Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Soorten Effecten; Filter-Typen - PIONEER DJ DJM-S9 Handleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor DJM-S9:
Inhoudsopgave

Advertenties

Soorten effecten

FILTER-typen

Het effecttype dat bediend wordt met de [FILTER]-instelling kan gewijzigd worden. Start het instelhulpprogramma op een computer, en selecteer het
gewenste effect in het keuzemenu voor [FILTER] op het tabblad [FX BANK].
= De instellingen van dit toestel wijzigen met het instelhulpprogramma (blz. 34 )
Effectnaam
DUB ECHO
FILTER
NOISE
PITCH
WIDE FILTER
BEAT FX-typen
Het effecttype dat bediend wordt met de [BEAT FX]-toets kan gewijzigd worden. Start het instelhulpprogramma op een computer, en selecteer het
gewenste effect in het keuzemenu voor [BEAT EFFECTS] op het tabblad [FX BANK].
= De instellingen van dit toestel wijzigen met het instelhulpprogramma (blz. 34 )
 DELAY
1
Een vertraagd geluid wordt één keer geproduceerd overeenkomstig de
beatfractie die is ingesteld met de [BEAT c, d] toetsen.
Wanneer een 1/2 beat vertraagd geluid wordt toegevoegd, worden 4
beats nu 8 beats.
Origineel
(4 beats)
1/2-beat
vertraging
(8 beats)
BEAT c, d toetsen
(parameter 1)
SHIFT+BEAT c, d-toets
Stelt de hoeveelheid SWING in.
(parameter 2)
LEVEL/DEPTH instelling
Gebruik deze om de balans te regelen van het oor-
(parameter 3)
spronkelijke geluid en het vertraagde geluid.
 ECHO
1
Een vertraagd geluid wordt verschillende keren geleidelijk verzwakt
geproduceerd overeenkomstig de beatfractie die is ingesteld met de
[BEAT c, d] toetsen.
Met 1/1 beat-echo's zullen de vertraagde geluiden wegsterven volgens
het tempo van het muziekstuk, ook nadat het inkomend geluid al is
afgekapt.
1 beat
BEAT c, d toetsen
(parameter 1)
SHIFT+BEAT c, d-toets
Stelt de grensfrequentie voor het HPF in.
(parameter 2)
LEVEL/DEPTH instelling
Stelt de balans in tussen het oorspronkelijke geluid
(parameter 3)
en het echogeluid, en de hoeveelheid feedback.
22
Nl
Beschrijving
Voegt een echo-effect toe, waarbij het geluid een korte tijd na
het oorspronkelijke geluid herhaaldelijk wordt weergegeven
en wegsterft.
Produceert geluid dat door een filter is gegaan.
Witte ruis geproduceerd binnenin dit apparaat wordt samen-
gemengd met het geluid van het kanaal via een filter en dan
weergegeven.
!
De geluidskwaliteit kan aangepast worden door te draaien
aan de [ISO (HI, MID, LOW)]-instelling.
De toonhoogte van het geluid wijzigen.
Produceert geluid dat door een filter is gegaan.
Het geluid wordt helemaal afgesneden als de [FILTER]-
instelling helemaal met de klok mee of tegen de klok in wordt
gedraaid.
Stelt de vertragingstijd in tussen 1/32 en 4/1 voor 1
beat van BPM-tijd.
Inkomend geluid
weggedraaid
Uitfaden
Tijd
Stelt de vertragingstijd in tussen 1/32 en 4/1 voor 1
beat van BPM-tijd.
[FILTER]-instelling
Tegen de klok in draaien: Voegt het echo-effect alleen toe aan
de middentonen.
Met de klok mee draaien: Voegt het echo-effect alleen toe aan
de hoge tonen.
Tegen de klok in draaien: Vermindert de grensfrequentie van
het laagdoorlaatfilter geleidelijk.
Met de klok mee draaien: Verhoogt de grensfrequentie van het
hoogdoorlaatfilter geleidelijk.
Tegen de klok in draaien: De grensfrequentie voor het filter
waardoor de witte ruis passeert, wordt geleidelijk lager.
Met de klok mee draaien: De grensfrequentie voor het filter
waardoor de witte ruis passeert, wordt geleidelijk hoger.
Tegen de klok in: de toonhoogte gaat omlaag.
Met de klok mee: de toonhoogte gaat omhoog.
Tegen de klok in draaien: Vermindert de grensfrequentie van
het laagdoorlaatfilter geleidelijk.
Met de klok mee draaien: Verhoogt de grensfrequentie van het
hoogdoorlaatfilter geleidelijk.
 SPIRAL
1
Deze functie voegt een nagalmeffect toe aan het inkomend geluid.
Wanneer de vertraging wordt gewijzigd, verandert tegelijkertijd de
toonhoogte.
1 beat
Gebruik deze om een vertraging in te stellen van
BEAT c, d toetsen
1/8 – 16/1 in verhouding tot de tijd voor één beat van
(parameter 1)
de BPM.
Stelt de maximumwaarde in voor de hoeveelheid
SHIFT+BEAT c, d-toets
(parameter 2)
feedback.
Gebruik dit om de balans te regelen van het oorspron-
LEVEL/DEPTH instelling
kelijke geluid en het effectgeluid en om de kwantita-
(parameter 3)
tieve parameter in te stellen.
 REVERB
1
Deze functie voegt een nagalmeffect toe aan het inkomend geluid.
Direct geluid
Vroege weerkaatsingen
Niveau
Nagalm
1%
100%
Gebruik deze om de hoeveelheid nagalmeffect in te
BEAT c, d toetsen
(parameter 1)
stellen, van 1 – 100 %.
SHIFT+BEAT c, d-toets
Bepaalt de grensfrequentie voor het filter.
(parameter 2)
LEVEL/DEPTH instelling
Regelt de balans tussen het oorspronkelijke geluid en
(parameter 3)
het effectgeluid.
Inkomend geluid
weggedraaid
Uitfaden
Tijd
Tijd

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave