel 4 Rugkussen 5 Rugkussen 6 Extra kussen (klapbaar) Afb.
Gasinstallatie Hoofdstukoverzicht 7Gasinstallatie In dit hoofdstuk staan instructies voor de gasinstallatie van het voertuig. De instructies hebben betrekking op: de veiligheid het wisselen van gasflessen de gasafsluitkranen de externe gasaansluiting de automatische omschakelinstallatie de alarminstallatie voor gasgevaar ...
Gasinstallatie De ingebouwde gastoestellen zijn uitsluitend ontworpen voor gebruik met propaangas, butaangas of een mengsel van beide gassen. De gas- drukregelaar alsmede alle ingebouwde gastoestellen zijn ontworpen voor een bedrijfsdruk van 30 mbar. Propaangas is gasvormig tot -42 °C, butaangas daarentegen slechts tot ...
Gasinstallatie Alleen gasflessen van 11 kg of 5 kg gebruiken. Campinggasflessen met ingebouwd terugslagventiel (blauwe flessen met een inhoud van max. 2,5 resp. 3 kg) mogen in uitzonderingsgevallen met een veiligheidsven- tiel worden gebruikt. Voor buitengasflessen zo kort mogelijke slangen gebruiken (max. ...
Gasinstallatie Gasafsluitkranen 1 Kookplaat 2 Boiler (speciale uitvoering) 3 Bakoven (speciale uitvoering) 4 Koelkast 5 Verwarming Afb. 90 Symbolen van de gasafsluit- kranen In het voertuig is voor ieder gastoestel een gasafsluitkraan (Afb. 90) inge- bouwd. De gasafsluitkranen bevinden zich achter een luik in het keukenge- deelte.
Gasinstallatie Extern gastoestel op het aansluitpunt (Afb. 91,1) aansluiten. De gasafsluitkraan (Afb. 91,2) openen. DuoControl-omschakelinstallatie (speciale uitvoering) De omschakelinstallatie niet gebruiken in gesloten ruimtes. Neem ook de gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht. De DuoControl is een automatische omschakelinstallatie met afstandsindi- catie voor een tweeflessen-gasinstallatie.
Gasinstallatie In gebruik nemen: De hoofdafsluitkranen van de gasflessen (Afb. 92,1 en 6) openen. Met de draaiknop (Afb. 92,4) op het omschakelventiel (Afb. 92,3) de gas- fles kiezen waaruit als eerste gas genomen moet worden (bedrijfsfles). De draaiknop altijd tot aanslag draaien. Op het bedieningspaneel (Afb.
Pagina 77
Gasinstallatie Afb. 94 Gassensor De knipperende LED (Afb. 94,2) naast de klembalk van de gassensor (Afb. 94,1) geeft aan dat deze bedrijfsklaar is. Zoemer uitschakelen: De 12-V-voorziening een kort ogenblik uitschakelen en weer inschakelen (bijv. op beveiligingsautomaat in de voedingseenheid). Belcanto/Trecento - 09/10 - Ausgabe 09/09 - 1865263 - BUE-0015-04NL...
Elektrische installatie Hoofdstukoverzicht 8Elektrische installatie In dit hoofdstuk staan instructies voor de elektrische installatie van het voer- tuig. De instructies hebben betrekking op: de veiligheid verklaringen van begrippen met betrekking tot de accu het 12-V-boordnet het stroomvoorzieningsapparaat ...
Elektrische installatie De startaccu heeft slechts een begrensde energievoorraad. Daarom elektri- sche verbruikers niet gedurende een langere periode zonder 230-V-voorzie- ning gebruiken, als de motor van het trekvoertuig uitgeschakeld is. Als de caravan aan het trekvoertuig elektrisch is aangesloten en de voertuig- motor draait, wordt de woonruimteaccu door de voertuigdynamo bijgeladen (elektro-kit).
Elektrische installatie Elektro-kit (speciale uitvoering) Omvang Bij de elektro-kit horen de volgende componenten: Accu 12 V, 90 resp. 110 Ah Acculaadapparaat Paneel Booster De multifunctionele elektrovoorziening (EVZ) is een product van de modernste techniek voor schakelende voedingseenheden. Deze techniek maakt een hoge capaciteit bij een gering gewicht en klein formaat mogelijk.
Elektrische installatie 8.5.3 Laden van de woonruimteaccu Netgebruik Als de netaansluiting tot stand is gebracht, werkt de EVZ tijdens het netgebruik als elektrovoorziening. De EVZ heeft een elektronische beveiliging tegen onjuiste poling. Alleen als de accu juist is aangesloten en er tenminste een spanning van 1,5 V bestaat, wordt de laadstroom vrijgegeven.
Elektrische installatie Bij het verlaten van het voertuig de hoofdschakelaar 12 V uitschakelen. Zo kan een onnodige ontlading van de woonruimteaccu worden vermeden. Het stroomvoorzieningsapparaat geeft alleen stroom af, als de accu is aan- gesloten en de accuspanning niet onder 8 V ligt. Laadtoestand van de Met de wipschakelaar "BATTERIE"...
Elektrische installatie 230-V-boordnet Alleen vaklieden aan de elektrische installatie laten werken. Het 230-V-boordnet verzorgt: de contactdozen met randaarde voor apparaten met maximaal 16 A de koelkast het stroomvoorzieningsapparaat De elektrische verbruikers, die op het 12-V-boordnet van de woonruimte aan- gesloten zijn, worden door het stroomvoorzieningsapparaat of door de woon- ruimteaccu (indien aanwezig) van spanning voorzien.
Elektrische installatie Afb. 99 Aansluitmogelijkheden 230-V- Afb. 100 Aansluiting aan een hoekkop- aansluiting peling met contactdoos Adapterkabel: CEE 17 aansluitkoppeling met randaarde (Afb. 99,1) – stekker met ran- daarde (Afb. 99,2) Kabelhaspel: Contactdoos met randaarde (Afb. 99,3) – stekker met randaarde (Afb.
Pagina 87
Elektrische installatie 1 Onbeschadigd zekeringselement 2 Onderbroken zekeringselement Afb. 101 Zekering 12 V Een intacte 12-V-zekering is aan het onbeschadigde zekeringselement (Afb. 101,1) zichtbaar. Als het zekeringselement onderbroken is (Afb. 101,2) de zekering vervangen. Om de zekeringen te vervangen werking, waarde en kleur van de betreffende zekeringen ontlenen aan de navolgende gegevens.
Elektrische installatie Vervangen: Het luik voor de Thetford-cassette buiten aan het voertuig openen. De Thetford-cassette er volledig uittrekken. De zekering (Afb. 102,1) vervangen. Zekering van het De zekering bevindt zich in het behuizingsframe van de Thetford-cassette. Thetford-toilet (vast bank) 1 Platte zekering 3 A/violet Afb.
Elektrische installatie Aansluitschema dertienpolige stekker De kleuren van de aansluitkabels voor de aansluiting op de contactdoos van het trekvoertuig noteren. Een eventueel noodzakelijk wordende nieuwe aansluiting wordt daardoor aanzienlijk vergemakkelijkt. Om de dertienpolige stekker aan te sluiten op een zevenpolige contact- ...
Elektrische installatie Contact- DIN-be- Functie Kabel- Leidings- naming kleur diameter Niet toegekend – – Massa (contact 9 - 12) Blauw- 2,5 mm Deze massaleidingen mogen aan de kant van de aanhangwagen niet elektrisch geleidend verbonden zijn. Buitencontactdoos (speciale uitvoering) 1 SAT-contactdoos 2 230-V-contactdoos 3 TV-contactdoos 4 12-V-contactdoos...
Inbouwapparatuur Hoofdstukoverzicht 9Inbouwapparatuur In dit hoofdstuk staan instructies voor de inbouwapparatuur van het voertuig. De instructies hebben alleen betrekking op de bediening van de inbouwappa- ratuur. Verdere informatie over de inbouwapparatuur kunt u in de gebruiksaanwij- zingen van de inbouwapparatuur vinden, die apart bij het voertuig zijn meege- leverd.
Inbouwapparatuur Verwarming In de winter voor ingebruikname van de verwarming controleren, of de schoorsteen op het dak sneeuw- en ijsvrij is. Gas wegens explosiegevaar nooit onverbrand laten uitstromen. Bij het vullen van de brandstoftank voor het trekvoertuig, op veerboten ...
Inbouwapparatuur Als er 5 luchtuitstroomopeningen volledig zijn geopend, dan komt er bij elke opening minder warme lucht naar buiten. Als er echter slechts 3 luchtuitstroomopeningen zijn geopend, dan stroomt uit elke opening meer warme lucht. 9.2.3 Heteluchtverwarming Bij storingen voor een nieuwe poging twee minuten wachten. ...
Inbouwapparatuur Afb. 115 Behuizing van de verwarming Afb. 116 Verwarming geopend wegnemen Batterij van de Ervoor zorgen dat de verwarming is uitgeschakeld. ontstekingsautomaat Behuizing van de verwarming (Afb. 115,2) wegnemen. Daarvoor de behui- vervangen: zing aan de bovenkant naar voren trekken, sluitveren (Afb. 115,1) aan de zijkanten naar boven drukken en behuizing naar voren klappen.
Inbouwapparatuur Afb. 118 Bedieningsschakelaar voor cir- culatieluchtventilator Circulatieluchtventilator De schuifschakelaar (Afb. 118,1) op " " (handregeling) of "A" (automa- inschakelen: tisch gebruik) zetten. Met de draaiknop (Afb. 118,2) de gewenste capaciteit van de circulatie- luchtventilator instellen (handregeling) of begrenzen (automatisch gebruik).
Inbouwapparatuur 9.2.6 Warmwaterverwarming Alde (speciale uitvoering) Warmwaterverwarming nooit zonder verwarmingsvloeistof gebruiken. Letten op instructies uit hoofdstuk 12. Nooit gaten in de vloer boren. Daardoor kunnen de warmwaterbuizen beschadigd raken. De ruimte boven en achter de verwarming niet als opbergruimte gebruiken. ...
Inbouwapparatuur Temperatuurdraaiknop (Afb. 120,1) op het bedieningspaneel instellen op de gewenste verwarmingsstand. Schuifschakelaar (Afb. 120,3) op "Verwarming en warm water" (Afb. 120,4) of op "Warm water" (Afb. 120,2) zetten. Bij een storing brandt het rode controlelicht (Afb. 120,6). Uitschakelen: Schuifschakelaar (Afb.
Inbouwapparatuur De elektrische extra verwarming werkt alleen als het voertuig aan de 230-V-voorziening is aangesloten. Als de verwarming tegelijk op stroom en gas werkt, dan wordt de elektri- sche extra verwarming uitgeschakeld voor een eventuele oververhitting door de sterkere gasbrander. 1 Draaischakelaar 2 Uit 3 Temperatuurdraaiknop...
Inbouwapparatuur Afb. 122 Transformator met regelappa- raat De transformator 230 V AC/12 V DC (Afb. 122,2) is al naargelang het model in de kleerkast of in kist de van de zitgroep gemonteerd. Het regelapparaat is geïntegreerd in de behuizing van de transformator. De controlelichten hebben de volgende betekenis: Controlelicht (Afb.
Inbouwapparatuur Afb. 123 Transformator voor de elektri- Afb. 124 Schakelaar voor de elektrische sche vloerverwarming vloerverwarming De transformator (Afb. 123,1) voor de elektrische vloerverwarming is al naar- gelang het model in de zitkist of in de bedkast ingebouwd. Inschakelen: Het voertuig op de 230-V-voorziening aansluiten (zie hoofdstuk 8). ...
Inbouwapparatuur Lichtdiode De lichtdiode (LED) (Afb. 126,4) aan de dakunit (Afb. 126,1) duidt de gebruikswijze van de klimaatregeling aan: Toestand LED Betekenis Klimaatregeling uit Oranje Klimaatregeling bedrijfsklaar Groen Klimaatregeling in gebruik Rood (permanent) 230-V-stroomaansluiting ontbreekt Rood (enkel knipperend) Storing van de temperatuursensor binnen Rood (dubbel knipperend) Storing van de temperatuursensor buiten Luchtstroom...
Inbouwapparatuur 1 Controlelicht netaansluiting 2 Weergave temperatuur (actueel) 3 Controlelicht bedrijfsmodus Groen: Koeling Rood: Verwarming Afb. 128 Weergave op de diffusor Voor het uitvoeren van de aparte schakelcommando's de afstandsbediening altijd op de ontvanger richten. Gebruikswijzen Automatisch Koeling Verwarming ...
Inbouwapparatuur 9.4.1 Modeluitvoeringen met gasafvoerschoorsteen aan de rechter voertuigkant Als de voortent is opgebouwd en de boiler in gasgebruik is ingeschakeld, kunnen de afvoergassen van de boiler zich ophopen in de ruimte van de voortent. Verstikkingsgevaar! Zorgen voor een toereikende ventilatie. 9.4.2 Verwarmingsketel In de koudwaterleiding tussen verwarmingsketel en waterpomp geen...
Inbouwapparatuur Afb. 130 Aftapkraan voor verwarmings- ketel Verwarmingsketel met Het voertuig op de externe 230-V-voorziening aansluiten en de water vullen: 230-V-beveiligingsautomaat inschakelen. Bedieningsschakelaar (Afb. 129) uitschakelen. Controlelicht (Afb. 129,1) in de schakelaar brandt niet. Alle aftapkranen sluiten. Hiervoor de kappen (Afb. 130,1) met de klok mee ...
Pagina 108
Inbouwapparatuur De regeling van de watertemperatuur in de boiler is alleen bij gasgebruik mogelijk. Gasgebruik De boiler werkt alleen op gas. 1 Temperatuurdraaiknop 2 Rood controlelicht "Storing" 3 Draaischakelaar 4 Uit 5 Aan Afb. 131 Bedieningspaneel voor Truma boiler (gasgebruik) Inschakelen: Schoorsteenkap verwijderen.
Inbouwapparatuur Afb. 132 Tuimelschakelaar voor Truma boiler (230-V-elektragebruik) Inschakelen: Het voertuig op de externe 230-V-voorziening aansluiten en de 230-V- beveiligingsautomaat inschakelen. De tuimelschakelaar (Afb. 132,1) inschakelen. Het controlelicht in de scha- kelaar brandt. Het water in de boiler wordt verhit tot 65 °C. Uitschakelen: De tuimelschakelaar (Afb.
Inbouwapparatuur Boiler leegmaken: Op het bedieningspaneel (Afb. 131) de draaischakelaar (Afb. 131,3) op " " (Afb. 131,4) zetten of de tuimelschakelaar (Afb. 132,1) op " " zetten. De draaiknop (Afb. 131,1) op de linkse aanslag zetten. Alle aftapkranen voor de boiler openen. Daarvoor de kiphendel ...
Pagina 111
Inbouwapparatuur 230-V-elektragebruik Inschakelen: Schuifschakelaar (Afb. 134,7) op gewenste capaciteit zetten. Schuifschakelaar (Afb. 134,3) op "Verwarming en warm water" (Afb. 134,4) of op "Warm water" (Afb. 134,2) zetten. Uitschakelen: Schuifschakelaar (Afb. 134,3 en 7) op "0" zetten. Gas- en 230-V- elektragebruik Wanneer gas- en 230-V-elektragebruik wordt geselecteerd en het voertuig ...
Inbouwapparatuur Boiler leegmaken: Boiler uitschakelen. Alle waterkranen openzetten en in de middelste stand zetten. Aftapkraan/aftapkranen (Afb. 135) openen. Daarvoor kiphendel (Afb. 135,1) verticaal zetten. De boiler wordt naar buiten toe afgetapt. Controleren, of het water uit de boiler volledig wegloopt (ca. 12,5 liter). ...
Inbouwapparatuur Het keukenblok van het voertuig is uitgerust met een 3-pits-gaskooktoestel. Afb. 136 Bedieningselementen voor gaskooktoestel Inschakelen: De hoofdafsluitkraan op de gasfles en gasafsluitkraan "Kookplaat" openen. Afdekking van het gaskooktoestel openen. Afhankelijk van het model vlambeschermingsplaat uitklappen of overeind ...
Inbouwapparatuur Als de vlam uitgaat, blokkeert het ontstekingsbeveiligingsventiel automa- tisch de gastoevoer. Verdere informatie ontlenen aan de aparte gebruiksaanwijzing "Gas- bakoven". De bakoven is uitgerust met een elektronische ontsteking. Afb. 137 Gasbakoven (Dometic) Inschakelen: De hoofdafsluitkraan op de gasfles en gasafsluitkraan "Bakoven" openen. ...
Inbouwapparatuur De magnetron werkt alleen bij een correcte 230-V-voorziening. Bij span- ningsschommelingen of spanningen onder 230 V schakelt de magnetron zich compleet uit. Schakel daarom tijdens het gebruik van de magnetron geen andere 230-V-verbruikers in. Voornamelijk in zuidelijke landen wordt als netspanning weliswaar 230 V aangegeven, maar deze wordt slechts zelden ook daadwerkelijk bereikt.
Inbouwapparatuur Koelkast Tijdens de rit de koelkast alleen via het 12-V-boordnet gebruiken. Bij hoge omgevingstemperaturen bereikt de koelkast geen volle koelcapaciteit meer. Bij hoge buitentemperaturen is de volledige koelcapaciteit van het koelaggre- gaat alleen gegarandeerd, als de koelkast voldoende wordt geventileerd. Om een betere ventilatie te verkrijgen, kunnen de koelkast-ventilatieroosters worden weggenomen.
Inbouwapparatuur Slechts één energiebron inschakelen. Gasgebruik Gas wegens explosiegevaar nooit onverbrand laten uitstromen. Gebruik op gas van de koelkast met autogas is niet toegestaan. 1 Toets frameverwarming (FV) 2 Controlelicht frameverwarming 3 Energiekeuzeschakelaar 4 Bedrijfsindicatie "230 V" 5 Bedrijfsindicatie "GAS"...
Inbouwapparatuur 12-V-gebruik uitschakelen: Energiekeuzeschakelaar op " " zetten. De koelkast is uitgeschakeld. Bij 12-V-gebruik wordt de koelkast door de startaccu van het trekvoertuig met stroom gevoed. 12-V-gebruik van de koelkast is daarom alleen mogelijk als de motor van het trekvoertuig draait. Bij langere pauzes omschakelen op gasge- bruik.
Pagina 119
Inbouwapparatuur Afb. 143 Bedieningselementen voor de koelkast (Dometic 8-serie met HES) Inschakelaar/Energiekeuzeschakelaar Indicatie-LED "Open deur" (alleen bij centrale vergrendeling van de koelkastdeur) Indicatie-LED "Storing" Bedrijfsindicaties Indicatie-LED "Temperatuurstand" Schakelaar temperatuurinstelling Deuropener (alleen bij centrale vergrendeling koelkastdeur) Inschakelen: De hoofdafsluitkraan op de gasfles en gasafsluitkraan "Koelkast" openen. ...
Inbouwapparatuur 12-V-gebruik inschakelen: De inschakelaar/energiekeuzeschakelaar (Afb. 143,1) 2 seconden lang indrukken om het apparaat in te schakelen. De LED van de laatst gekozen bedrijfsmodus licht op. Evt. de inschakelaar/energiekeuzeschakelaar (Afb. 143,1) meermaals kort indrukken tot de bedrijfsindicatie 12 V " "...
Pagina 121
Inbouwapparatuur Dometic 7-serie met apart vriesvak Afb. 144 Vergrendeling van de koelkast- Afb. 145 Koelkastdeur/vriesvakdeur in deur/vriesvakdeur (Dometic ventilatiestand (Dometic 7-serie met apart vriesvak) 7-serie met apart vriesvak) Openen: Vergrendeling (Afb. 144,1) opzij schuiven, zodat het open slot " " ...
Pagina 122
Inbouwapparatuur Vergrendelingshaak De vergrendelingshaak (Afb. 147,2) naar beneden drukken. De vergrende- losmaken: lingshaak werkt weer. Afb. 148 Sluiting in normale stand Afb. 149 Sluiting in ventilatiestand In ventilatiestand De koelkastdeur openen. vergrendelen: De ontgrendeling (Afb. 148,2) indrukken. De sluiting (Afb.
Sanitaire inrichting Hoofdstukoverzicht 10Sanitaire inrichting In dit hoofdstuk staan instructies voor de sanitaire inrichtingen van de caravan. De instructies hebben betrekking op: de watertank de afvalwatertank de complete waterinstallatie de toiletruimte het toilet 10.1 Watervoorziening, algemeen Watertank alleen vullen uit verzorgingsinstallaties met aantoonbare ...
Sanitaire inrichting 10.2 Watertank 10.2.1 Watertank 22 l met serviceluik (speciale uitvoering) De watertank is verrijdbaar resp. draagbaar. Afb. 150 Watertank 22 l Bij transport de watertank met het afsluitdeksel (Afb. 150,1) afsluiten. Watertank met drinkwater Alle waterkranen sluiten. vullen: Serviceluik (Afb.
Sanitaire inrichting De drinkwatervulopening is gekenmerkt met het opschrift "WASSER" (water) (Afb. 151,1) of het symbool " " (Afb. 152,1). De afsluitdeksel wordt met de sleutel voor de sloten van de serviceluiken aan de buitenkant geopend en gesloten. De watertank is ingebouwd in de zitgroep. Afb.
Sanitaire inrichting Afb. 155 Afvalwatertank, mobiel Leegmaken: Opening van de afvalwatertank (Afb. 155,1) met het deksel (Afb. 155,3) sluiten. De afvalwatertank aan de greep (Afb. 155,2) eruit trekken. Draaggreep (Afb. 155,4) omhoog klappen en de afvalwatertank rechtop zetten.
Sanitaire inrichting Aftapopening van de watertank sluiten. Watertank met drinkwater vullen. Voor het vullen een waterslang, waterjer- rycan met trechter o.d. gebruiken. Alle waterkranen op "Warm" zetten en openen. De waterpomp wordt inge- schakeld. De warmwaterleidingen worden gevuld met water. Waterkranen zolang geopend laten tot het water zonder luchtbellen uit de ...
Sanitaire inrichting 10.6 Toiletruimte Geen zware lasten in de douchebak zetten. De douchebak of andere delen in de toiletruimte kunnen beschadigd raken. Om te ventileren tijdens of na het douchen of om natte kleding te drogen de deur van de toiletruimte sluiten en het raam of het dakluik van de toile- truimte openen.
Sanitaire inrichting 10.8 Zwenkbaar toilet (Thetford C-200) De Thetford-cassette kan alleen worden verwijderd als de schuif is gesloten. Afb. 158 Bevestigingsbeugel trekken Toilet voorbereiden: Het luik voor de Thetford-cassette openen en de bevestigingsbeugel naar boven trekken, om de Thetford-cassette te verwijderen. Afb.
Pagina 130
Sanitaire inrichting Afb. 161 Toiletvloeistof vullen Aangegeven hoeveelheid toiletvloeistof in de Thetford-cassette gieten. Daarna zoveel water bijvullen, tot de bodem van de Thetford-cassette hele- maal is bedekt. Aftapaansluiting met de afsluitdeksel sluiten. Aftapaansluiting terugdraaien. Bij het inschuiven geen geweld gebruiken. De Thetford-cassette kan ...
Pagina 131
Sanitaire inrichting Afb. 164 Toiletpot draaien Toilet gebruiken: Toiletpot in comfortabele positie draaien. Afb. 165 Voorspoelen Toiletpot met een beetje water vullen. Daarvoor de spoelknop indrukken. De spoeling duurt zolang de spoelknop ingedrukt blijft. Toilet gebruiken. Cassette C-200 S Bij de cassette C-200 S als volgt te werk gaan om het toilet te spoelen: Afb.
Pagina 132
Sanitaire inrichting Afb. 167 Spoeling bedienen Toilet spoelen. Daarvoor de spoelknop indrukken. Na het spoelen de schuif sluiten. Cassette C-200 E Bij de cassette C-200 E als volgt te werk gaan om het toilet te spoelen: Afb. 168 Schuif openen Schuif openen.
Pagina 133
Sanitaire inrichting Afb. 170 Thetford-cassette uitnemen Thetford-cassette Het luik voor de Thetford-cassette openen en de bevestigingsbeugel naar leegmaken: boven trekken, om de Thetford-cassette te verwijderen. Thetford-cassette tot aan de aanslag recht naar buiten trekken. Thetford-cassette licht kantelen en daarna geheel naar buiten trekken. ...
Sanitaire inrichting Afb. 173 Thetford-cassette inschuiven Thetford-toilet voor het gebruik voorbereiden. Thetford-cassette op zijn plaats terugschuiven. Let erop, dat de Thetford-cassette met een bevestigingsbeugel is vergren- deld. Luik voor de Thetford-cassette afsluiten. 10.9 Toilet met vaste bank (Thetford C-402) Afhankelijk van de uitvoering is het Thetford-toilet met een eigen watertank uit- gerust.
Pagina 135
Sanitaire inrichting Afb. 176 Vulopening voor vers water, ingezwenkt Schroefkap sluiten. Vulopening voor vers water naar binnen zwenken. De Thetford-cassette kan alleen worden verwijderd als de schuif is gesloten. Afb. 177 Bevestigingsbeugel trekken Toilet voorbereiden: Het luik voor de Thetford-cassette openen en de bevestigingsbeugel naar ...
Pagina 136
Sanitaire inrichting Afb. 179 Aftapaansluiting draaien De Thetford-cassette rechtop neerzetten. Aftapaansluiting naar boven draaien. Het afsluitdeksel van de aftapaansluiting verwijderen. Toiletvloeistof nooit direct in de toiletpot gieten. Afb. 180 Toiletvloeistof vullen Aangegeven hoeveelheid toiletvloeistof in de Thetford-cassette gieten. ...
Pagina 137
Sanitaire inrichting Afb. 181 Thetford-cassette inschuiven Thetford-cassette op zijn plaats terugschuiven. Afb. 182 Thetford-cassette vergrendeld Let erop, dat de Thetford-cassette met een bevestigingsbeugel is vergren- deld. Luik voor de Thetford-cassette afsluiten. Afb. 183 Voorspoelen Toilet gebruiken: Toiletpot met een beetje water vullen. Daarvoor de spoelknop indrukken. ...
Pagina 138
Sanitaire inrichting Afb. 184 Schuif bedienen Schuif openen. Daarvoor de schuifhendel tegen de klok in draaien. Afb. 185 Spoeling bedienen Toilet spoelen. Daarvoor de spoelknop indrukken. Na het spoelen de schuif weer sluiten. Hiervoor de schuifhendel met de ...
Pagina 139
Sanitaire inrichting Afb. 187 Thetford-cassette transpor- teren Thetford-cassette verticaal op de wielen plaatsen. Greep van de trekstang naar beneden drukken en van de Thetford-cas- sette weg bewegen. De vergrendeling van de trekstang wordt ontgrendeld. Trekstang aan de greep er helemaal uittrekken. ...
Pagina 140
Sanitaire inrichting Afb. 189 Thetford-cassette inschuiven Thetford-toilet voor het gebruik voorbereiden. Thetford-cassette op zijn plaats terugschuiven. Let erop, dat de Thetford-cassette met een bevestigingsbeugel is vergren- deld. Luik voor de Thetford-cassette afsluiten. Afb. 190 Watertank leegmaken Watertank leegmaken: Schuif openen.
Pagina 141
Sanitaire inrichting Afb. 191 Vulopening voor vers water leegmaken Luik voor de Thetford-cassette openen. De vulopening voor vers water naar buiten zwenken. Schroefkap van vulopening voor vers water verwijderen. Vulopening voor vers water tegen de klok in draaien, tot het restwater eruit ...
Verzorging Hoofdstukoverzicht 11Verzorging In dit hoofdstuk staan instructies voor de verzorging van het voertuig. De instructies hebben betrekking op: de buitenkant van het voertuig het interieur de waterinstallatie de afzuigkap de klimaatregeling het wintergebruik Aan het eind van het hoofdstuk vindt u checklists met maatregelen, die u moet uitvoeren als u het voertuig lange tijd niet gebruikt.
Verzorging Gelakte buitenwanden kunnen bovendien met een caravanreiniger worden gereinigd. Aanbouwonderdelen van glasvezelversterkte kunststof (GVK) regelmatig met een polijstmiddel nabehandelen. Daarmee wordt een vergeling van de aanbouwdelen uit glasvezelversterkt kunststof voorkomen en de aflakking van het oppervlak blijft behouden. Rubberen dichtingen aan deuren en serviceluiken inwrijven met talk.
Verzorging Na ritten in de winter de thermisch verzinkte oppervlakken met helder water afspoelen. Als thermisch verzinkte onderdelen door witte roest zijn aangetast, deze plaatsen met een zinkreiniger (bijv. polygraat) reinigen. 11.1.5 Onderkant De vloer aan de onderkant van het voertuig is gedeeltelijk van een veroude- ringsbestendige bodembescherming voorzien.
Verzorging Meubeloppervlakken, meubelgrepen, lampen en alle kunststof delen in het toilet en de woonruimte reinigen met water en een wollen doek. Bij het water kan een zacht reinigingsmiddel gedaan worden. Indien nodig gelakte oppervlakken met polijstmiddel voor meubels verzorgen. Reinig kussenstof met droog kussenschuim of met het schuim van een ...
Verzorging Uitstromend mengsel van water met reinigingsmiddel opvangen en vak- kundig als afval afvoeren. Waterinstallatie leegmaken. Alle aftapopeningen en aftapkranen sluiten. Watertank vullen met mengsel van water en reinigingsmiddel. Daarbij de mengverhouding uit de voorschriften van de fabrikant in acht nemen. De aftapkranen één voor één openen.
Verzorging Aftapkranen zolang geopend laten, tot het mengsel van water en ontsmet- tingsmiddel de afvoeropening heeft bereikt. Alle waterkranen sluiten. Toilet meermaals doorspoelen. Het ontsmettingsmiddel volgens de voorschriften van de fabrikant laten inwerken. Waterinstallatie leegmaken. Daarbij het mengsel van water en ontsmet- ...
Verzorging Voor het reinigen van de filter uitsluitend milde reinigingsoplossingen en nooit benzine of oplosmiddelen gebruiken. Filter reinigen: De filter met warm water en een beetje afwasmiddel schoon wassen. De filter voor het weer inbouwen goed laten drogen. ...
Verzorging Als het voertuig over een circulatieluchtventilator beschikt, deze bij gebruik van de verwarming altijd inschakelen. Anders bestaat er oververhittingsge- vaar voor de verwarming! 's Ochtends alle kussens verwijderen, de opbergcompartimenten venti- leren en vochtige plekken drogen. Als er ergens condenswater is ontstaan, veeg dit dan weg. ...
Verzorging Activiteiten Gedaan Opbouw Alle schoorstenen met de passende afdekkappen afsluiten en alle andere openingen (behalve de kunstmatige ventilatie) afdichten. Zo wordt het binnendringen van dieren (bijv. muizen) verhinderd Om de vorming van condenswater en daaruit resulterende schim- melvorming te voorkomen, het interieur, alle van buitenaf toeganke- lijke opbergruimten en de staanplaats (bijv.
Verzorging Activiteiten Gedaan Interieur Luchtontvochtiger opstellen Kussens uit het voertuig halen en droog bewaren Iedere 3 weken de binnenruimte ventileren Alle kasten en opbergcompartimenten leegmaken en kleppen, deu- ren en laden openen Interieur grondig reinigen Bij vorstgevaar het flatscreen uit het voertuig verwijderen Elektrische installatie Woonruimteaccu (indien aanwezig) verwijderen en vorstvrij bewaren (zie hoofdstuk 8)
Verzorging Activiteiten Gedaan Waterinstallatie Waterleidingen en watertank ontsmetten Aftapkranen en waterkranen sluiten Dichtheid van de waterkranen, aftapkranen en waterverdelers con- troleren Inbouwapparatuur Werking van de inbouwapparatuur controleren De verwarmingsvloeistof van de warmwaterverwarming om de 2 jaar verversen Belcanto/Trecento - 09/10 - Ausgabe 09/09 - 1865263 - BUE-0015-04NL...
Onderhoud Hoofdstukoverzicht 12Onderhoud In dit hoofdstuk staan instructies voor inspectie- en onderhoudswerkzaam- heden aan het voertuig. De onderhoudsinstructies hebben betrekking op: de aanhangerkoppelingen de aankoppelhulp Easy-Pull de reminstallatie de deuren de warmwaterverwarming Alde het vervangen van gloeilampen ...
Onderhoud 12.3.2 AKS 1300 Afb. 193 Slijtagecontrole Afb. 194 Slijtagecontrole Stabilisatie-inrichting Voorwaarde: AKS 1300 aangekoppeld, kogeldiameter 50 mm (frictievoeringen aan zijkant) controleren Handwiel (Afb. 193,1) dichtdraaien, tot de draaimomentbegrenzing hoor- baar en merkbaar doorratelt. Draairichting: met de klok mee. Afstand a controleren: ...
Onderhoud Als de pijl op de drukschijf (Afb. 196,3) voor of aan het begin van het mar- keringsvlak (Afb. 196,2) staat, dan zijn de frictievoeringen nog in nieuwe staat. Als de pijl op de drukschijf binnen het markeringsvlak (Afb. 196,1 tot 2) ...
Onderhoud 12.4 Aankoppelhulp Easy-Pull De gordel van de aankoppelhulp regelmatig controleren. Bij scheurtjes, schuurplekken of draadbreuken de gordel onmiddellijk vervangen. 12.5 Reminstallatie Onderhoudswerkzaamheden aan de reminstallatie door een gespecialiseerde werkplaats laten uitvoeren. De keuringstermijnen vindt u in de volgende tabel. Model Eerste inspectie Reminstallatie...
Onderhoud 12.7.1 Vloeistofpeil controleren Afb. 199 Buffertank warmwaterverwar- ming Warmwaterverwarming uitschakelen en laten afkoelen. Controleren of de vloeistof in de buffertank (Afb. 199) tussen de "MIN"- markering (Afb. 199,3) en de "MAX"-markering (Afb. 199,2) staat. 12.7.2 Verwarmingsvloeistof bijvullen Het voertuig horizontaal zetten.
Onderhoud Warmwaterverwarming uitschakelen en laten afkoelen. Het ontluchtingsventiel (Afb. 200,1) openen en open laten tot er geen lucht meer ontsnapt. Het ontluchtingsventiel sluiten. Deze procedure bij alle ontluchtingsventielen herhalen. Controleren of de warmwaterverwarming warm wordt. 12.8 Vervangen van gloeilampen, buiten Gloeilampen en lamphouders kunnen erg warm worden.
Onderhoud 12.8.1 Verlichting front 1 Frontverlichting Afb. 202 Verlichting front De frontverlichting (Afb. 202,1) is voorzien van LEDs. Zoek voor vervanging van de LEDs een officiële dealer of een servicepunt op. 12.8.2 Verlichting achter 1 Achterlicht 2 Remlicht 3 Richtingaanwijzer 4 Achteruitrijlicht 5 Mistlamp achter 6 Kentekenplaatlampje...
Onderhoud Breedtelichten De breedtelichten (Afb. 204,2) zijn voorzien van LEDs. Zoek voor vervanging van de LEDs een officiële dealer of een servicepunt op. Contourverlichting De contourverlichting (Afb. 204,1) is boven in het zijwandgedeelte aange- bracht. Behuizing eraf trekken. Gloeilamp verwijderen. ...
Onderhoud 12.9.1 Plafondverlichting 1 LED 2 Lampenkap 3 Halogeengloeilamp Afb. 205 Plafondverlichting Halogeengloeilamp H7 12 V/20 W Lamp vervangen: Halogeengloeilamp (Afb. 205,3) uit de fitting nemen. Nieuwe halogeengloeilamp tussen de twee veertongen in de fitting drukken. De kap hoeft bij het vervangen van de halogeengloeilamp niet te worden ...
Onderhoud 12.9.3 Halogeen-inbouwlamp (plat) Afb. 207 Halogeen-inbouwlamp (plat) Halogeengloeilamp 12 V/10 W De halogeen-inbouwlamp (Afb. 207,2) is in de afscherming verzonken inge- bouwd. Lamp vervangen: Binnenste afdekring met glasschijf (Afb. 207,1) met geschikt gereedschap (bijv. een schroevendraaier) uit de behuizing wippen. Halogeengloeilamp verwijderen.
Onderhoud 12.9.7 Toiletruimteverlichting Afb. 212 Toiletruimteverlichting Halogeengloeilamp 12 V/5 W Lamp vervangen: Afdekking (Afb. 212,2) met beiden handen licht samendrukken en naar beneden trekken. Met het uittrekken altijd helemaal links of helemaal rechts beginnen. Halogeengloeilamp (Afb. 212,1) verwijderen. Nieuwe halogeengloeilamp plaatsen.
Onderhoud Hier zijn enige suggesties voor belangrijke reserveonderdelen: Zekeringen Gloeilampen Waterpomp (dompelpomp) Bij bestellingen van reserveonderdelen het chassisnummer en het voertuig- type opgeven bij de dealer. Het in deze gebruiksaanwijzing beschreven voertuig is volgens fabrieks- normen geconstrueerd en uitgerust. Al naargelang het doel van zijn inzet wordt er nuttig speciaal toebehoren aangeboden.
Wielen en banden Hoofdstukoverzicht 13Wielen en banden In dit hoofdstuk staan instructies voor de banden van het voertuig. De instructies hebben betrekking op: de keuze van de banden de omgang met de banden het verwisselen van de wielen ...
Wielen en banden Afb. 214 Wielmoeren of wielschroeven kruisgewijs aandraaien Wielmoeren of wielschroeven regelmatig controleren op vastzitten. Wiel- moeren of wielschroeven van een vervangen wiel na 50 km kruisgewijs aandraaien (Afb. 214). Aandraaimoment zie sectie 13.5.2. Als er nieuwe of pas gelakte velgen worden gebruikt, dan de wielmoeren ...
Wielen en banden 13.3 Aanduidingen op de band Naam Verklaring 215/70 R 15C 109/107 Q Breedte van de band in mm Verhouding hoogte tot breedte van de band in procent Bandentype (R = radiaal) Velgdiameter in inch Commercial (Transporter) Getal draagkracht enkele banden Getal draagkracht dubbele banden Snelheidssymbool (Q = 160 km/u) 13.4...
Wielen en banden Terwijl het voertuig is opgetild, mogen zich geen personen in het voer- tuig bevinden. Er mogen geen personen onder het opgetilde voertuig gaan liggen. Bij een wielwisseling de schroefdraad van de schroefdraadbout niet beschadigen. Wielmoeren of wielschroeven kruisgewijs aandraaien (Afb.
Pagina 173
Wielen en banden Het insteekprofiel van de AL-KO-wagenkrik (speciale uitvoering) altijd tot aan de aanslag in de opname-inkeping schuiven. Als er aluminiumvelgen zijn gemonteerd en bij bandenpech een reser- vewiel van staal wordt gemonteerd: Niet verder dan noodzakelijk (auto- dealer, autogarage, bandendealer) rijden.
Wielen en banden Bij een zachte ondergrond een stabiele onderlegger onder de wagenkrik leggen, bijv. een houten plank. In de handel verkrijgbare wagenkrikken: In de handel verkrijgbare schaarkrik (Afb. 218) of hydraulische wagenkrik aan het frame of de as zetten. AL-KO-wagenkrik: ...
Wielen en banden 13.6 Reservewielhouder 13.6.1 Reservewielhouder in de gaskast (gedeeltelijk speciale uitvoering) Als de reservewielhouder in de gaskast is gemonteerd, kan er verder slechts een gasfles worden meegenomen. Afb. 220 Reservewielhouder De reservewielhouder is in de gaskast aangebracht. Het reservewiel (Afb.
Wielen en banden 13.7 Bandenspanning Een te lage bandenspanning leidt tot oververhitting van de band. Dit kan zware schade in de band tot gevolg hebben. Regelmatig voor het begin van de rit of iedere 2 weken de bandenspan- ning controleren.
Pagina 177
Wielen en banden Banden Techn. toel. tota- Techn. toel. tota- Bandenspan- le massa mono- le massa tan- ning (bar) as (kg) dem-as (kg) 1300 4,00 1400 4,00 1500 4,25 1600 2800 4,50 185/60 R 15 C LI94 Tot 1200 2200 4,00 1300 2500...
Pagina 178
Wielen en banden Banden Techn. toel. tota- Techn. toel. tota- Bandenspan- le massa mono- le massa tan- ning (bar) as (kg) dem-as (kg) 1500 2800 4,00 1600 4,25 1700 4,50 205 R 14 C LI109 Tot 1600 4,00 1700 4,25 1800 3500 4,25...
Storingsopsporing Hoofdstukoverzicht 14Storingsopsporing In dit hoofdstuk staan instructies voor mogelijke storingen aan uw voertuig. De storingen zijn met hun mogelijke oorzaak en een suggestie voor de remedie vermeld. De instructies hebben betrekking op: het chassis de reminstallatie het aanhangerregelsysteem ...
Storingsopsporing 14.3 Aanhangerregelsysteem 14.3.1 Aanhangerregelsysteem (ATC) Storing Oorzaak Remedie Controle-LED knippert ATC actief Met de combinatie met groen (verderrijden mo- minstens 10 km/u ca. Zelftest nog niet voltooid gelijk) 30 m rijden. Als de con- trole-LED nog knippert, contact opnemen met de klantenservice Controle-LED brandt ATC niet actief...
Storingsopsporing 14.3.2 Aanhangerregelsysteem (IDC) Storing Oorzaak Remedie Controle-LED knippert Rem oververhit (remwer- Rem laten afkoelen groen (langzaam) king beperkt) Controle-LED brandt Stand-by modus Automatische heractive- groen (kort, om de ring tijdens het rijden 5 seconden) Controle-LED knippert Storing aan centrale een- Aansluiting tussen trek- rood (1 x knipperend) heid...
Storingsopsporing Storing Oorzaak Remedie Geen 230-V-voorziening 230-V-beveiligingsauto- 230-V-beveiligingsauto- ondanks aansluiting maat is geactiveerd maat inschakelen 12-V-voorziening in de 230-V-beveiligingsauto- 230-V-beveiligingsauto- woonruimte werkt niet maat uitgeschakeld maat inschakelen Zekering op stroomvoor- Zekering vervangen zieningsapparaat defect Stroomvoorzieningsap- Klantenservice opzoeken paraat defect Binnenverlichting werkt Gloeilamp defect De afdekking van de be- niet meer volledig...
Storingsopsporing Storing Oorzaak Remedie Geen gas Gasfles leeg Gasfles vervangen Gasafsluitkraan gesloten Gasafsluitkraan openen Hoofdafsluitkraan op de Hoofdafsluitkraan op de gasfles gesloten gasfles openen Buitentemperatuur te Wachten tot buitentem- laag (-42 °C bij propaan- peratuur hoger wordt gas, 0 °C bij butaangas) Inbouwapparaat defect Klantenservice opzoeken 14.6...
Storingsopsporing 14.7.1 Heteluchtverwarming Trumatic S Storing Oorzaak Remedie Bij verwarming met ont- Batterij van de ontste- Batterij van de ontste- stekingsautomaat: Ver- kingsautomaat leeg kingsautomaat vervan- warming ontsteekt niet 14.7.2 Verwarming/boiler Alde Storing Oorzaak Remedie Rood controlelicht "Sto- Lucht in de gasleiding Uitschakelen en op- ring"...
Storingsopsporing Storing Oorzaak Remedie Elektrisch gebruik Boiler verwarmt niet in Bedieningsschakelaar Bedieningsschakelaar in- elektrisch bedrijf uitgeschakeld schakelen, controlelicht in de schakelaar moet branden Bedieningsschakelaar Klantenservice opzoeken defect 230-V-beveiligingsauto- 230-V-beveiligingsauto- maat uitgeschakeld maat inschakelen 230-V-voorziening niet 230-V-voorziening aan- aangesloten sluiten Overtemperatuurzeke- Boiler uitschakelen en na ring is geactiveerd ca.
Storingsopsporing Storing Oorzaak Remedie Koelkast schakelt in Contacten van de stekker Contacten schoonma- 12-V-gebruik niet aan en/of de contactdoos zijn ken en met contactspray geoxideerd en/of vuil inspuiten Kortsluiting door water in Stekker en/of contact- de stekker en/of de con- doos openen, drogen en tactdoos met contactspray inspui-...
Storingsopsporing Storing Oorzaak Remedie Gastekort Hoofdafsluitkraan en LED " " knippert gasafsluitkraan openen Volle gasfles aansluiten Spinnenwebben of ver- Buiten aan het voertuig brandingsresten in de het ventilatierooster ver- verbrandingskamer wijderen en de verbran- dingskamer reinigen LED's voor de indicatie Temperatuursensor de- Klantenservice opzoeken van de temperatuur-...
Storingsopsporing 14.9.2 Telair Storing Oorzaak Remedie Klimaatregeling start niet Geen 230-V-voorziening 230-V-voorziening aan- sluiten 230-V-beveiligingsauto- 230-V-beveiligingsauto- maat is geactiveerd maat inschakelen Batterijen in de afstands- Batterijen vervangen bediening leeg (2 x AAA) Klimaatregeling koelt niet Ruimtetemperatuur lager Temperatuur opnieuw in- dan de ingestelde tempe- stellen ratuur...
Storingsopsporing Storing Oorzaak Remedie Vertroebeling van het Vervuild water bijgevuld Watertank mechanisch water en chemisch reinigen, daarna ontsmetten en met overvloedig drinkwa- ter doorspoelen Sediment in watertank of Waterinstallatie mecha- in de waterinstallatie nisch en chemisch reini- gen, daarna ontsmetten en met overvloedig drink- water doorspoelen Smaak- en reukverande-...
Speciale uitvoeringen 15.1 Gewichten van speciale uitvoeringen 15Speciale uitvoeringen Niet door ons vrijgegeven toebehoren-, aan-, om- of inbouwdelen kunnen het voertuig beschadigen en tot een verminderde verkeersvei- ligheid leiden. Zelfs als er voor deze onderdelen een goedkeuring van een deskundige, een algemene bedrijfstoelating of een goedkeuring van de constructie bestaat, bestaat daarmee nog geen zekerheid ten aan- zien van de reglementaire kwaliteit van het product.
Pagina 192
Speciale uitvoeringen Benaming artikel Extra gewicht (kg) Externe gasaansluiting Fietsenrek dissel voor 2 fietsen Fietsenrek achter voor 2 fietsen Vloerverwarming Gasfles (11 kg) van aluminium Omschakelinstallatie voor gasfles, automatisch Alarminstallatie voor gasgevaar Gewichtsverhoging 5 - 10 Glad blik Houder voor flatscreen Verwarming S 5002 Rolhor, deur (halve hoogte) Hor, deur (volledige hoogte)
Nuttige tips Hoofdstukoverzicht 17Nuttige tips In dit hoofdstuk vindt u nuttige tips voor de reis. De instructies hebben betrekking op: de hulp in Europese landen de verkeersbepalingen in Europese landen de gasvoorziening in Europese landen de bepalingen m.b.t. tol in Europese landen ...
Nuttige tips Bij regen 100 km/u Bij regen 110 km/u Ongeremde aanhangers met actuele totale massa boven de 300 kg Met aanhanger meer dan 750 kg (toel. totale massa max. 3,5 t) geldt: Op rijks- wegen 80 km/u, op snelwegen 100 km/u. Voor combinaties van meer dan 3,5 t toegel.
Pagina 200
Nuttige tips Land Overnach- Overnach- Opmerkingen ten op we- ten op pri- gen en vé-terrein pleinen Italië Eenmalig overnachten op par- keerplaatsen en parkeerplaat- sen langs de snelweg toegestaan. Lokale beperkingen in acht nemen. Staan en over- nachten in het open veld verbo- Kroatië...
Nuttige tips Land Overnach- Overnach- Opmerkingen ten op we- ten op pri- gen en vé-terrein pleinen Tsjechische Het overnachten op privé-ter- Republiek rein is alleen toegestaan als er een toilet aanwezig is Turkije Oekraïne Hongarije Overnachting op privé-terrein alleen met aanmelding bij de politie toegestaan Gegevens zonder garantie 17.6...
Nuttige tips Alle ramen, deuren en dakluiken sluiten en vergrendelen. Tijdens het hoogseizoen niet op parkeerplaatsen langs de snelweg over- nachten, die aan typische vakantieroutes liggen. Meerdere voertuigen op een plek zorgen niet per se voor bescherming tegen diefstal.
Pagina 203
Nuttige tips De reisdocumenten (bijv. papieren en informatie) en de technische toe- stand van het voertuig niet pas kort voor de reis controleren. Het tijdig plannen en nakijken van de documenten maakt vakantie vanaf het begin mogelijk. Voorwerp Voorwerp Voorwerp Keuken Dweil...
Inspectieschema 18Inspectieschema Pos. Bouwdeel Activiteit Interval Neuswiel Smeren, velgen op be- Jaarlijks schadigingen controle- ren, zichtcontrole banden, schroef- draadspil en krik con- troleren Kriksteunen Smeren Jaarlijks Gewrichten, scharnieren en hen- Smeren Jaarlijks dels aan chassis Onderkant Zichtcontrole, evt. bo- Jaarlijks dembescherming ver- beteren Chassis...
Pagina 206
Inspectieschema Overdr. Pos. 1-13 Stempel van Bürstner-dealer Datum Handtek. 1e Jaar Pos. 1-13 2e Jaar Pos. 1-21 Stempel van Bürstner-dealer Stempel van Bürstner-dealer Datum Handtek. Datum Handtek. 3e Jaar Pos. 1-13 4e Jaar Pos. 1-21 Stempel van Bürstner-dealer Stempel van Bürstner-dealer Datum Handtek.
Pagina 207
Trefwoordenlijst 12-V-boordnet ......79 Afkoppelen ......23 12-V-controlelicht .
Pagina 208
Trefwoordenlijst Checklist Binnendeuren ......47 Bij ingebruikname na stilstand ..152 Binnenverlichting Gloeilampen, vervangen .
Pagina 209
Trefwoordenlijst Klimaatregeling (Telair) ....105 Koelkast ..... . . 116 Fietsenrek Aan achterwand .
Pagina 210
Trefwoordenlijst Klepslot Hoofdschakelaar 12 V ....82 Ellipsvormig ......45 Hoog gasverbruik .