Volgende bestuurelementenkunnen ook onderdeel zijn van deze uitvoering :
- start / stop voertuigmotor -5- :
- inschakeln van de elektronoodpomp:
-werkbak draaien -6-
- werkbak nivelleren
-rode waarschuwingslampje voor de zijdelingse bereikbegrenzing
Bij de noodbediening kiest men de functie d.m.v. de 3 flipschakelaars voor en drukt de hendel P voor
de verhoging van de snelheid. De besturing van de werkbak geschiedt middels de joysticks, die de
bewegingen proportioneel aansturen.
Het is aanbevolen om de bewegingen gradueel aan te sturen en los te laten , om schokken te
vermijden.
Reduceer de snelhaid van de bewegingen altijd, als men in de buurt van hindernissen en
obstakels werkt. Houd rekening met de ingeprogrammeerde -ramp-up - ramp-down aansturing, die
een vertraging inbouwt, bij abrupte bewegingen van de joysticks en/of de snelheidshendel.
Abrupte aansturingen kunnen een vervroegd inschakeln van de beveiliging veroorzaken, waardoor
de prestatie van de machine beperkt wordt en kunnen stuurkleppen beginnen te oscilleren, waardoor
ongewenste wipbewegingen in de mast kunnen ontstaan. Treden deze ongewenste bewegingen op,
stop dan met aansturen en begin wederom met het gradueel aansturen.
:
: om het handmatig nanivelleren van de werkbak aan te sturen
voor het starten en stoppen van de
motor.
Ook bij niet draaiende motor
wordt de accu belast. Houd de
accutoestandin de gaten
(indien voorzien)de elektronoodpomp
dient uitsluitendvoor het nooddalen te
worden
gebruikt,
voertuigmotor uitgevallen is. Met de
schakelaar de pomp in werking stellen
en de gewenste beweging aansturen
(indien voorzien) om het draaien van
de werkbak aan te sturen
indien
de
15