Het apparaat instellen voor netwerkgebruik
Sluit het apparaat aan op een netwerk
Dit apparaat heeft een USB-aansluiting en een LAN-aansluiting Indien het apparaat op een netwerk
wordt aangesloten met behulp van een LAN-snoer, kunt u het apparaat gebruiken als netwerkprinter
en functies zoals de I-faxfunctie gebruiken, waarmee u faxen kunt versturen en ontvangen via
het internet.
Opmerking
– Het LAN-snoer wordt niet bij het apparaat bijgeleverd.
– U kunt de iR1018/1022A/1022F in een netwerkomgeving gebruiken op voorwaarde dat een netwerkkaart
werd geïnstalleerd.
Geef het IP-adres op
Een IP-adres moet worden vermeld om de communicatie mogelijk te maken tussen het apparaat
en de pc.
Opmerking
– Alvorens onderstaande procedure uit te voeren moet u ervoor zorgen dat het apparaat is ingeschakeld
en verbonden is met een netwerk.
– Het apparaat maakt standaard automatisch een IP-adres met behulp van DHCP. Als uw netwerkserver of -router
zodanig is geconfigureerd dat automatisch een DHCP-adres wordt geboden, moet u alleen een netwerksnoer
aansluiten en het apparaat aanzetten. Het apparaat maakt automatisch een IP-adres.
– Dit apparaat ondersteunt ook automatische IP-adressen waarbij gebruik wordt gemaakt van BOOTP- en RARP-
protocollen. Als u deze protocollen gebruikt, selecteer dan <ON> (AAN) bij stap 6 van onderstaande procedure
en leg de <2. BOOTP> of <3. RARP> -instellingen vast.
23