INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET PRODUCT, INSTALLATIE EN ONDERHOUD
i
Voor informatie met betrekking tot de werking, raad-
pleeg de handleiding " INSTRUCTIES MET BETREK-
KING TOT DE WERKING " in de paragraaf " 230V UIT-
SIGNAAL ".
7
ONTSTEKINGS- EN WERKINGSTEST
Gespecialiseerde en erkende technici moeten een ontstekings-
en werkingstest uitvoeren om te controleren of het toestel en alle
andere elementen van de installatie die erop aangesloten zijn
correct werken. Afhankelijk van het feit of de verwarming plaats-
vindt door middel van lucht of water, dienen bijgevolg ook even-
tuele kanalisaties van de warme lucht gecontroleerd te worden,
indien aanwezig, of het hydraulische circuit en andere warmte-
bronnen die er eventueel mee verbonden zijn.
i
Controleer samen met de gespecialiseerde technici de
eventuele kosten voor deze ingreep.
Raadpleeg in de handleiding " INSTRUCTIES MET BE-
■ ■
TREKKING TOT DE WERKING ".
8
MANTELS EN AFWERKINGEN
Wanneer de installatie van het product voltooid is, kan het nood-
zakelijk zijn eventuele accessoires, externe mantels of bekledin-
gen te installeren of andere werken uit te voeren.
i
In geval van een externe standaardmantel en acces-
soires, volg de desbetreffende bijgevoegde instruc-
ties.
Wanneer er een mantel of wandpaneel gebouwd moet
■ ■
worden, raadpleeg de paragraaf "Constructie mantel".
i
Het is raadzaam om uit te voeren wat vermeld is in pa-
ragraaf " ONTSTEKINGS- EN WERKINGSTEST ":
voordat u de mantel en de wandpanelen monteert
■ ■
wanneer de mantel geplaatst is en nadat de nodige
■ ■
bouwwerken voltooid zijn.
9
GEBRUIK
i
Voor informatie met betrekking tot de werking, raad-
pleeg de handleiding " INSTRUCTIES MET BETREK-
KING TOT DE WERKING ".
22
10 REINIGING EN ONDERHOUD
a
Voor alle installatie- en onderhoudswerkzaamheden
waarvoor toegang vereist is tot de mantel, de rook-
gaskamer of elektrische en elektronische onderdelen,
dient u zich tot een dealer (erkend servicecentrum) of
tot gekwalificeerde technici te wenden.
Alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden die-
■ ■
nen uitgevoerd te worden wanneer het vuur gedoofd
is, het toestel volledig afgekoeld is en de voedingska-
bel van het toestel en/of eventuele geïnstalleerde ac-
cessoires losgekoppeld is.
De onderhoudswerkzaamheden zijn verplicht en noodzakelijk
om de veiligheid, een correcte en efficiënte werking en lange
levensduur van het toestel te garanderen. Als deze handelingen
niet uitgevoerd worden met de beschreven regelmaat, dan kun-
nen er storing optreden en kan het toestel zelf vervallen en kun-
nen de prestaties ervan afnemen.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor het verval van het
toestel of storingen in de werking ervan als dit het gevolg
is van slecht onderhoud.
i
De reiniging dient uitgevoerd te worden met passen-
de instrumenten en volgens de voorschriften inzake
de bescherming van de veiligheid en de gezondheid.
De materialen en de instrumenten die voor de reini-
■ ■
ging worden gebruikt mogen de kenmerken of de
werking van het toestel niet wijzigen.
De afvalstoffen die het gevolg zijn van de reiniging
■ ■
moeten afgedankt worden volgens de voorschriften
inzake afdanking van afvalstoffen.
10.1 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD
a
Het geprogrammeerde onderhoud moet ten minste
EEN KEER PER JAAR worden uitgevoerd, en hoe dan
ook voordat het toestel opgestart wordt nadat het ge-
durende een lange tijd niet is gebruikt.
i
De vermelde tijden zijn indicatief: afhankelijk van de
gebruiksfrequentie en de kwaliteit van de gebruikte
brandstof kan een grotere frequentie noodzakelijk
zijn.
DT2002486_H072090NL0_01