Figuur 60
1. Aftapplug carterolie
2. Als er geen olie meer naar buiten stroomt, plaatst u
de aftapplug terug.
3. Verwijder het oliefilter (Figuur 61).
Figuur 61
1. Oliefilter
4. Smeer een dun laagje schone olie op de pakking van
het nieuwe filter.
5. Plaats het nieuwe filter op het filtertussenstuk. Draai
het oliefilter rechtsom totdat de rubberen pakking
contact maakt met het filtertussenstuk. Draai het
filter vervolgens nog eens 1/2 slag.
Belangrijk: Draai het filter niet te vast.
6. Vul het carter bij met olie; zie Motoroliepeil
controleren in , bladz. .
De gashendel afstellen
1. Zet de gashendel naar voren zodat deze ongeveer
3,2 mm van de voorkant van de sleuf in de
bedieningsarm zit.
2. Maak de klem van de gaskabel op de hefboomarm
van de injectiepomp los (Figuur 62).
1. Arm van injectiepomp
2. Klem van gaskabel
3. Houd de hefboomarm van de injectiepomp tegen de
regelschroef voor het hoog stationair toerental en zet
de kabelklem vast.
Opmerking: Als de kabelklem is vastgezet, moet
deze onbelemmerd kunnen ronddraaien.
4. Draai de borgmoer waarmee de frictieregelaar op
de gashendel wordt vastgezet, vast met een torsie
van 4,5 tot 6 Nm. De kracht die nodig is om de
gashendel te bedienen, mag maximaal 9 kg zijn.
47
Figuur 62
3. Regelschroef voor het
hoog stationair toerental