De instellingen van dit toestel wijzigen met het instelhulpprogramma
Het instelhulpprogramma kan worden gebruikt voor de hieronder
beschreven controles en instellingen.
— Controleren van de status van de [INPUT SELECT]-schakelaars van
dit toestel
— Instellen van het uitgangssignaal voor audiogegevens van dit toestel
naar de computer
— Aanpassen van de buffergrootte (bij gebruik van Windows ASIO)
— De versie van de firmware en het stuurprogramma controleren
— Het effecttype van BEAT FX wijzigen
— De functie-instellingen voor DJM-S9 wijzigen
Openen van het instelhulpprogramma
Voor Windows
Klik op het [Starten]-menu > [Alle programma's] > [Pioneer] >
[DJM-S9] > [DJM-S9 Settings Utility].
Voor Mac OS X
Klik op het [Macintosh HD]-pictogram > [Application] > [Pioneer] >
[DJM-S9] > [DJM-S9 Settings Utility].
Controleren van de status van de
[INPUT SELECT]-schakelaars van dit toestel
Open het instelhulpprogramma voor u begint.
Klik op de [MIXER INPUT] tab.
Instellen van het uitgangssignaal voor
audiogegevens van dit toestel naar de
computer
Wanneer Serato DJ actief is en dit toestel gebruikt wordt als het stan-
daard audio-apparaat, moet u het uitgangssignaal voor audiogegevens
instellen in Serato DJ.
Open het instelhulpprogramma voor u begint.
34
Nl
1 Klik op de [MIXER OUTPUT] tab.
2 Klik op de [Mixer Audio Output] van het afrolmenu.
Selecteer de audiogegevens die naar de computer moeten worden
gestuurd uit de beschikbare geluidssignalen binnenin dit toestel en
maak de vereiste instellingen daarvoor.
CH1
CH2
CH1 Control Tone
CH2 Control Tone
1
1
PHONO
PHONO
CH1 Control Tone
CH2 Control Tone
1
1
CD/LINE
CD/LINE
2
Post CH1 Fader
Post CH2 Fader
23
Cross Fader A
Cross Fader A
23
Cross Fader B
Cross Fader B
MIC
MIC
AUX
AUX
1 De audiogegevens worden geproduceerd met hetzelfde volume waarmee het
door dit toestel wordt ontvangen, ongeacht de [USB Output Level]-instelling.
2 Bij gebruik voor andere applicaties dan opnemen, moet u letten op de instellin-
gen van de DJ-applicatie zodat er geen audiolussen worden aangemaakt. Als er
audiolussen worden aangemaakt, kan er geluid worden ingevoerd of geprodu-
ceerd met onbedoelde volumes.
3 Het geluid waarop de effecten [ECHO], [DELAY] en [SPIRAL] worden toegepast,
wordt uitgevoerd via [Cross Fader A] of [Cross Fader B].
4 Het geluid waarop het [REVERB]-effect wordt toegepast, wordt alleen uitgevoerd
via [MIX (REC OUT)].
3 Klik op de [USB Output Level] van het afrolmenu.
Regel het volume van de door dit toestel geproduceerde audiogegevens.
! De [USB Output Level]-instelling wordt op alle audiogegevens op
dezelfde manier toegepast. Wanneer echter 1 is geselecteerd in de
tabel bij stap 2, worden de audiogegevens geproduceerd met het-
zelfde volume als waarmee ze door dit toestel ontvangen worden.
! Als er alleen met de volumeregeling van de DJ-software niet vol-
doende volume geproduceerd kan worden, moet u de [USB Output
Level]-instelling veranderen om het volume van de door dit toestel
geproduceerde audiogegevens aan te passen. Let op dat het geluid
niet vervormd raakt wanneer het volume te hoog wordt gezet.
Aanpassen van de buffergrootte (bij
gebruik van Windows ASIO)
Als er applicatieprogramma's dit apparaat gebruiken als hun
vaste audio-apparaat (zoals DJ-programma's, enz.), sluit u die pro-
gramma's dan voordat u de buffercapaciteit aanpast.
Open het instelhulpprogramma voor u begint.
CH3
CH4
MIX (REC
FX SEND
24
OUT)
23
Cross Fader A
—
2
23
Cross Fader B
—
23
MIC
—
23
AUX
—
2
Post CH1 Fader
—
2
—
Post CH2 Fader