Reiniging en onderhoud
7
Reiniging en onderhoud
De bediener moet ervoor zorgen dat de apparatuur en de veiligheidsonderdelen in
goede staat worden gehouden. De effectiviteit van controle- en veiligheidssystemen
moet worden gecontroleerd.
Onderhouds-, reinigings- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen worden
uitgevoerd door goed opgeleid en gespecialiseerd personeel.
Als het nodig is om veiligheidsvoorzieningen te verwijderen voor onderhoud,
reiniging en reparatie, moeten ze onmiddellijk na voltooiing van de werkzaamheden
weer worden geïnstalleerd en moet de werking ervan worden gecontroleerd.
Alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens
de gebruiksaanwijzing en met de voorgeschreven intervallen.
NL
44 / 50
116822