Instandhouden
9.1 Inspectie en onderhoud
3. Controleer bij de vervanging van de filtermatten de binnen- en buitenkorf op
4. Gebruik uitsluitend ongebruikte filtermatten zonder verwerkingsfouten.
9.1.13
Filtermat aanbrengen
1. Schroef de binnenkorf
2. Trek de filtermat over de binnenkorf. De filtermat mag geen vouwen bevatten.
3. Plaats de buitenkorf
124
beschadigingen. Bij aanwezigheid van vocht, condenswater of corrosie de oorzaak hiervoor
vaststellen.
VOORZICHTIG
Gebruikte of opgedroogde filtermatten
Gebruikte filtermatten kunnen gevaarlijke stoffen of hoge concentraties schadelijke micro-
organismen bevatten. Gebruikte of opgedroogde filtermatten vormen een
gezondheidsrisico.
● Gebruik geen natte of vochtige filtermatten.
● Gebruikte of opgedroogde filtermatten moeten direct worden verwijderd.
● Gebruikte filtermatten mogen niet in ruimten met verse filtermatten of in de buurt van
voedingsmiddelen worden opgeslagen.
● Gebruikte, maar schijnbaar nog bruikbare filtermatten niet opnieuw gebruiken.
②
centrale schroef, zie Aanhaalmomenten voor boutborgingen (Pagina 163), voorbeeld C.
②
op de machine.
over de binnenkorf met de filtermat. Zet de buitenkorf vast met de
SIMOTICS FD 1LL1
Bedieningshandleiding 01/2019