Motor-Membraandoseerpomp MAGDOS LD
9 Elektrisch installeren
Levensgevaar door stroomschokken!
In geval van elektrische ongeval zal de doseerpomp snel van het
spanningsnet gescheiden moeten worden.
Installeer een noodschakelaar of integreer de doseerpomp in het
veiligheidsconcept van de installatie.
Gevaar van automatisch inschakelen!
De doseerpomp beschikt niet over een aan-/uit schakelaar en kan
met pompen beginnen zodra de voedingsspanning erop gezet
wordt. Daardoor kan dit leiden tot uittredende vloeistof. Afhankelijk
van de soort en het gevaar van het doseermedium kan dit verwon-
dingen tot gevolg hebben.
Installeer een noodschakelaar of integreer de doseerpomp in het
veiligheidsconcept van de installatie.
Schade door foute netspanning
De aansluiting op een foutieve voedingsspanning leidt tot schade
aan de doseerpomp.
Let op de weergave van de spanning op het typeschild.
Niet toereikende elektromagnetische compatibiliteit
Bij het aansluiten van de doseerpomp op de stekkerdoos zonder
aangesloten aarding kan de storingsgevoeligheid overeenkomstig
de EMV-normen niet gegarandeerd worden.
Sluit de doseerpomp alleen aan op een stekkerdoos met aange-
sloten aardleiding.
Elektrisch installeren
28
Principes
GEVAAR
VOORZICHTIG
AANWIJZING
AANWIJZING
9.1 Principes
De doseerpomp beschikt afhankelijk van model of over een 230 V AC
resp. een 115 V AC netspanningsdeel.
De elektrische aansluiting moet volgens de plaatselijk geldende
voorschriften gebeuren.
De doseerpomp moet aangesloten worden op een geaarde stekker-
doos.
Om een foutieve dosering na beëindiging van het proces te voor-
komen, moet de doseerpomp voorzien worden van een elektrische
vergrendeling.
De doseerpomp mag niet met een aan-/uit schakelaar in de
voedingsspanning bedient worden.
Signaalkabel mag niet parallel naast krachtstroom en netleidingen
aangelegd worden. Stuur- en signaalkabels moeten in gescheiden
kanalen doorgevoerd worden. Bochten zullen onder een hoek van
90° gelegd moeten worden.
Functiebeïnvloeding door open contacten
MAGDOS LD wordt met twee in de aansluitbussen 1 en 3 aange-
brachte rubber geleidingsstukken geleverd. Deze zijn elektrisch
geleidend en zorgen ervoor dat de contacten in de aansluitbussen
gesloten zijn wanneer er geen kabel is aangesloten. Wanneer de
rubber geleidingsstukken in de aansluitbussen 1 en 3 ontbreken
resp. niet goed zijn aangebracht en er geen kabels zijn aangesloten,
kan de pomp niet gestart worden.
Plaats de rubber geleidingsstukken in de aansluitbussen 1 en 3
wanneer er geen kabels op de aansluitbussen aangesloten zijn.
Let er daarbij op dat de geleidestukken aan de juiste contacten
aangebracht zijn (zie de aanwijzingen in het volgende hoofd-
stuk).
Afb. 9-1: Verwijdering van de rubber geleidestukken
BA-10241-05-V02
Bedieningsvoorschrift
AANWIJZING
© Lutz-Jesco GmbH 2014