Inbedrijfstelling
6 Inbedrijfstelling
1. Vóór de inbedrijfstelling dient gecontroleerd te worden of aan de volgende voorwaarden wordt
voldaan:
– De omvormer zit goed vast
– Correct aangesloten AC-kabel (net)
– Volledig aangesloten DC-kabels (PV-strings)
– De DC-ingangen die niet gebruikt worden, zijn met de bijbehorende DC-connectors en de
afdichtingspluggen afgesloten
– Het deksel van de behuizing is vastgeschroefd
– Stevig aangesloten Electronic Solar Switch (ESS)
– Correct geconfigureerde leidingbeveiligingsschakelaar
2. De leidingbeveiligingsschakelaar inschakelen.
☑ Groene LED gaat aan: de omvormer is succesvol in bedrijf gesteld.
of
☑ Groene LED knippert als er nog niet genoeg instraling is: er is nog niet voldaan aan de
voorwaarden om op het net aangesloten te worden. Wacht tot de hoeveelheid instraling
toereikend is.
of
☑ Gele of rode LED brandt of knippert: er is een storing opgetreden. Bij punt 3 verder gaan.
A
Groene LED Bedrijf
B
Rode LED
C
Gele LED
3. Lees hoofdstuk 9 "Zoeken naar fouten" (Pagina 48) en los indien nodig fouten en storingen op.
38
SB33_38-INL100540
aardlek of varistor defect
Storing
SMA Solar Technology AG
Installatiehandleiding