Onderhoud
Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Alvorens
onderhoudswerkzaamheden aan de machine uit te voeren, moet u controleren of het systeem grondig is schoongespoeld en
gereinigd. Zie De spuitmachine reinigen, blz. 26.
Aanbevolen onderhoudsschema
Onderhoudsinterval
8 bedrijfsuren
50 bedrijfsuren
100 bedrijfsuren
200 bedrijfsuren
400 bedrijfsuren of
jaarlijks
Onderhoudsprocedure
• Luchtfilter, deksel en klep controleren op slijtage of beschadiging.
• Het motoroliepeil controleren.
• Bandenspanning controleren.
• Koelvloeistofpeil controleren.
• Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.
3
• Zuigkorf reinigen.
• Uitsluitend onderhoudsbeurt na inrijden: Spanning van de riem van
ventilator/wisselstroomdynamo controleren, wielmoeren aandraaien,
hydraulische filter vervangen en olie van planeetwieloverbrenging verversen.
• Aansluitingen van de accukabels controleren.
• Vet in alle smeernippels spuiten, inclusief die van de spuitbomen.
• Uitsluitend onderhoudsbeurt na inrijden: Motorolie (inclusief synthetische
olie) verversen en oliefilter vervangen.
• Brandstofslangen en klemmen controleren.
• Olie verversen (inclusief synthetische olie).
• Motoroliefilter vervangen.
• Slangen van koelsysteem controleren op slijtage of beschadiging.
• Luchtfilter onderhoudsbeurt geven.
• Afstelling van riemen van ventilator en wisselstroomdynamo controleren.
• Conditie en afslijting van de banden controleren.
• Wielmoeren aandraaien.
• Toespoor van het voorwiel controleren.
• Radiatorribben reinigen.
• Uitsluitend onderhoudsbeurt na inrijden: Lagers in voorwielen opvullen.
• Brandstoffilter/waterafscheider aftappen.
• Hydraulische vloeistof verversen.
• Hydraulische filter vervangen.
• Brandstofleidingen, slangen en klemmen controleren.
• Brandstoffilter vervangen.
• Pompmebraan controleren en indien nodig vervangen.
• Blaas van drukdemper controleren en indien nodig vervangen.
• Afsluitkleppen van pomp controleren en indien nodig vervangen.
• O-ringen in de kleppen controleren en indien nodig vervangen.
• Olie van planeetwieloverbrenging verversen.
• Koelvloeistof (zoals voorgeschreven door fabrikant) controleren en indien nodig
verversen.
• Brandstoftank aftappen en reinigen.
• Lagers in voorwielen opvullen.
27
1
2