5. De afdraaislinger (Fig. 38/1) uit de
transporthouder nemen .
6. De afdraaislinger (Fig. 38/1) in het stapwiel
steken.
7. Het stapwiel met de afdraaislinger zolang in
de richting van de pijl (Fig. 39) ronddraaien
tot er een gelijkmatige stroom zaad in de
afdraaigoten vloeit.
8. Afdraaigoten leegmaken en weer onder
zaadgeleidebalk bevestigen.
9. met in Tabel 2 aangegeven aantal slinger-
omwentelingen in richting van de pijl (Fig.
39) ronddraaien.
ο
het aantal slingeromwentelingen is
afhankelijk van de werkbreedte van de
zaadgeleidebalk.
ο
het aantal slingeromwentelingen heeft
betrekking op een oppervlakte van
1/40ha (250m
ο
gebruikelijk is het aantal
slingeromwentelingen voor 1/40ha. Bij
zeer geringe zaaihoeveelheden, bijv.
bij koolzaad adviseren wij voor 1/10ha
te kiezen.
10. De in de emmer opgevangen hoeveelheid
zaad, rekening houdend met het gewicht
van de emmer, wegen en
ο
met factor "40" (bij 1/40 ha) of
ο
met factor "10" (bij 1/10 ha)
vermenigvuldigen.
•
Afdraaien op 1/40 ha:
Zaaihoeveelheid [kg/ha] = afgedraaide
hoeveelheid zaad [kg/ha] x 40
•
Afdraaien op 1/10 ha:
Zaaihoeveelheid [kg/ha] = afgedraaide
hoeveelheid zaad [kg/ha] x 10
Voorbeeld:
Afdraaien op 1/40 ha, afgedraaide hoeveelheid
zaad 3,2 kg.
Zaaihoeveelheid [kg/ha] = 3,2 [kg] x 40 [1/ha] =
125 [kg/ha]
werkbreedte
3 m
4 m
Tabel 2
11. Na de afdraaiproef:
ο
Afdraaislinger en afdraaigoten weer in
transportstand (Fig. 35 / Fig. 38)
brengen.
C-Drill BAG0033.0 07.06
) of 1/10ha (1000m
).
2
2
Fig. 38
Fig. 39
slingeromwentelingen
1/40 ha
29,5
22,0
Instellingen
1/10 ha
118,0
89,0
45