Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Stiebel Eltron WPC 5 Gebruiks- En Montage-Aanwijzing pagina 46

Inhoudsopgave

Advertenties

19 VORSTBEVEIL
Om het bevriezen van de verwarmingsinstalla-
tie te voorkomen, worden bij het bereiken van
de ingestelde vorstbeveiligingstemperatuur de
verwarmingspompen ingeschakeld. De terug-
schakelhysterese bedraagt 1 K.
20 Selectie FE
Afstandsbediening FE7 selecteerbaar voor
beide verwarmingscircuits
Met de parameter Selectie FE kan vooraf wor-
den ingesteld voor welk verwarmingscircuit de
afstandsbediening moet worden geactiveerd.
Bij parameter Ruimtetemperatuur 1 of 2 in het
2e bedieningsniveau kan, afhankelijk van de
voorinstelling van de afstandsbediening, de
werkelijke ruimtetemperatuur worden opge-
vraagd.
21 FE correctie
Met deze parameter kan de gemeten ruimte-
temperatuur worden gekalibreerd.
22 RUIMTE INVLOED
Voor afstandsbediening FE7
Standaardinstelling 5 in te stellen van -----
via 0 tot 20
Streepjes (-----) op het display:
Bij aangesloten afstandsbediening FE7 dient
de ruimtetemperatuurvoeler uitsluitend voor
de meting en weergave van de werkelijke
ruimtetemperatuur, en heeft geen invloed op
de regeling. Met de afstandsbediening kan de
ruimtetemperatuur voor verwarmingscircuit
1 of 2 alleen in de automatische modus met
± 5 °C worden verhoogd of verlaagd. Deze
verandering van de ingestelde waarde geldt
alleen voor de actuele verwarmingstijd, niet
voor de nachtverlagingstijd.
Ruimte invloed
46
Tegelijkertijd dient de instelling 0 bis 20 voor
de besturing van de ruimtegeleide nachtin-
stelling. Dat betekent dat de verwarmings-
circuitpomp bij de omschakeling van de
verwarmingsfase naar de nachtverlagingsfase
uitgeschakeld wordt. De pomp blijft uitge-
schakeld tot de werkelijke ruimtetemperatuur
onder de ingestelde ruimtetemperatuur komt.
Vervolgens wordt er, afhankelijk van de bui-
tenomstandigheden, verder gereguleerd.
Als de ruimtetemperatuur betrokken moet
worden in de regeling, dan moet de invloed
van de ruimtetemperatuuropnemer op een
waarde van > 0 worden ingesteld. De invloed
van de ruimtetemperatuuropnemer heeft
hetzelfde effect als de buitenvoeler op de
retourtemperatuur, alleen is het effect met de
ingestelde factor 1 max. 20 keer zo groot.
Retour-/ Aanvoertemperatuur, afhankelijk van
de ruimtetemperatuur met buitentempera-
tuur-invloed:
Bij deze regelwijze wordt er een regelcascade
samengesteld uit de retour-/ aanvoertempe-
ratuurregeling die afhankelijk is van het weer
en de ruimtetemperatuur. Dat wil zeggen dat
er door de weersafhankelijke retour-/ aan-
voertemperatuurregeling een voorinstelling
van de retour-/ aanvoertemperatuur wordt
uitgevoerd, die door de overlappende ruim-
tetemperatuurregeling, volgens de volgende
formule wordt gecorrigeerd:
– ϑ
∆ϑ
= (ϑ
) x S x K
R
R-act
R-gevr
Aangezien een belangrijk deel van de regeling
al door de weersafhankelijke regeling is af-
gewerkt, kan de invloed van de ruimtetempe-
ratuuropnemer K lager worden ingesteld dan
bij een normale ruimtetemperatuurregeling
(K=20).
De afbeelding geeft de werkwijze weer van de
regeling met factor K=10 (ruimte-invloed) en
een stooklijn S=1,2.
Ruimtetemperatuurregeling met
weersinvloed.
Deze regelwijze heeft twee belangrijke voor-
delen:
Niet correct ingestelde stooklijnen worden
door de invloed van de ruimtetemperatuur-
opnemer K gecorrigeerd, en dankzij de kleine-
re factor K functioneert de regeling stabieler.
Bij alle regelingen met invloed van de ruim-
tetemperatuuropnemer moet echter het vol-
gende in acht worden genomen:
De ruimtetemperatuuropnemer moet de
ruimtetemperatuur nauwkeurig registre-
ren.
Door open deuren en ramen wordt het
resultaat zeer sterk beïnvloed.
De ventielen van het verwarmingselement
in de doorvoerruimte moeten altijd vol-
ledig geopend zijn.
De temperatuur in de doorvoerruimte is
beslissend voor het gehele verwarmings-
circuit.
Als de ruimtetemperatuur bij het regelcircuit
wordt betrokken, moet de invloed van de
ruimtetemperatuuropnemer op een waarde
van >0 worden ingesteld.
23 GRENS VERW
Inzetbereik voor de warmtepomp
Bij een buitentemperatuur die onder het
ingestelde onderste inzetbereik voor de ver-
warming ligt, wordt de warmtepomp uitge-
schakeld. De overgangsverwarming is alleen
verantwoordelijk voor de verwarming.
24 BIVALENT VERW
Bivalenttemperatuur van de warmtepomp
voor de verwarmingsmodus
Onder deze buitentemperatuur wordt de
2e WE voor de verwarmingsmodus, lastafhan-
kelijk, bijgeschakeld.

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Wpc 7Wpc 10Wpc 13Wpc 5 coolWpc 7 coolWpc 10 cool ... Toon alles

Inhoudsopgave