Overstortventiel instellen
AANWIJZING
De handelingen in dit hoofdstuk zijn alleen bij
een seriële buffervataansluiting noodzakelijk.
Voer de werkstappen snel uit, want anders kan
de maximale retourtemperatuur worden over-
schreden en gaat de warmtepomp in hogedruk-
storing.
Indien de instelknop aan het overstortventiel
naar rechts wordt gedraaid, wordt het tempe-
ratuurverchil (de spreiding) groter, bij een draai
naar links wordt dit kleiner.
De installatie werkt in de verwarmingsmodus (het beste
in koude toestand).
Bij een lage stooklijn: zet de installatie op 'gefor-
ceerde verwarming'...
gebruiksaanwijzing van de verwarmings- en
warmtepompregelaar.
Sluit de ventielen naar het verwarmingscircuit...
Let erop dat de volledige volumestroom via het
overstortventiel wordt geleid...
Lees aan de verwarmings- en warmtepompregelaar
de aanvoer- en retourtemperatuur af...
gebruiksaanwijzing van de verwarmings- en
warmtepompregelaar.
Draai de instelknop (1) van het overstortventiel (2),
tot de spreiding tussen aanvoer- en retourtempera-
tuur als volgt is ingesteld:
Buiten-
temperatuur
-10 °C
0 °C
10 °C
20 °C
30 °C
Open de ventielen naar het verwarmingscircuit...
Zet de verwarmings- en warmtepompregelaar weer
terug.
26
Technische wijzigingen voorbehouden | 83054400eNL – vertaling van de installatie- en gebruikershandleiding | ait-deutschland GmbH
Aanbevolen
instellingen
4 K
5 K
8 K
9 K
10 K
Inbedrijfstelling
GEVAAR!
Het apparaat mag uitsluitend met gemon-
teerde luchtkanalen, beschermroosters te-
gen weersinvloeden resp. regen en gesloten
afdekplaten in bedrijf worden gesteld.
AANWIJZING.
Inbedrijfstelling moet tijdens het verwarmings-
modus van de warmtepomp worden uitgevoerd.
Controleer de installatie nog eens grondig en werk
de installatiechecklist af.
Website van de fabrikant.
De installatiecontrole helpt schade aan de warmte-
pompinstallatie te voorkomen, die door een onvak-
kundige uitvoering kan ontstaan.
Controleer of ...
•
het rechts draaiveld van de voedingsstroom
(compressor) juist is aangesloten;
•
de opstelling en montage van de warmtepomp
in overeenstemming met deze installatie- en ge-
bruikershandleiding zijn uitgevoerd;
•
de elektrische installatie vakkundig is uitgevoerd;
•
de stroomvoorziening van de warmtepomp uit-
gerust is met een vermogensschakelaar volgens
IEC 60947-2 die op alle polen is aangesloten en
een afstand van ten minste 3 mm tussen de con-
tacten heeft;
•
het verwarmingscircuit doorgespoeld, gevuld en
grondig ontlucht is;
•
alle schuiven en afsluiters van het verwarmingscir-
cuit geopend zijn;
•
alle leidingen en componenten van de installatie
dicht zijn.
Vul het opleveringsprotocol voor warmtepompin-
stallaties zorgvuldig in en onderteken het.
Website van de fabrikant.