Het videosysteem wijzigen
Stel het videosysteem in van een televisie die voor weergave wordt
gebruikt. Deze instelling bepaalt de beeldkwaliteit (framesnelheid)
die beschikbaar is voor films.
Selecteer [Videosysteem] op het
z
tabblad [ 1] en kies een optie.
De digitale horizon kalibreren
Kalibreer de digitale horizon als het lijkt alsof deze niet helpt om waterpas
opnamen te maken.
De kalibratie is nauwkeuriger als u van tevoren een raster weergeeft
( = 98) waarmee u de camera waterpas kunt krijgen.
1
Zorg dat de camera waterpas staat.
Plaats de camera op een vlakke
z
ondergrond, bijvoorbeeld een tafel.
2
Kalibreer de digitale horizon.
Selecteer [El. waterpas] op het
z
tabblad [ 1] en druk vervolgens
op de knop [
Kies [Kalibreren] en druk op de knop [
z
Er verschijnt een bevestigingsbericht op
het scherm.
Tik op [OK].
z
De digitale horizon herstellen
Herstel de oorspronkelijke toestand van de digitale horizon als volgt.
Dit is alleen mogelijk als u de digitale horizon hebt gekalibreerd.
De kleur van de informatie op het scherm
wijzigen
Informatie die wordt weergegeven op het scherm en in menu's
kan worden gewijzigd in een kleur die geschikt is voor opnamen in
omstandigheden met weinig licht. Deze instelling inschakelen is handig
in standen zoals [ ] ( = 60).
].
].
Selecteer [El. waterpas] op het
z
tabblad [ 1] en druk vervolgens
op de knop [
].
Kies [Reset] en druk vervolgens
z
op de knop [
].
Tik op [OK].
z
Selecteer [Nachtdisplay] op het
z
tabblad [ 2] en kies vervolgens [Aan]
( = 29).
Selecteer [Uit] als u de oorspronkelijke
z
weergave wilt herstellen.
●
U kunt de instelling ook weer op [Uit] zetten door de knop
[
] minstens een seconde ingedrukt te houden.
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Basishandelingen van
de camera
Auto-modus/
modus Hybride automatisch
Andere opnamestanden
P-modus
Foto's
Films
Tv-, Av-, M- en C-modus
Afspeelmodus
Draadloze functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
163