F.1.3 Confi guratie starttoetsen
De werking van de functietoetsen is afhankelijk van de gekozen functie. Alleen de func-
tietoetsen in het beginscherm (na het inschakelen van het meetapparaat) kunnen toege-
wezen worden aan een functie van het menu
De functietoetsen zijn alleen actief als de daarvoor bestemde sonde is aangesloten.
functie oproepen:
instr.instelling
functie toewijzen aan sneltoetsen:
1 functie selecteren druk de sneltoets in die moet worden toegewezen aan de functie
2 herhaal stap 1 voor de andere sneltoetsen.
instellingen opslaan:
OK, invoer opslaan
F.1.4 AutoOff
Bij een geactiveerde AutoOff-functie wordt het meetapparaat automatisch uitgeschakeld
wanneer gedurende de ingestelde tijd geen toets werd ingedrukt.
functie oproepen:
instr.instelling
AutoOff aan-/uitschakelen:
Auto. uitschakelen
AutoOff-tijd instellen:
selectern
tijd
OK
conf. sneltoets
OK
.
OK
AutoOff
selecteren
wijzig
wijzig
waarde instellen
.
metingen
OK
.
OK
.
of
selecteren
aan
uit
OK
.
.
OK
29
29