●
RAW-beelden kunnen niet worden bewerkt.
●
Bijgesneden beelden kunnen niet nogmaals worden bijgesneden.
●
De afmetingen van bijgesneden beelden kunnen niet worden
gewijzigd ( = 120) en er kunnen geen creatieve filters op worden
toegepast ( = 122).
●
Bijgesneden beelden hebben een lager aantal opnamepixels
dan niet-bijgesneden beelden.
●
Tijdens het bekijken van het bijgesneden beeld in stap 3 kunt
u het formaat van kader niet veranderen, het niet verplaatsen
en de verhoudingen niet aanpassen.
●
De bewerkingen in stap 2 zijn ook mogelijk door op de
knop [
] te drukken, het tabblad [
3] > [Trimmen] te
selecteren, op de knop [
] te drukken, een beeld te selecteren
en vervolgens opnieuw op de knop [
] te drukken.
Als u foto's die zijn opgenomen met Gezichts-ID ( = 43)
●
bijsnijdt, blijven alleen de namen behouden van de personen
die nog steeds in het bijgesneden beeld voorkomen.
●
U kunt het formaat van kaders ook wijzigen door uw vingers
samen te knijpen of te spreiden ( = 112) op het scherm.
Filtereffecten toepassen
Pas effecten toe die gelijk zijn aan opnamen maken in de modus [
[ ], [
], [ ], [
], [
] of [
] en sla deze bewerkte opnamen op als
afzonderlijke beelden.
1
Kies een effect.
Druk op de knop [
z
menu en selecteer vervolgens het effect
( = 28).
Druk op de knop [
z
2
Pas indien nodig het effect aan.
[
]: tik of versleep de balk onderaan
z
het scherm om het contrast te wijzigen.
[ ]: tik of versleep de balk onderaan
z
het scherm om vervaging te wijzigen.
[
] of [ ]: tik of versleep de balk
z
onderaan het scherm om het effectniveau
te wijzigen.
[
]: tik of versleep de balk onderaan
z
het scherm om de kleurverzadiging te
wijzigen.
[
]: tik of versleep de balk onderaan het
z
scherm om de kleurtoon te wijzigen.
[
]: beweeg de zoomknop om de
z
afmetingen van het kader te veranderen.
Tik op het scherm of sleep het witte
kader omhoog of omlaag om het kader
te verplaatsen.
3
Sla het beeld op als een nieuw beeld
en bekijk dit.
Druk op de knop [
z
Voer de stappen 2-3 in "Het formaat van
z
beelden wijzigen" ( = 120) uit.
Vóór gebruik
],
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Basishandelingen van
], selecteer [ ] in het
de camera
Auto-modus/
modus Hybride automatisch
].
Andere opnamestanden
P-modus
Tv-, Av-, M- en C-modus
Afspeelmodus
Draadloze functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
].
122