De juiste pannen
Geschikt zijn pannen van:
– roestvrij staal met een magnetiseer‐
bare bodem.
– geëmailleerd staal.
– gietijzer.
Niet geschikt zijn pannen van:
– roestvrij staal met een niet magneti‐
seerbare bodem.
– aluminium of koper.
– glas, keramiek of aardewerk.
Als u niet zeker weet of een pan ge‐
schikt is voor inductie, houdt u een
magneet tegen de bodem van de pan.
Als de magneet blijft hangen, is de pan
over het algemeen geschikt.
Als u een ongeschikte pan gebruikt,
knipperen op het bedieningspaneel van
de kookzone de vermogensstanden
1-9.
De kwaliteit van de bodem van de pan
kan het bereidingsresultaat beïnvloeden
(bijvoorbeeld het bruin worden van pan‐
nenkoeken).
– Kies voor een optimaal gebruik van
de kookzone een pan met een pas‐
sende bodemdiameter (zie hoofdstuk
"Kookzones"). Als de pan te klein is,
wordt deze niet herkend en op het
bedieningspaneel van de kookzone
knipperen de vermogensstanden 1-9.
– Gebruik alleen pannen met een glad‐
de bodem. Een ruwe bodem kan
krassen op de keramische plaat ver‐
oorzaken.
– Til pannen op als u ze wilt verplaat‐
sen. U voorkomt zo vlekken door
wrijving en krassen.
– Houd er bij de aanschaf rekening
mee dat pannenfabrikanten vaak de
maximale diameter of de diameter
aan de bovenkant vermelden. Van
belang is echter alleen de (meestal
kleinere) bodemdiameter.
Inductie
21