De weerstand controleren (verwarmde systemen)
De weerstand controleren (verwarmde systemen)
De weerstand van de sensor
controleren
Verklein de kans op letsel of schade aan de
apparatuur door de volgende elektrische controles
uit te voeren met de schakelaar voor de
voedingsaansluitkast (AK) en de
voedingsschakelaar (AZ) op UIT.
OPMERKING: De instructies voor het controleren van
de weerstand van de sensor zijn alleen van
toepassing op verwarmde systemen.
Het toevoersysteem is voorzien van een
warmtesensoren en -regelaars voor elk van de
verwarmde zones. Zo controleert u de weerstand van
de sensor:
1. Zet de schakelaar voor de voedingsaansluitkast
(AK) en de voedingsschakelaar (AZ) op UIT.
2. Wacht totdat de componenten zijn afgekoeld tot
omgevingstemperatuur 17°-25°C (63°-77°F).
Controleer van de elektrische weerstand van de
componenten.
OPMERKING: Controleer de weerstand bij een
omgevingstemperatuur van 17°-25°C (63°-77°F).
AMZ
Pennen
Eerste warmtezone
A, J
Tweede warmtezone
C, D
Eerste RTD
G, K
Tweede RTD
M, K
Aarde
34
Ronde
slangconnector
B
3. Vervang alle onderdelen waarvan de weerstand
bij het uitlezen niet binnen het bereik in Tabel 1:
ligt: Sensoren op pagina 35.
De weerstand van de
verwarmer controleren
Verklein de kans op letsel of schade aan de
apparatuur door de volgende elektrische controles uit
te voeren met de schakelaar voor de
voedingsaansluitkast (AK) en de voedingsschakelaar
(AZ) op UIT.
OPMERKING: De instructies voor het controleren van
de weerstand van de verwarmer zijn alleen van
toepassing op verwarmde systemen.
1. Zet de schakelaar voor de voedingsaansluitkast
(AK) en de voedingsschakelaar (AZ) op UIT.
2. Controleer de elektrische weerstand van de
componenten.
3. Vervang alle onderdelen waarvan de weerstand
bij het uitlezen niet binnen het bereik in Tabel 1:
ligt: Sensoren op pagina 35.
3A8546A