9 Instellingen
108
De activering van de pomp wordt tevens afgesloten ter bescherming tegen
drooglopen. Als de waterdruk weer stijgt en de schakelaar weer sluit, wordt
dit automatisch weer geannulleerd met een startblokkering en de pompac
tivering wordt weer vrijgegeven.
Gasenergie-meting (2550)
Deze parameter wordt gebruikt om de meting van de gasenergie in- of uit te
schakelen. De tellerwaarden worden niet gewist tijdens dit proces.
Correctie van gasmeting (2551)
De helling van de verwarmingscurve wordt hier ingesteld.
Waarde <1 Levert een lagere gasenergie-meetwaarde op.
Waarde >1 Levert een hogere gasenergie-meetwaarde op.
Een waarde van 1 betekent dat er geen verandering is in vergelijking met de
opgeslagen benaderingswaarde.
9.2.12 Cascade
Volgorde strategie (3510)
De warmteproducenten worden in- en uitgeschakeld volgens de ingestelde
besturingsstrategie waarbij het vastgelegde uitangsbereik in aanmerking
wordt genomen. Om de werkiing van het uitgangsbereik uit te schakelen,
moeten de grenswaarden op 0% en 100% en de besturing op laat aan en
laat uit worden gezet.
Laat in, vroeg uit: Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (uit
gangsbereik max) en worden weer uitgeschakeld zodra dit mogelijk is
(uitgangsbereik max). D.w.z. er zijn zo weinig mogelijk ketels in bedrijf of
korte bedrijfstijden voor extra ketels.
Laat in, laat uit: Extra ketels worden zo laat mogelijk ingeschakeld (uit
gangsbereik max) en worden weer uitgeschakeld zodra dit mogelijk is
(uitgangsbereik max). D.w.z. zo min mogelijk in- en uitschakelprocessen
voor de ketels.
Vroeg in, laat uit: Extra ketels worden zo vroeg mogelijk ingeschakeld (uit
gangsbereik min) en worden weer uitgeschakeld zodra dit mogelijk is (uit
gangsbereik min). D.w.z. er zijn zo veel mogelijk ketels in bedrijf of lange
bedrijfstijden voor extra ketels.
Vrijg integr opw volgorde (3530)
Een waarde die wordt aangemaakt uit temperatuur en tijd. De vertragings
ketel wordt ingeschakeld wanneer de ingestelde grenswaarde wordt over
schreden.
Uitsch integr opw volgorde (3531)
De volgende ketel wordt uitgeschakeld voor het geval dat de instelwaarde
wordt overschreden.
Herstart vergrendeling (3532)
De herstartblokkering voorkomt het inschakelen van een uitgeschakelde ke
tel, die weer wordt ingeschakeld. De vrijgave volgt pas, nadat de ingestelde
tijd is verstreken. Dit voorkomt dat de ketel te vaak wordt in- en uitgescha
keld en zorgt voor een stabiele bedrijfstoestand van eht systeem.
Bijschakelvertraging (3533)
De veelvuldig vooruit en terug schakelen (cycli) van d eketel wordt voorko
men door de inschakelvertraging en daardoor wordt een stabiele bedrijfs
toestand gegarandeerd.
Auto opw volgorde omsch (3540)
De volgorde van de hoofd cv-ketel en de ondergeschikte ketel wordt bepaald
door de omschakeling van de volgorde en op die manier wordt de toepas
sing van de ketels in een cascade mede bepaald. Nadat de ingestelde tijd
verstreken is, wordt de ketelvorlgorde veranderd. De ketel met het eerstvol
gend hogere apparaatadres fungeert als hoofd cv-ketel.
De bedrijfsuren die van de cv-ketel naar de cascade master worden door
doorgegeven zijn doorslaggevend voor de berekening van de bedrijfsuren.
7636649 - 01 - 31082015