Installatieinstructie
Elektrische aansluitingen
•
Controleer voordat u het apparaat aansluit op het lichtnet, of de
spanningswaarden en de frequentie van de bestaande elektrische installatie
overeenkomen met de waarden die staan vermeld op het typeplaatje. Sluit het
apparaat alleen aan als de bovenstaande gegevens compatibel zijn met elkaar!
Een spanningsafwijking van niet meer dan ± 10% is toegestaan.
•
We raden aan om de aansluiting te
maken via een schakelkast
voorafgegaan door een gemakkelijk
bereikbare schakelaar en
geïntegreerd in het systeem in
overeenstemming met de geldende
voorschriften in het land van
installatie (afb. 12). Als alternatief
kan een geschikte plug-in worden
geïnstalleerd.
•
Let op de polariteit van de draden bij
het aansluiten op de schakelkast.
•
Om te controleren of de aansluiting correct is gemaakt, controleert u of er
spanning staat tussen de behuizing van het apparaat (aarde
•
De kabel moet worden vervangen door een kabel met gelijkwaardige
eigenschappen en lengte door een gekwalificeerde en bevoegde technicus. De
aardgeleider moet altijd geelgroen zijn.
•
Het is essentieel dat de aarding correct is aangesloten door middel van een
enkele geelgroene geleider in de kabel; de aardgeleider mag geen
aansluitpunten hebben en mag niet worden onderbroken door een
beveiligingsschakelaar. Hij moet minstens 3 cm langer zijn dan de andere
geleiders in de kabel.
•
De 116822 is in de fabriek voorzien van een aansluitkabel en stekker (230 V
eenfasig).
•
Om het apparaat op het lichtnet aan te sluiten, steekt u de stekker gewoon in
een enkel geaard stopcontact.
•
Het apparaat zo plaatsen dat de stekker toegankelijk is zodat als dat nodig
mocht zijn, het apparaat snel van het lichtnet kan worden gehaald.
•
Het elektriciteitscircuit en het stopcontact moeten minimaal 16A beveiligd zijn.
Sluit het apparaat rechtstreeks aan op een stopcontact, gebruik geen
meervoudige stekkers of meervoudige stopcontacten.
WAARSCHUWING!
116822
Afb. 12
) en de fase.
23 / 50
NL