INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET PRODUCT, INSTALLATIE EN ONDERHOUD
4.4
SCHOORSTEEN
De schoorsteen is een onderdeel dat bovenop de schoorsteen-
pijp geplaatst is en dat dient om de verbrandingsgassen makke-
lijker in de atmosfeer te verspreiden.
De schoorsteen moet:
- een gepaste doorsnede hebben die niet minder mag zijn dan
het dubbele als die van de schoorsteenpijp
- zodanig gebouwd zijn dat er geen regen, sneeuw of vreemde
voorwerpen terecht in kunnen komen
- zodanig gebouwd zijn dat de afvoer van de verbrandingspro-
ducten hoe dan ook verzekerd is in geval van wind uit alle mo-
gelijke richtingen (windbestendige schoorsteen)
- buiten het terugstroomgebied geplaatst worden
- zodanig geplaatst worden dat er rekening wordt gehouden
met de hellingshoek van het dak en de afstanden van gebou-
wen, platen, antennes of andere obstakels respecteren, zoals
voorgeschreven.
4.5
ROOKGASKANAAL
Met rookgaskanaal wordt het geheel van onderdelen bedoeld
dat het toestel verbindt met het schoorsteenkanaal.
a
Afmetingen (F): voor informatie met betrekking tot de
veiligheidsafstanden, installatie, onderhoud, veilig-
heid en isolatie, verwijs naar de aanwijzingen van de
fabrikant van de bijgevoegde rookgaskanalen.
Over heel de lengte van het rookgaskanaal moet de
■ ■
minimumafstand (F) gerespecteerd worden van hit-
tegevoelige constructies of brandbare materialen
(bv. bekledingen, wanden, houten balken of plafonds
enz.), wanneer het kanaal door een muur of een pla-
fond gaat, dient er een speciale installatie uitgevoerd
te worden.
Waar er een risico bestaat op toevallig menselijk
■ ■
contact met het rookgaskanaal, om de veiligheid te
garanderen moet het externe oppervlak voldoen-
de beschermd worden, in overeenstemming met de
voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant
van het rookgaskanaal.
F
14
F
F
Fig. 8
DT2002486_H072090NL0_01
d
Het rookgaskanaal mag geen vertrekken doorkruisen
waar de installatie van verbrandingstoestellen ver-
boden is, noch andere vertrekken waar brandgevaar
heerst, nog vertrekken en/of zones die niet geïnspec-
teerd kunnen worden.
Het is verboden flexibele metalen pijpen te installeren,
■ ■
in vezelcement, pijpen zonder CE-markering, alsook
elementen met geknikte hellingslijnen te gebruiken.
Bij toestellen met geforceerde ventilatie (bijvoorbeeld
■ ■
pellettoestellen) is het verboden om afsluitingen of
ventielen in het rookgaskanaal te installeren waar-
door de doorgang van de verbrandingsgassen belem-
merd kan worden.
In het bijzonder herinneren we eraan dat het rookgaskanaal:
- moet in overeenstemming zijn met de wetgeving, over CE-mar-
kering beschikken en gebouwd worden volgens de veiligheids-
voorschriften
- moet aangepast zijn aan de specifieke werkingscondities van
het toestel dat geïnstalleerd wordt; de afmetingen moeten
aangepast zijn; in het bijzonder de minimumtrek garanderen
die door het toestel vereist is
- gesloten moet zijn en bestand tegen verbrandingsproducten
- zodanig geïnstalleerd moet worden dat de normale thermische
uitzetting mogelijk is, zelfdragend moet zijn zodat het gewicht
ervan niet op de rookgasafvoer weegt. Maak het toestel anders
vast met behulp van speciale sokkels
- vastgemaakt moet worden aan de opening van de schoorsteen
zonder er te ver in te steken, om de doorstroming van de rook-
gassen niet te blokkeren; de as van het uiteinde van de opening
en de as van de schoorsteen moeten elkaar kruisen
- uitgerust moet zijn met inspectiepunten om de periodieke rei-
niging en het onderhoud te kunnen uitvoeren zonder de lei-
ding helemaal te demonteren
- moet over de hele lengte een doorsnede hebben die niet klei-
ner is dan die van de afvoer van het toestel.
Bijkomende voorschriften met betrekking tot het rookgas-
kanaal
Voor een correcte werking van het toestel, indien niet anders
vermeld in de paragrafen " TECHNISCHE GEGEVENS " en " AAN-
SLUITING OP DE ROOKGASAFVOER ", dient de aansluiting op het
schoorsteenkanaal over de volgende kenmerken te beschikken:
lengte (a) van het rookgaskanaal
lengte bij horizontale uitstoot (a) van het
rookgaskanaal
lengte van de eerste horizontale leiding
(d) van het rookgaskanaal, rechtstreeks
aangesloten op het toestel of met behulp
van een "T-stuk" of gebogen buis (*)
aantal bochten (c) niet groter dan 90°,
inclusief de bocht die afkomstig is van de
aansluiting van het toestel op de haard (**)
diameter van het rookgaskanaal voor toe-
stellen met vermogen < 12 kW
diameter van het rookgaskanaal voor toe-
stellen met vermogen > 12 kW
(*) in deze situatie, na de horizontale leiding (d) dient de recht-
streekse invoeging in het schoorsteenkanaal worden gereali-
seerd, of een verticale leiding (e) van het rookgaskanaal met
een minimumlengte van 1,5 m.
(**) wanneer de rookgasafvoer op het toestel met een horizontal
as gebeurt, dient de bocht (t) die veroorzaakt wordt door de
aansluiting aan het toestel (met behulp van een "T-stuk" of
gebogen buis) niet meegerekend te worden.
max. 7.5 m
max. 4 m
max. 1 m
max. 3
min. 80 mm
min. 100 mm