• Rij niet als het donker is, vooral niet op onbekend
terrein. Als u toch in het donker moet rijden, rij dan
voorzichtig en steek de koplampen aan. Overweeg ook
extra verlichting te gebruiken.
• Wees uiterst voorzichtig als u om mensen heen moet
rijden. Let altijd goed op waar omstanders zich kunnen
bevinden.
• Alvorens de spuitmachine in gebruik te nemen, moet u
altijd de delen van de machine controleren die speciaal
worden genoemd in het hoofdstuk Controle vóór het
gebruik van deze handleiding, blz. 19. Als er iets niet in
orde is, mag u de machine niet gebruiken. Zorg ervoor
dat het probleem is verholpen voordat u de machine of
het werktuig gaat gebruiken.
• Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de vloeistof-
leidingen vastzitten en alle slangen en leidingen in
goede staat verkeren voordat u druk zet op het systeem.
• Brandstof is uiterst ontvlambaar. Wees daarom
voorzichtig als u ermee omgaat.
– Gebruik een goedgekeurde brandstofcontainer.
– Als de motor draait of heet is, mag u de dop niet van
de brandstoftank verwijderen.
– Rook nooit als u omgaat met brandstof.
– Vul de brandstoftank tot ongeveer 2,5 cm vanaf de
bovenkant van de tank (de onderkant van de vulbuis).
Doe dit in de open lucht. Niet te vol vullen.
– Neem eventueel gemorste brandstof op.
Tijdens het gebruik
Waarschuwing
De uitlaatgassen van de motor bevatten
koolmonoxide, een reukloos, dodelijk gif.
Laat de motor niet binnenshuis of in een afgesloten
ruimte draaien.
• De bestuurder en de passagier moeten op de stoel
blijven zitten als de spuirmachine in beweging is. De
bestuurder moet indien mogelijk het stuurwiel met
beide handen vasthouden en de passagier moet de
aangebrachte handgrepen gebruiken. Houd uw armen en
benen te allen tijde binnen de spuitmachine.
• Rij langzamer en maak niet al te scherpe bochten als u
een passagier meevoert. Denk eraan dat uw passagier
niet altijd weet wanneer u gaat remmen of een bocht
gaat maken, en wellicht daarop niet is voorbereid.
• Kijk altijd goed uit en vermijd laag overhangende
objecten, zoals boomtakken, deurposten en
voetgangersbruggen. Let erop dat u voldoende ruimte
boven uw hoofd heeft, zodat de machine zonder
problemen kan passeren en uw hoofd niets raakt.
• Als de spuitmachine niet veilig wordt gebruikt, kan dit
leiden tot een ongeluk, omkiepen van de machine en
ernstig lichamelijk of dodelijk letsel. Rij voorzichtig. U
kunt op de volgende manieren voorkomen dat het
voertuig omkiept of dat u de controle over het voertuig
verliest:
– Ga zeer voorzichtig te werk, verminder uw snelheid
en blijf op een veilige afstand van zandkuilen,
greppels, sloten, hellingen en onbekend terrein of
terrein waarvan de bodemomstandigheden of het
reliëf abrupte veranderingen vertonen.
– Let op kuilen of andere verborgen gevaren.
– Wees extra voorzichtig als u de spuitmachine
gebruikt op een nat oppervlak, in ongunstige
weersomstandigheden en bij hogere snelheden of als
de machine volledig belast is. De stoptijd en de
remweg zullen groter zijn als het voertuig zwaar
belast is.
– Vermijd plotseling stoppen en starten. Zet de
machine niet van de achteruit-stand in de
vooruit-stand of van de vooruit-stand in de
achteruit-stand voordat de machine volledig tot
stilstand is gekomen.
– Verminder uw snelheid voordat u een bocht maakt.
Maak geen scherpe bochten en vermijd abrupte
manoeuvres of andere riskante handelingen tijdens
het rijden, waardoor u de controle over de machine
kunt verliezen.
– Voordat u achteruitrijdt, moet u achterom kijken om
er zeker van te zijn dat er zich niemand achter de
machine bevindt. Rij langzaam achteruit.
– Let op het verkeer bij het oversteken en in de buurt
van de openbare weg. Verleen altijd voorrang aan
voetgangers en andere voertuigen. Deze machine is
niet bestemd voor gebruik op de openbare weg.
Geef altijd aan dat u afslaat, of stop bijtijds zodat
anderen weten wat u gaat doen. Houd u aan alle
verkeersregels en verkeersvoorschriften.
– De elektrische en uitlaatsystemen van de machine
kunnen vonken veroorzaken waardoor explosief
materiaal tot ontbranding kan komen. Blijf altijd
met de machine uit de buurt van een omgeving waar
zich stof of dampen in de lucht bevinden die tot
explosie kunnen komen.
– Als u niet zeker weet of u de machine veilig kunt
gebruiken, moet u het werk staken en de
bedrijfsleiding om advies vragen.
5