®
GEDA
300 Z / ZP
15.3
Basiseenheid opstellen
De basiseenheid moet horizontaal en in een rechte hoek ten opzichte van het gebouw /
de steiger worden uitgericht.
Krachtoverdracht naar het fundament gebeurt uitsluitend via lastverdelende
ondergronden (oppervlak min. = 0,25 m²).
Basiseenheid op lastverdelende ondergronden zetten en de uitrichten aan de
draagschijven.
15.4
Eerste mastverankering aanbrengen
Eerste mastverankering aanbrengen op ca. 4 m hoogte. Voor een
veiligheidsafstand van min. 50 cm tot de lifteenheid zorgen.
Uitrichting van de basismast na montage van de mastverankering controleren met
een waterpas.
BL 121 NL
WAARSCHUWING
Levensgevaar door breuk of wegglijden van de draagschijven.
Draagschijven mogen geen last dragen, ze dienen uitsluitend voor
de afstelling van de basiseenheid.
Minstens twee draagschijven door vastschroeven beveiligen tegen
verschuiven. Als dit niet mogelijk is moet de eerste mastverankering
reeds op een hoogte van één meter worden aangebracht.
Na het opstellen van de basiseenheid controleren of deze veilig
staat en voor de montage van de mast door personen gebruikt kan
worden. Hiervoor een proefrit met lege lifteenheid uitvoeren.
WAARSCHUWING
Levensgevaar door mastbreuk en val van de lifteenheid.
Het draagvermogen is beperkt tot maximaal 300 kg:
- zolang er geen tweede mastverankering is geplaatst of
- door het berijden van het overkragende mastdeel (max. 5,5 m
bovenkant slede tot mastbevestiging).
Pagina 71 van 101
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Rev.: 001
2011 / 05