Een composietvideo-apparaat aansluiten
Controleer of er op het videoapparaat een ongebruikte composietvideo-uitgang beschikbaar is:
• Zo ja, ga door met deze procedure.
• Anders dient u een andere uitgang te selecteren om het apparaat op aan te sluiten.
Een composietvideo-apparaat aansluiten:
1.
Sluit het ene uiteinde van de (optionele) videokabel aan op de composietvideo-uitgang van het
videoapparaat.
2.
Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de VIDEO-aansluiting van de projector.
3.
Wilt u tijdens de presentatie ook gebruikmaken van de luidspreker (gemengd monogeluid), sluit dan een
geschikte audiokabel aan tussen de audio-uitgangen van het videoapparaat en de AUDIO-aansluiting van
de projector.
Eenmaal aangesloten kan de audio worden geregeld via de volume- en dempingsinstellingen van de
projector. Zie
"Dempen"
In het onderstaande diagram vindt u een overzicht van de benodigde verbindingen.
AV-apparaat
•
De projector kan alleen gemengd monogeluid afspelen, zelfs als u een stereo-invoerbron hebt
aangesloten. Zie
"Audio-apparaten aansluiten" op pagina 19
•
Als het geselecteerde videobeeld niet wordt weergegeven nadat u de projector hebt ingeschakeld
en de juiste videobron hebt geselecteerd, controleert u of het videoapparaat is ingeschakeld en
goed werkt. Controleer ook of de signaalkabels op de juiste manier zijn aangesloten.
•
Alleen als er geen componentvideo- en S-Video-ingangen beschikbaar zijn, gebruikt u een
composietvideo-aansluiting. Zie
en
"Volume" op pagina 36
"Videoapparaten aansluiten" op pagina 18
voor meer informatie.
Videokabel
Audiokabel
voor meer informatie.
voor meer informatie.
Aansluiting
23