Montage
38
• Buisdiameter: > 40 mm (1,6") voor staafsondes
• De inbouw van een staafsonde kan tot een diameter van 150 mm (6 in) worden
uitgevoerd. Bij grotere diameters, wordt toepassing van een coaxsonde aanbevolen.
• Zij-uitgangen, gaten sleuven en lasnaden tot maximaal 5 mm (0,2") naar binnen toe
beïnvloeden de meting niet.
• De buis mag geen diameterverspringingen hebben.
• De sensor moet 100 mm langer zijn dan de onderste uitgang.
• Binnen het meetbereik, mag de sonde niet in contact komen met de buiswand. Zet de
sonde vast indien nodig. Alle kabelsondes zijn voorbereiden voor afspanning in tanks
(spangewicht met bevestigingsgat).
• Indien een metalen centreerring is gemonteerd aan het uiteinde van de sonde, is een
betrouwbare detectie van het einde-sonde-signaal mogelijk (zie kenmerk 610 in de
productstructuur).
Opmerking: Gebruik voor scheidingslaagmeting alleen de niet-metalen centreerster van
PEEK of PFA (kenmerk 610, opties OD of OE).
De centreerring of centreerster is ook leverbaar als toebehoren: → 116.
• Coaxsondes kunnen altijd worden toegepast indien er voldoende montageruimte is.
Voor bypasses met condensvorming (water) en een medium met lage diëlektrische
constante (bijv. koolwaterstoffen):
Na verloop van tijd wordt de bypass gevuld met condensaat tot de onderste uitgang en
bij lage niveaus wordt de niveau-echo overlapt door de condensaatecho. Daardoor
wordt hier het condensaatniveau gemeten in plaats van het correcte niveau. Alleen
hogere niveaus worden correct gemeten. Positioneer daarom de laagste uitgang
100 mm (4 in) onder het laagste te meten niveau en gebruik een metalen
centreerring ter hoogte van de onderrand van de onderste uitgang.
Bij thermisch geïsoleerde tanks moet de bypass nozzle ook worden geïsoleerd
teneinde condensvorming te voorkomen.
Neem contact op met uw Endress+Hauser vertegenwoordiging voor meer informatie
over de bypass-oplossingen van Endress+Hauser.
Levelflex FMP51, FMP52, FMP54 HART
Endress+Hauser