Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Opnamefuncties Gebruiken; Het Geluid Van De Microfoon Mixen; Externe Ingangsaansluitingen Gebruiken - PIONEER DJ DJM-S9 Handleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor DJM-S9:
Inhoudsopgave

Advertenties

Opnamefuncties gebruiken

Serato DJ heeft opnamefuncties en kan gemixt geluid opnemen.
Zie de softwarehandleiding van Serato DJ voor gedetailleerde instructies
over opnemen.
= Downloaden van de Serato DJ-softwarehandleiding (blz. 5 )
1 Open het [REC]-paneel.
Druk op de [PANEL SELECT]-toets om het [REC]-paneel te openen.
2 Klik op [REC] om de opname te starten.
! Als je opnieuw op [REC] klikt, wordt de opname gestopt.
3 Sla de opname op.
Voer de bestandsnaam in het tekstveld in en klik op de [SAVE]-toets.
! Je kunt de bestandsindeling en de bitdiepte selecteren op het
[RECORDING]-scherm. Je kunt dat weergeven door het [DJ
Preferences]-tabblad te selecteren in het [SETUP]-menu van Serato
DJ.
! Opgenomen bestanden worden opgenomen in Crates "Recorded".
Externe ingangsaansluitingen
gebruiken
Het toestel is voorzien van twee externe ingangssystemen die kunnen
worden gebruikt voor het aansluiten van DJ-spelers of analoge spelers.
De 2-kanaals mixer van dit toestel kan het geluid van de externe ingang
mixen zonder een computer. De mixerfuncties die hieronder beschreven
worden, werken ook als het toestel niet op een computer is aangesloten.
! Zie voor nadere bijzonderheden over de betreffende items Aansluiten
van ingangsaansluitingen (pag. 11 ) en Overzicht van de bedie-
ningstoetsen (pag. 6 ).
! De startfunctie van de fader (de kanaalfader of crossfader verplaat-
sen terwijl de [SHIFT]-toets is ingedrukt) kan niet gebruikt worden
voor de externe ingang.
! De waarden die worden aangepast met de diverse bedieningsfunc-
ties voor de Serato DJ-software verschillen van de waarden die wor-
den aangepast voor de externe ingang.
Mengpaneel-gedeelte
2
d
1
3
5
1 TRIM-instelling
2 ISO (HI, MID, LOW) instelling
3 FILTER-instelling
4 Hoofdtelefoon-CUE-fader
5 Kanaal-fader
6 Kanaalniveau-aanduiding
7 MASTER LEVEL instelling
8 Hoofdniveau-aanduiding
9 BOOTH MONITOR LEVEL-instelling
a HEADPHONES MIX instelling
b Crossfader-regelaar
c HEADPHONES LEVEL instelling
7 9
2
d
1
3
6
8
6
5
c
a
4
b
d INPUT SELECT-schakelaar
Voorpaneel
1 CROSS FADER CURVE-instelregelaar
2 CH FADER CURVE-instelregelaar
3 CH FADER REVERSE-schakelaar
4 CROSS FADER REVERSE-schakelaar

Het geluid van de microfoon mixen

1 Sluit de microfoon aan op de [MIC]-aansluiting.
2 Zet de [ON, OFF]-keuzeschakelaar op [ON].
— [MIC TALK OVER]: De aanduiding knippert.
— [TALKOVER OFF]: De aanduiding licht op.
! Wanneer u instelt op [MIC TALK OVER] zal het geluid van alle kana-
len behalve dat van het [MIC] kanaal met 18 dB (standaardinstelling)
worden verzwakt wanneer er een geluid van meer dan –10 dB bin-
nenkomt via de microfoon.
! Het dempingsniveau van [MIC TALK OVER] kan gewijzigd worden in
de stand voor hulpprogrammatuur. Voor instructies voor het wijzigen
van de instelling, zie De instellingen van dit toestel wijzigen in de
stand voor hulpprogrammatuur (p. 33 ).
3 Draai aan de [MIC LEVEL]-instelling.
Het niveau van de geluidsingang van het [MIC]-kanaal wordt aangepast.
! Onthoud dat helemaal naar rechts draaien een enorm hard geluid
oplevert.
4 Geef geluidssignalen door via de microfoon.
 Bijregelen van de geluidskwaliteit
Draai aan de [EQ (HI, LOW)] instellingen voor het [MIC]
kanaal.
 Een echo toepassen op het microfoongeluid
Draai aan de [MIC ECHO]-instelling om een echo toe te passen op het
microfoongeluid.
Het geluid van een DJ-speler, enz. mixen
1 Sluit een DJ-speler of een ander uitgangsapparaat op
lijnniveau aan op de [CD/LINE]-aansluitingen.
2 Zet de [INPUT SELECT]-schakelaar op [CD/LINE].
3 Bedien de [TRIM]-instelling en de kanaalfaders om
het audioniveau dat door de respectievelijke decks
wordt geproduceerd bij te stellen.
! Je kunt het geluid aanpassen met de [ISO (HI, MID, LOW)]-
instellingen en met de [FILTER]-instelling kun je filtereffecten toepas-
sen op de verschillende kanalen.
Het geluid van een analoge speler enz.
mengen
1 Sluit de analoge speler of ander apparaat op
phononiveau (voor MM-elementen) aan op de
[PHONO]-aansluitingen.
2 Zet de [INPUT SELECT]-schakelaar op [PHONO].
3 Bedien de [TRIM]-instelling en de kanaalfaders om
het audioniveau dat door de respectievelijke decks
wordt geproduceerd bij te stellen.
! Je kunt het geluid aanpassen met de [ISO (HI, MID, LOW)]-
instellingen en met de [FILTER]-instelling kun je filtereffecten toepas-
sen op de verschillende kanalen.
4
1
2
3 32
21
Nl

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave