Gebruik met een directe verbinding
Ga verder naar Stap 3 wanneer u verbindt via Wi-Fi met [Directe
verbinding] in [Wi-Fi INST.]
1
Druk op de Wi-Fi-knop.
2
Selecteer [AFST. BEDIEN.] met gebruik van de SET-
toets en druk vervolgens op de SET-toets.
≥ Deze zal in verbindingstand-by gaan voor werking op afstand.
3
Start de toepassing "Image App" van de smartphone.
≥ Als de verbinding volledig tot stand gekomen is, worden de beelden
van dit toestel op het scherm van de smartphone weergegeven.
Om de bediening op afstand te verlaten:
Druk op de SET-toets.
≥ Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [JA] om de aanduiding te sluiten.
Gebruik met een verbinding met een draadloos
toegangspunt
1
Breng de verbinding tussen de smartphone en het
draadloze toegangspunt tot stand.
2
Druk op de Wi-Fi-knop.
3
Selecteer [AFST. BEDIEN.] met gebruik van de SET-
toets en druk vervolgens op de SET-toets.
≥ Deze zal in verbindingstand-by gaan voor werking op afstand.
4
Start de toepassing "Image App" van de smartphone.
≥ Als de verbinding volledig tot stand gekomen is, worden de beelden
van dit toestel op het scherm van de smartphone weergegeven.
Om de bediening op afstand te verlaten:
Druk op de SET-toets.
≥ Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [JA] om de aanduiding te
sluiten.
(l
176).
Wi-Fi
Wi-Fi
- 182 -