2
Productbeschrijving
INFORMATIE
De regeling RoCon+ HP1 maakt deel uit van de
binnenunit.
Ze bestaat uit de schakelveldprintplaat RoCon BM2C,
waarop actoren en sensoren alsook verdere componenten
van het regelingssysteem aangesloten worden en het
bedieningsgedeelte RoCon+ B1.
In deze handleiding worden enkel de functies en de
instelmogelijkheden van de regeling behandeld. Meer
informatie
over
de
componenten van het apparaat vindt u in de betreffende
documenten.
De elektronische, digitale regeling regelt, afhankelijk van de
verwarming,
automatisch
warmwaterfuncties voor een direct verwarmingscircuit en via
optioneel
aansluitbare
mengermodules
verwarmingscircuits.
Ze zorgt voor het volledige veiligheidsmanagement van de
binnenunit. Zo wordt bijv. bij een watertekort, niet-toegelaten of
ongedefinieerde bedrijfstoestanden een veiligheidsuitschakeling
uitgevoerd. Een overeenkomstige storingsmelding toont de operator
alle informatie over de storingsoorzaak.
Alle functie-instellingen voor de binnenunit en de optionele RoCon-
units die via de databus zijn aangesloten, worden uitgevoerd met de
bedieningselementen op het geïntegreerde bedieningsgedeelte
RoCon+ B1 en worden weergegeven op het kleurenscherm met
achtergrondverlichting en platte tekst.
De
volgende
extra
optionele
regelingsdatabus op de binnenunit worden aangesloten:
▪ Kamerstation RoCon U1 (EHS157034)
▪ Mengermodule RoCon M1 (EHS157068)
Verder heeft de regeling RoCon+ HP1 een vorstbeveiligingsfunctie
voor het directe verwarmingscircuit en het boilerlaadcircuit, alsook
een automatische functie voor verwarmingsondersteuning (integratie
van een extra warmtebron zoals bv. houtketel, zonnesysteem).
Via de potentiaalvrije AUX-schakelcontacten kunnen verschillende
stuurfuncties
in
combinatie
gerealiseerd (aanvraag van een externe warmtebron, omschakeling
bivalent bedrijf, externe statusweergave, etc.).
Bovendien staan meerdere ingangen voor evaluatie van externe
regelcontacten ter beschikking (externe modusomschakeling of
warmtevraag, Smart Grid- en laagtarieffuncties
Met de optionele buitentemperatuursensor, die aan de noordkant
van het gebouw wordt geïnstalleerd, kan de weersgestuurde
aanvoertemperatuurregeling nog worden geoptimaliseerd.
Als de optionele gateway RoCon G1 (EHS157056) is geïnstalleerd
en met het internet is verbonden, kan de binnenunit gemakkelijk op
afstand worden bewaakt en bediend met behulp van een mobiele
telefoon (app).
De eerste inbedrijfstelling van de verwarmingsinstallatie wordt
beschreven in de installatiehandleiding voor de binnenunit.
Bepaalde menupunten van de regeling RoCon+ HP1 zijn enkel voor
de verwarmingsmonteur toegankelijk. Deze veiligheidsmaatregel
zorgt ervoor dat bij gebruik van de installatie geen ongewenste
storingen optreden door een foutieve configuratie.
Alle instellingen voor het toegewezen verwarmingscircuit kunnen
met het kamerstation RoCon U1 (EHS157034) op dezelfde manier
worden uitgevoerd als op het bedieningsgedeelte. Bij een
geactiveerde terminalfunctie staan met uitzondering van enkele
(1)
Het energiebedrijf (EVU) verzendt signalen die voor de sturing van de stroomnetbelasting gebruikt worden en invloed hebben op de
stroomprijs en de beschikbaarheid.
Daikin RoCon+ HP1
Regeling RoCon+ HP1
008.1447899_01 – 08/2020
regelingsbehuizing
en
andere
alle
verwarmings-,
koel-
ook
andere
apparaten
kunnen
via
met
externe
apparaten
worden
(1)
).
speciale
functies
bedieningsmogelijkheden
bedieningsgedeelte ter beschikking.
Een aangesloten mengermodule RoCon M1 (EHS157068) wordt
met
een
overeenkomstige
bedieningsgedeelte RoCon+ B1 en/of het kamerstation RoCon U1
(EHS157034) bediend.
2.1
Tijdelijk stilleggen
VOORZICHTIG
Een buiten bedrijf gestelde verwarmingsinstallatie kan bij
vorst bevriezen en beschadigingen oplopen.
▪ Laat een buiten bedrijf gestelde verwarmingsinstallatie
bij gevaar voor vorst leeglopen.
▪ Bij een gevulde verwarmingsinstallatie moet de voeding
en
bij vorstgevaar gewaarborgd zijn en de externe
hoofdschakelaar ingeschakeld blijven.
Als de warmtepomp voor langere tijd niet nodig is, kan ze tijdelijk
worden uitgeschakeld.
Wij raden u echter aan de installatie niet los te koppelen van de
stroomvoorziening, maar enkel in de "stand-bymodus" te zetten.
De installatie is dan tegen bevriezing beschermd en pompen en de
kleppenbeveiliging zijn actief.
Als bij gevaar voor vorst de voeding niet gewaarborgd kan worden,
moet
▪ de binnenunit aan watertoevoerzijde geheel worden geleegd of
▪ moeten de nodige vorstbeveiligingsmaatregelen genomen worden
de
voor
de
aangesloten
(bijv. ledigen).
INFORMATIE
Als er slechts enkele dagen vorstgevaar bestaat wanneer
de stroomvoorziening niet betrouwbaar is, is het niet nodig
de binnenunit te legen vanwege de zeer goede thermische
isolatie,
op
regelmatig wordt gecontroleerd en niet onder +3°C daalt.
Hierdoor
is
uiteraard niet tegen vorst beschermd!
2 Productbeschrijving
(bijv.
manuele
werking)
zoals
op
het
geïntegreerde
toewijzing
eveneens
verwarmingsinstallatie
en
voorwaarde
dat
de
boilertemperatuur
het
aangesloten
warmteverdeelsysteem
Gebruiksaanwijzing
alle
via
het
de
boiler
5