Onderhoud
Veervoorspanning van de achtervering
wijzigen:
• Verwijder het bestuurderszadel (zie
pagina 57).
• Steek de haaksleutel (haaksleutel
en handgreep zitten aan de onder-
kant van het bestuurderszadel) in
de sleuven van de stelring.
• Draai de stelring tegen de klok in
(richting A in de tekening) naar de
linkerkant van de motorfiets om de
veervoorspanning te verhogen.
• Draai de stelring met de klok mee
(richting B in de tekening) naar de
rechterkant van de motorfiets om
de veervoorspanning te verlagen.
Instellingen achtervering
Beladingstoestand
Solo rijden
Solo rijden met accessoires/be-
lading (binnen de limieten)
Bestuurder en passagier
Bestuurder en passagier met
accessoires/belading (binnen de
limieten)
Stand 1 is minimaal (volledig rechtsom) en stand
1
7 is maximaal (volledig linksom).
Let op:
•
Deze tabel is slechts bedoeld als
richtlijn. De instelling kan aan het
gewicht van de motorrijder en per-
soonlijke
voorkeuren
aangepast.
•
De motorfiets wordt af fabriek gele-
verd
met
afgesteld op stand 1.
110
Voorspanning
achtervering
1
3
7
7
worden
de
veervoorspanning
Hellingshoekindicators
Wanneer de hellingshoekindicators tot
voorbij de maximale limiet zijn afgesle-
ten, kan de motorfiets tot een onveilige
hoek overhellen.
Overhellen tot een onveilige hoek kan
instabiliteit, verlies van controle over
de
motorfiets
veroorzaken.
De hellingshoekindicators bevinden zich
op de voetsteunen van de bestuurder.
Controleer de hellingshoekindicators re-
gelmatig op slijtage.
Hellingshoekindicators moeten worden
vervangen wanneer ze de maximale slij-
1
tagelimiet hebben overschreden, d.w.z.
wanneer er nog 5 mm in de lengte over
is.
cjva
1.
Hellingshoekindicator
Waarschuwing
of
een
1
ongeval