6.5
HET VULLEN VAN DE INSTALLATIE
a
Vul het hydraulische systeem terwijl het toestel uitge-
schakeld is.
Schakel het apparaat niet opnieuw in als de ketel ge-
■ ■
heel of gedeeltelijk leeg is.
Sequentie om de installatie te vullen:
- open de afvoerkleppen van de radiatoren
- draai de schroef van de automatische luchtafvoerklep (1) van
het toestel los en laat ze los zitten
- controleer of de afvoerkraan (2) gesloten is
1
- open de toevoerkraan van de installatie (3)
- open de kogelkleppen die geïnstalleerd zijn op de toevoer- en
afvoer aansluitingen van het toestel
- open de opvangtoestellen van de installatie
- open geleidelijk de kraan die het water van de waterleiding
naar het hydraulische systeem voert
- verwijder de lucht door de verluchtingskleppen die zich op de
installatie geïnstalleerd, de radiatoren en het toestel bevinden.
Controleer of ze correct werken
- sluit de afvoerkleppen van de radiatoren zodra het water ver-
schijnt (de schroef van de automatische luchtafvoerklep van
het toestel moet losgedraaid blijven)
- breng de installatie tot de bedrijfsdruk en controleer de druk-
waarde op het display
- sluit de kraan die het water van de waterleiding naar het hy-
draulische systeem voert
- sluit de toevoerkraan van de installatie (3)
- controleer of de dichtingen waterdicht zijn en of de drukwaar-
de van het hydraulische systeem stabiel is.
INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET PRODUCT, INSTALLATIE EN ONDERHOUD
2
3
6.6
KENMERKEN VAN HET VOEDINGSWATER
- De druk in de watertoevoerleiding naar de thermische installa-
tie moet 1,5 bar bedragen (installeer een drukverlager wanneer
de drukwaarde hoger is).
- De hardheid van het voedingswater beïnvloedt de werking van
de warmtewisselaar.
Wanneer het water erg hard is (meer dan 20°f), dient u de instal-
latie uit te rusten met een verzachtingstoestel.
In elke gemeente wordt het water gratis geanalyseerd.
6.7
AANSLUITING OP DE ROOKGASAFVOER
a
Gelieve de paragrafen aandachtig te lezen " ROOK-
GASKANAAL " en " MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTAN-
DEN ".
Het toestel is standaard uitgerust met de uitgang van de rook-
gasafvoer (1).
Fig. 18
Er kunnen ook andere uitgangen worden aangesloten:
- rookgasafvoer links (2) (*)
(*) Het is raadzaam om de desbetreffende KIT (accessoire) aan te
kopen.
i
Voor de installatie van eventuele KITS en ACCESSOI-
RES, raadpleeg de bijgevoegde instructies.
Fig. 19
a
Er dient zich een minimumafstand (G) van 10 cm te be-
vinden tussen de buis van het rookgaskanaal en het
toestel (P).
G
DT2002486_H072090NL0_01
G
G
P
1
2
Fig. 20
G
Fig. 21
19