8 CentreWare Internetservices
Opdrachtstroomschema's
202
Toepassing
Als fax verzenden
Naam - De naam van het opdrachtstroomschema wordt getoond.
Ontvanger - Voer het faxnummer van de ontvanger in.
Type lijn - Het type lijn wordt getoond.
Naam ontvanger - Voer de naam van de ontvanger in.
Communicatiemode - Selecteer de faxcommunicatiemode.
Mailboxnummer - Voer het mailboxnummer in.
Toegangscode mailbox - Voer de toegangscode van de mailbox in.
Doorzenden - Selecteer of doorzenden moet worden ingeschakeld.
Afdrukken bij doorzendstation - Selecteer of het document bij het
doorzendstation moet worden afgedrukt.
Doorzendstation-ID/Ontvangers rondzending - Geef de ID van het
doorzendstation of de bestemmingen aan.
F-code - Voer de F-code in.
Toegangscode (communicatie F-code) - Voer, indien nodig, de
toegangscode voor de F-code in.
Als internetfax verzenden
Naam - De naam van het opdrachtstroomschema wordt getoond.
Naam ontvanger 1-10 - Voer de naam van de ontvanger in.
Adres ontvanger 1-10 - Voer het e-mailadres van de ontvanger in.
Opmerking – Voer de opmerking bij de internetfax in.
Internetfax-profiel – Selecteer het internetfax-profiel.
Als e-mail verzenden
Naam - De naam van het opdrachtstroomschema wordt getoond.
Naam ontvanger 1-10 - Voer de naam van de ontvanger in.
Adres ontvanger 1-10 - Voer het e-mailadres van de ontvanger in.
Onderwerp - Voer het e-mailonderwerp in.
Bestandsindeling - Selecteer de bestandsindeling.
FTP-overdracht
Naam - De naam van het opdrachtstroomschema wordt getoond.
Naam ontvanger - Voer de naam van de ontvanger in.
Servernaam - Voer het adres van de FTP-server in.
Pad - Voer het pad in naar de directory waarin de informatie wordt
geüpload.
Gebruikersnaam - Voer de gebruikers-ID voor de account in.
Toegangscode - Voer de toegangscode voor de account in.
Bestandsindeling - Selecteer de bestandsindeling.
SMB-overdracht
Naam - De naam van het opdrachtstroomschema wordt getoond.
Naam ontvanger - Voer de naam van de ontvanger in.
Servernaam - Voer het serveradres in.
Volumenaam - Voer de volumenaam in.
Opslaan in - Voer de mapnaam in waarin de gegevens worden
opgeslagen.
Gebruikersnaam - Voer de gebruikers-ID voor de account in.
Toegangscode - Voer de toegangscode voor de account in.
Bestandsindeling - Selecteer de bestandsindeling.
Xerox WorkCentre 7132 Handleiding voor de gebruiker
Items instellen