Inbedrijfstelling
Verhoog parameter 1-14 Damping Gain wanneer de motor
bij een bepaald toerental gaat oscilleren. Verhoog de
waarde in kleine stappen.
Het startkoppel kan worden gewijzigd in
parameter 1-66 Min. Current at Low Speed. 100% geeft het
nominale koppel als startkoppel.
5.4.3 Automatische aanpassing
motorgegevens (AMA)
5
5
Automatische aanpassing motorgegevens (AMA)
Het wordt ten zeerste aanbevolen om een AMA uit te
voeren om de elektrische kenmerken van de motor te
meten. Dit optimaliseert de compatibiliteit tussen de
frequentieregelaar en de motor in de VVC
•
De frequentieregelaar stelt een wiskundig model
van de motor op voor het regelen van de
uitgangsstroom naar de motor, waardoor de
motorprestaties worden verbeterd.
•
Bij sommige motoren kan geen volledige versie
van de test worden uitgevoerd. Selecteer in dat
geval [2] Enable reduced AMA in
parameter 1-29 Automatic Motor Adaption (AMA).
•
Raadpleeg hoofdstuk 8.4 Lijst met waarschuwingen
en alarmen wanneer er waarschuwingen of
alarmen worden gegenereerd.
•
Voor het beste resultaat moet de procedure
worden uitgevoerd met een koude motor.
AMA uitvoeren via het LCP
1.
Bij gebruik van de standaard parameterinstelling
moet u klem 12 en 27 met elkaar verbinden
voordat u een AMA uitvoert.
2.
Ga naar het hoofdmenu.
3.
Ga naar parametergroep 1-** Load and Motor.
4.
Druk op [OK].
5.
Stel de motorparameters in parametergroep 1-2*
Motor Data in aan de hand van de gegevens van
het motortypeplaatje.
6.
Stel in parameter 1-42 Motor Cable Length de
lengte van de motorkabel in.
7.
Ga naar parameter 1-29 Automatic Motor
Adaptation (AMA).
8.
Druk op [OK].
9.
Selecteer [1] Enable complete AMA.
10.
Druk op [OK].
11.
De test wordt automatisch uitgevoerd en bij
voltooiing wordt een melding gegeven.
Afhankelijk van de vermogensklasse duurt het 3 tot 10
minuten voordat de AMA is voltooid.
30
®
VLT
Midi Drive FC 280
LET OP
De motor gaat door het uitvoeren van een AMA niet
draaien en de motor wordt ook niet beschadigd.
5.5 Draairichting van de motor controleren
Controleer de draairichting van de motor voordat u de
frequentieregelaar opstart.
+
-modus.
5.6 De draairichting van de encoder
Controleer de draairichting van de encoder alleen als een
encoderterugkoppeling wordt gebruikt.
Danfoss A/S © 11/2015 Alle rechten voorbehouden.
1.
Druk op [Hand On].
▲
2.
Druk op [
] voor een positieve snelheidsrefe-
rentie.
3.
Controleer of de weergegeven snelheid positief is.
4.
Controleer of de bedrading tussen de frequentie-
regelaar en de motor correct is.
5.
Controleer of de motor in de juiste richting draait
overeenkomstig de instelling in
parameter 1-06 Richting rechtsom.
•
Wanneer parameter 1-06 Richting
rechtsom is ingesteld op [0] Normal
(standaard rechtsom):
a.
Controleer of de motor
rechtsom draait.
b.
Controleer of de richtingspijl
op het LCP rechtsom aangeeft.
•
Wanneer parameter 1-06 Richting
rechtsom is ingesteld op [1] Inverse
(linksom):
a.
Controleer of de motor linksom
draait.
b.
Controleer of de richtingspijl
op het LCP linksom aangeeft.
controleren
1.
Selecteer [0] Open Loop in parameter 1-00 Configu-
ratiemodus.
2.
Selecteer [1] 24V encoder in
parameter 7-00 Terugk.bron snelheids-PID.
3.
Druk op [Hand On].
▲
4.
Druk op [
] voor een positieve snelheidsrefe-
rentie (parameter 1-06 Richting rechtsom ingesteld
op [0] Normal).
5.
Controleer in parameter 16-57 Feedback [RPM] of
de terugkoppeling positief is.
MG07A110