INSPECTIE EN ONDERHOUD
KOELVLOEISTOF VERVERSEN
Voer deze taak alleen uit als de motor is afgekoeld en niet draait, om brandwonden te voorkomen.
• Gebruik geschikte containers om ervoor te zorgen dat de koelvloeistof niet in het milieu wordt verspreid.
• Verwijder de doppen van de onderdelen van het koelsysteem en wacht tot het systeem helemaal leeg is
(de positionering van de doppen is aangegeven op pagina 10). Na het legen, plaatst u de doppen weer
op hun behuizing, waarbij u erop let dat de dichtingsringen intact zijn.
• Vul het circuit volledig bij, zoals aangegeven in de tabel op pagina 28.
• Laat de motor even draaien terwijl u het koelvloeistofpeil bij de vuldop in de gaten houdt. Vul, indien
nodig, de vloeistof bij.
• Ontlucht het koelvloeistofcircuit als volgt:
• Laat de motor stationair draaien en draai voorzichtig de schroef los die op de koelvloeistoftank naast
de dop zit.
• Nadat voldoende tijd is verstreken, draait u de schroef vast tot het voorgeschreven draaimoment en stopt
u de motor.
• Controleer het koelvloeistofpeil opnieuw en vul zo nodig bij.
56
Gebruiksaanwijzing 6LT-serie