Opnemen
Selecteren van de opnamemodus
Selecteren van de opnamemodus met de modusknop
∫
Selecteer de functie door de functieknop te draaien.
•
Draai de functieknop langzaam om de gewenste functie A
te selecteren.
Selecteren van de Intelligent Auto functie
∫
Druk op [¦].
•
De knop [¦] zal oplichten als deze op de Intelligent Auto
functie gezet wordt.
•
De opnamewijze die met de functieknop geselecteerd wordt,
wordt uitgeschakeld als de [¦] knop brandt.
Intelligent Auto Modus
De onderwerpen worden opgenomen met behulp van instellingen die automatisch
gebruikt worden door het toestel.
Intelligent Auto Plus modus
Stelt u ook in staat om de helderheid en de kleurschakering in te stellen in Intelligent Auto modus.
Programma AE-modus
Neemt op bij de lensopeningwaarde en de sluitertijd die door de camera ingesteld zijn.
Lensopening-Prioriteit AE-modus
De sluitertijd wordt automatisch bepaald volgens de openingswaarde die u ingesteld hebt.
Sluiter-Prioriteit AE-modus
De openingswaarde wordt automatisch ingesteld volgens de sluitertijd die u ingesteld hebt.
Handmatige belichtingsfunctie
De belichting wordt aangepast aan de sluitertijd en de openingswaarde die u handmatig
hebt ingesteld.
(P78)
(P84)
(P86)
(P89)
(P90)
(P91)
74
A