Probleemoplossing
U KUNT DE PROJECTOR NIET INSCHAKELEN.
Oorzaak
Het netsnoer levert geen stroom.
De projector werd aangezet tijdens het
afkoelen.
GEEN BEELD
Oorzaak
De videobron is niet ingeschakeld of niet
correct aangesloten.
De projector is niet correct aangesloten op
de invoerbron.
Het ingangssignaal is verkeerd
geselecteerd.
De lensdop zit nog op de lens.
ONSCHERP BEELD
Oorzaak
De projectielens is niet correct
scherpgesteld.
De projector en het scherm staan scheef.
De lensdop zit nog op de lens.
AFSTANDSBEDIENING WERKT NIET
Oorzaak
De batterijen zijn leeg.
Er bevindt zich een voorwerp tussen de
afstandsbediening en de projector.
U bevindt zich te ver van de projector.
Oplossing
Stop het ene uiteinde van het netsnoer in de
netsnoeraansluiting op de projector en het andere
uiteinde in het stopcontact. Zorg dat het stopcontact
is ingeschakeld (indien van toepassing).
Wacht tot de projector volledig is afgekoeld.
Oplossing
Schakel de videobron in en controleer of de
signaalkabel correct is aangesloten.
Controleer de aansluiting.
Selecteer het correcte ingangssignaal met de knop
SOURCE (Bron) op de projector of de bronknoppen
op de afstandsbediening.
Verwijder de lensdop.
Oplossing
Pas de scherpstelling van de lens aan met de
focusring.
Pas de projectiehoek, -richting en -hoogte van de
projector indien nodig aan.
Verwijder de lensdop.
Oplossing
Vervang de batterijen.
Verwijder het voorwerp.
Ga niet verder dan 6 meter van de projector staan.
Probleemoplossing
45