Algemene eisen voor de installatie
– De documentatie voor de classificatie van de gevarenzones (zoneclassificatie) conform
EN/IEC60079-10 moet voorhanden zijn.
– De geschiktheid van de apparatuur voor gebruik in het geclassificeerde bereik moet zijn
aangetoond.
– Extra eisen voor het gebruik van sensoren in zone 0, zoals boven beschreven, moeten
in acht worden genomen.
– Na de installatie moet een eerste testrun van het volledige apparaat en de installatie
conform EN/IEC60079-17 worden uitgevoerd, voordat het reguliere bedrijf begint.
Eisen betreffende de bedrading
– De kabels moeten voldoen aan de eisen volgens EN/IEC60079-14.
– Kabels die extra onderhevig zijn aan thermische, mechanische of chemische
belastingen moeten aanvullend worden beschermd, bijv. door deze in
beschermingsbuizen aan te brengen.
– Kabels die niet vuurvast zijn geïnstalleerd, moeten conform IEC 60332-1 zwaar
ontvlambaar zijn.
– Kabels voor Ex e moeten voldoen aan de eisen van EN/IEC 60079-14 paragraaf 11.
– Neem bij de selectie van de kabels het aansluitbereik van de kabelschroefkoppelingen
in acht.
– Gebruik als alternatief alleen conform Ex e resp. Ex i goedgekeurde
kabelschroefkoppelingen met toereikende beschermingsgraad.
– Bij intrinsiek veilige bedrading en een omgevingstemperatuurbereik tussen
-20°C en +60°C mogen de aanwezige metalen kabelschroefkoppelingen door
lichtblauwe kabelschroefkoppelingen worden vervangen (op aanvraag verkrijgbaar).
– Vervang de aanwezige kabelschroefkoppelingen door geschikte
kabelschroefkoppelingen als de installatie met pantserkabels moet plaatsvinden.
– Bij levering zijn de kabelschroefkoppelingen standaard met een sluitplug beveiligd.
Mochten deze niet worden gebruikt, dan moeten alleen Ex e goedgekeurde sluitpluggen
worden ingezet.
– De beschermingsbuizen moeten voldoen aan de eisen van EN/IEC 60079-14, paragraaf
9.4 en 10.5. Daarenboven is de conformiteit met nationale en andere relevante
bepalingen vereist.
– "Beschermingsbuizen" conform IEC 60614-2-1 en IEC60614-2-5 zijn niet geschikt.
– De beschermingsbuizen moeten zijn beschermd tegen vibratie.
– Gebruik een geschikt schroefdraad-afdichtmiddel zoals in EN/IEC60079-14, paragraaf
9.4, vermeld.
– Bescherm de strengen met behulp van adereindhulzen tegen opensplijten.
– Neem vrije ruimte en kruipwegen voor de aangesloten kabels conform EN/IEC60079
resp. EN/IEC 60079-11 in acht.
– Verbind niet-gebruikte leidingen met de aarde of veiligheidsinrichting zodat een
kortsluiting met andere geleidende delen is uitgesloten.
– Realiseer een potentiaalvereffening conform EN/IEC6079-14.
– Het meetelement en de behuizing moeten met de potentiaalvereffening worden
verbonden.
– Als het meetsysteem FLOWSIC600 in een geaarde metalen buis is geïnstalleerd, is er
geen extra aarding nodig voor het meetelement. Toch moet de elektronica-behuizing
apart worden geaard.
48
FLOWSIC600 · Gebruiksaanwijzing · 8018856/1J9V/V 4-3/2023-03 · © SICK Engineering GmbH
Installatie