Motor-Membraandoseerpomp MAGDOS LD
8.7.2 Contactwatermeter
De contactwatermeter meet de doorstroming in een leiding en zendt een
impuls naar de doseerpomp die daarop begint te doseren. Ook bij grote
schommelingen in de doorstroming is zo een ideale proportionele
doseren mogelijk.
De contactwatermeter wordt op aansluitbus 2 aangesloten (zie
„Aansluitbus 2" op pagina 29).
Aanwijzing voor bediening staan weergegeven in hoofdstuk „Toepassing
met contactwatermeter" op pagina 37.
Afb. 8-9: MAGDOS LD Installatie op contactwatermeter
Vloeistofzijdig installeren
22
Vloeistofzijdige toebehoren
8.7.3 Overstortventiel
Overstortventielen vervullen een belangrijke veiligheidsfunctie voor
bescherming van de doseerpomp en de bijbehorende leidingen en
armaturen. De doseerpomp kan een veelvoud van de normaaldruk ople-
veren. Door een geblokkeerde persleiding kan het tot uittreding van te
doseren vloeistof leiden.
Ontoelaatbare hoge druk kan ontstaan wanneer:
Afsluiters ondanks lopende doseerpomp gesloten worden,
Leidingen verstoppen.
Een overstortventiel opent een by-pass-leiding bij overeenkomstige druk
en beschermt de installatie zo voor schade door te hoge druk.
Aanwijzing voor montage:
De retourleiding van de te doseren vloeistof moet terug naar de
doseertank resp. naar een opvangbak gevoerd worden.
De druk in de doseertank mag niet te groot zijn waardoor de terug-
gevoerde vloeistof daarin kan komen.
Alternatief kan de vloeistof terug geleid worden in de zuigleiding voor
de doseerpomp. In dit geval mag er in de zuigleiding geen terugslag-
ventiel resp. voetventiel aanwezig zijn.
Het overstortventiel moet zo dicht mogelijk bij de doseerkop geïn-
stalleerd worden.
Afb. 8-10: Installatie met overstortventiel - Terugvoering in de zuigleiding
BA-10241-05-V02
Bedieningsvoorschrift
© Lutz-Jesco GmbH 2014