Indien er onvoldoende vrije
ruimte is op de harde schijf van
het gekoppelde apparaat of
wanneer er een netwerkfout
optreedt bij de verzending van
een bestand, verschijnt er een
foutmelding.
Een van de koppelingsmappen (nr. 31 t/m 36) selecteren:
Het volgende scherm verschijnt.
Instellingen opgeven indien nodig.
Voor Auto-afdrukken Aan selecteren bij Opslaan in bestand op extern
apparaat.
Wanneer het bestand na afdrukken moet worden verwijderd, Aan selecteren bij
Opslaan in bestand op extern apparaat.
Voor het instellen van het aantal afdrukken Invoeren selecteren, het aantal
afdrukken met de cijfertoetsen invoeren en nogmaals Invoeren selecteren.
Indien de functie Auto-afdrukken is ingeschakeld op de gedeelde map, kunnen
twee of meer apparaten dezelfde gegevens gelijktijdig afdrukken.
6
Start indrukken.
Er wordt begonnen met het kopiëren of verplaatsen van bestanden.
Wanneer er al een bestand is met de zojuist opgegeven bestandsnaam, kan het
bestand niet gekopieerd of verplaatst worden. De instructies op het scherm
volgen.
Indien er al een bestand met dezelfde naam in koppelingsmappen (nrs. 31 t/m
36) aanwezig is, voegt dit apparaat automatisch een nummer toe aan de
bestandsnaam en wordt het bestand met de gewijzigde naam verzonden.
6.5 Bestanden kopiëren en verplaatsen
249