Figuur 28
1. Voordifferentieel
2. Vul-/controleplug
Torsie van wielmoeren
controleren
Onderhoudsinterval: Na de eerste 2 bedrijfsuren
Na de eerste 10 bedrijfsuren
Om de 200 bedrijfsuren
Indien de wielmoeren niet steeds zijn
aangedraaid met de correcte torsie, kan dit
leiden tot defecten of verlies van het wiel,
waardoor lichamelijk letsel kan worden
veroorzaakt.
Draai de moeren van de voor- en achterwielen
vast met een torsie van 61-88 Nm.
Bandenspanning controleren
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
De voorbanden moeten een maximale spanning van
138 kPa (20 psi) hebben en de achterbanden (24 inch)
een spanning van 124 kPa (18 psi).
1. De benodigde bandenspanning is afhankelijk van de
nuttige lading die wordt vervoerd.
2. Hoe lager de spanning, des te minder de compactie
en de vorming van bandensporen worden beperkt.
Een lagere bandenspanning moet worden vermeden
als een zware nuttige lading wordt vervoerd bij hoge
snelheden. Dit kan leiden tot schade aan de banden.
3. De bandenspanning moet hoger zijn als een zware
nuttige lading wordt vervoerd bij hoge snelheden.
Zorg ervoor dat de maximale bandenspanning niet
wordt overschreden.
3. Aftapplug
De remvloeistof controleren
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
Om de 1000 bedrijfsuren/Om de 2
jaar (houd hierbij de kortste periode
aan)
Het reservoir voor de remvloeistof is in de fabriek
gevuld met "DOT 3" remvloeistof. U moet echter het
peil controleren voordat u het voertuig voor de eerste
keer in gebruik neemt en daarna om de 8 bedrijfsuren
of dagelijks.
1. Parkeer het voertuig op een horizontaal oppervlak.
2. Draai de knop los waarmee de bekerhouder is
vastgezet aan het dashboard (Figuur 29). Verwijder
de bekerhouder van het dashboard.
1. Bekerhouder
3. Het vloeistofpeil moet tot aan de VOL-streep op
het reservoir staan.
1. Reservoir voor remvloeistof
4. Als het vloeistofpeil te laag is, moet u de omgeving
van de dop reinigen, de dop van het reservoir
29
Figuur 29
2. Knop
Figuur 30